Terug

 
1990 1991 1992 1993 1994 1995 1996 1997 1998 1999 geen gegevens
foto's
Lisse Venlo Zeist Delft Venlo Best Apeldoorn Lisse Venlo

 
 

Zomerkamp 1990

Lisse, 21 juli – 28 juli.

Hordes: Bestevaerhorde en Julianahorde
Teamleider: Roel Voigt (Hahti)
Leiding: Simon Visser (Kaa), Jack Haasnoot (Jacala), Coen Huigen (Misja), Dirk Elsgeest (Nag), Babeth v.d.Plas (Bagheera), Corina Koning (Wontolla), Marlies Haasnoot (Mang), Stefan van Vreedendaal (Rama), Hennie Zuyderduyn (Sahi), Harrynette Haasnoot (Tabaqui), Jan Brussee (Chil)

Programma: (Kampprogramma)

Thema: Arpad
Zaterdag: Aankomst welpen met ouders, de goederen op de kar en wanneer deze vol is laten trekken  door de welpen. Openen en mededelen kampregels, de klok een uur terug, de eerste corveebeurt aanzeggen. Omgeving verkennen in 6 groepen. Terug in het kamp. We zien een vreemd uitziende boef (B-1) rondsluipen, wij weten niet, of hij daar misschien thuishoort, dus we blijven rustig waar we zijn. Plotseling komt hij echter dichterbij en snauwt ons “GADSJAS” toe en gooit een brief voor de voeten, hij spuugt een ferm op de grond en rent weg richting bosjes. De brief is geadresseerd aan: “ARPAD, DE ZIGEUNERKONING”, dat is iemand, waar wij nog nooit van hebben gehoord. Wat doen we met die brief? Plotseling duikt echter een aristocratisch figuur op en zich voorstellende horen wij een bekende naam: “ARPAD”. Hij vraagt ons, of wij misschien iemand  hebben zien lopen. Dat hebben wij dus en geven hem de brief. De brief lezende trekt hij wit weg, daarna wordt hij rood en erg kwaad. (dit zal enig schminkwerk met zich mee brengen). Hij vertelt, dat zijn dochter ARABIS door een rivaliserende groep zigeuners is ontvoerd. Hij heeft daar al  jaren een vete mee, zodoende. In de brief staat een soort rebus, die hij niet kan oplossen en  hij roept onze hulp in. Uiteraard willen wij hem wel helpen. Hij deelt ons mede, dat wij dan wel  even in zijn familie moeten worden opgenomen, daar alleen echte zigeuners mogen deelnemen aan zulke zaken. Hij stelt ons daarom voor om in de volgende groepen te helpen: muzikanten, vioolbouwers, lassowerpers, herders, scharenslijpers, orgeldraaiers, edelsmeden. Van dik karton en touw maken we een amulet, wat betrekking heeft op de groep, waarin men zit. Verkleden doen we ons ook nog: hoofddoeken, halsdoeken e.d. Hierna gaan de groepen de rebus oplossen en  de uitkomst moet wel af en toe vergeleken worden met de andere groepen. De oplossing vertelt  ons, dat ARPAD alleen naar een bepaald punt moet gaan om instructies in ontvangst te nemen. Slaapzaal inrichten, daarna DDT. Eten (misschien een broodje met warme worst?) Arpad leert ons een sluipspel, dat moeten we dus erg goed beheersen (evt. nog Levend Stratego).

Zondag: Aandacht. ARPAD komt ons vertellen, dat er in de buurt een zogenaamde berichtenboom staat. Hij gaat er naar toe om te kijken, of er een bericht in zit. We volgen het spoor naar de boom. Het spoor is door twee boeven uitgezet. Een van hen blijft in de buurt, om als boef op te treden en  wanneer iedereen er is het bericht in de boom te hangen (wij blijven natuurlijk doodstil liggen, anders brengen we ARABIS in gevaar!!). Tekst van de brief: “Je dogter is in onse hande. Ze is siek, breng medicijn, kom alleen. Hierna gaan we terug naar het clubhuis om het medicijn te  maken. Na het eten en de rust duikt Arpad op en vraagt ons, of wij hem willen helpen met het medicijn. Hij is erg zenuwachtig, want wat zijn dochter mankeert weet hij niet, dus welk medicijn? Plotseling horen we een flits en zien we een knal en uit de rookwolken doemt een oude vrouw op, die vreemde woorden mompelend naar een tafel loopt, waar een wit kleed overheen ligt. (de tafel staat in de gang, dit betekent, dat iedereen eerst nar buiten moet, zodat ze van buiten af het griezelige rode licht kunnen zien, dat de kristallen bol uitstraalt). ARPAD vraagt de vrouw, in  een vreemde taal, of zij in haar bol kan zien, wat er met zijn dochter aan de hand is. Dat kan ze en ze kan hem ook vertellen welk medicijn er nodig is. Voor ons is het drinken van de drank vlak na  het zetten voldoende als bescherming tegen besmetting. Voor zijn dochter zal de drank een nachtje moeten trekken. De oude vrouw trekt zich terug in de keuken en maakt de drank klaar.(kruidenthee met kamillesmaak o.i.d). We gaan ons oefenen in opdracht van ARPAD. Hij heeft een aantal typische zigeunerspelletjes: snoep aan een draadje, tollen en optellen, kleurendief, touwtrekken in een vierkant, raadsels oplossen, zandzak gooien. In de limostop drinken we de drank en daarna de limo. Levenddierenstratego. Touwtrekken. Na het warm eten horen we weer een flits en zien we een knal. We vinden een brief, hier staat in, dat wij ons moeten oefenen in behendigheids- spellen:Kristallenbolrace met estafette, ballontussenjebenenren, zigeunerballonsjouwen, ballon- tussenhoofdenrace, er bovenlangs en er onderdoor, balloninjemondrace.

Maandag: ARPAD komt ons opzoeken en zegt geen oog te hebben dichtgedaan. Zijn vrouw: Koningin CAPRIOLA is weggelopen, ze had zoveel verdriet en is van het gebeurde helemaal onderste boven. De drank moet gebracht worden, zijn vrouw moet opgezocht worden. DAT KAN HIJ NIET ALLEEN HELP!! Wij stellen Arpad voor om zijn vrouw te zoeken, dan kan hij het medicijn wegbrengen. Het spoor, dat wij moeten volgen bestaat uit stukjes wol. De speurtocht levert niets op, we komen terug in het kamp, uiteraard teleurgesteld, maar omdat Arpad ons kan vertellen, dat zijn vrouw vanzelf weer terug is gekomen, hebben we er vrede mee. Na het eten gaan we naar het dorp. Weer een klap en flits. We vinden een briefje: BEMOEI JE NIET MET ZAKEN, DIE JE NIET AANGAAN. WE HEBBEN JULLIE GEVONDEN, WE ZIEN ALLES WAT JULLIE DOEN. DOEN JULLIE HET NIET, DAN SMELTEN WE HET GOUDEN KRALENSNOER VAN ARABIS OM. Nu is het hek van de dam, Arpad is in paniek en legt ons uit, dat een prinses  zonder kralensnoer een gewoon meisje is, ze zal nooit kunnen trouwen met een prins. Hij deelt ons gelijk mee, dat nu de boeven hier in de buurt zijn ze zeker een aanval op het kamp zullen doen. We moeten, dus laten zien, dat er met ons niet te spotten valt en we gaan in training: balgooien, darten, ringwerpen, geweerschieten, geblinddoekt lopen, koekhappen, kogelstoten. ’s Avonds: als de welpen nog zin hebben een spel naar eigen keuze. Bepalen door hand- opsteken.

Dinsdag: We gaan vandaag de grote zigeunerpaardenrace doen: hoogspringen, onder een touw door kruipen met een muts, slootje springen, stammetje springen, grondzeil omkeren, hardlopen, mutsen afslaan, hoefijzer gooien, speerwerpen. ’s Middags komt ARPAD ons opzoeken en vertelt, dat iedere zigeuner verborgen talent heeft. We gaan op de creatieve toer: verfspatten, wrijfdruk, stempels maken, zandtekeningen maken, tekenen, vingerverven. ‘s Avonds: voetballen; de winnaars spelen tegen de leiding in een game van 10 minuten.

Woensdag: ARPAD duikt weer eens op en laat ons weten, dat hij op zoek naar de schurken een spoor heeft uitgezet. We vertrekken 10 minuten na elkaar: muzikanten, vioolbouwers, lassowerpers, herders, scharenslijpers, edelsmeden, orgeldraaiers. Onderweg eten we en doen we de  opdrachten. Na het warm eten: DE GROTE WISSELTRUC!! Arpad duikt op en hij vertelt ons, dat hij heeft vernomen, dat de schurken zijn dochter willen teruggeven. Ze hebben natuurlijk ingezien, dat er met ons niet te spotten valt (hu, hu) Als ze haar gouden kralen snoer, maar  niet achterhouden. We moeten, dus iets verzinnen om en Arabis en het kralensnoer in ons bezit te krijgen. WE MAKEN EEN KOPIE VAN HET SNOER. ALS DE BOEVEN EVEN NIET OPLETTEN, VERWISSELEN WE DAT!!!! We moeten, dus een snoer maken met gele (gouden) kralen. De schurken komen uit de bosjes en ja hoor ze hebben ARABIS bij zich. Ze blijven vlak voor de bosjes staan en laten ARABIS op de grond zitten. Deze huilt zonder onderbreken (hulp van een rauw ui?). De schurken nemen haar snoer af en roepen ARPAD bij zich. Deze  maakt echter nog geen aanstalten om te gaan en sist ons toe: WACHT TOT ZE MIJN DOCHTER ALLEEN LATEN EN VERWISSEL DAN DE SNOEREN. En ja hoor de schurken leggen het snoer neer en lopen, samen met ARPAD naar het midden van het veld. Ze staan met z’n drieën in zigeunertaal te discussiëren. Plotseling roept ARPAD: DIT KAN NIET, HOE KAN DAT NU ? ZIJN JULLIE DAT ECHT? en de drie dansen als dollemannen in het rond. Uiteraard zijn we verbaasd. Het betreft hier twee doodgewaande broers van ARPAD, die in het grijze  verleden door een andere familie bij een overval op hun dorp zijn geroofd en waar ze nimmer  meer iets van hebben gehoord.. Ze zijn tot op de dag van vandaag, door een vrouw, waarvan ze dachten, dat het hun moeder was, groot gebracht. Het is voor ons een beetje moeilijk te accepteren en we vragen hoe ze dat zo zeker weten. Dat is heel simpel, ze laten alledrie een een ring zien, die elke zigeunerfamilie heeft. Uitzinnig van vreugde dansen de drie in het rond. Plotseling echter komen ze tot het besef, dat ARABIS nog vastgebonden zit. Nadat ze  losgemaakt is, vertelt ARPAD haar, dat ze er twee ooms bij heeft. Ook zij deelt in de  feestvreugde en ARPAD vraagt ons, dit met een groot zigeunerfeest te vieren, het blijkt dat ook zigeuners een soort imitatienummer kennen wat veel overeenkomsten vertoond met onze: PLEEBEKSJOW. Natuurlijk gaan we daar mee akkoord en toch wel ontroerd nemen we afscheid van het viertal.

Donderdag: Naar het zwembad. ’s Avonds dierengeluidenspel en levend dierenstratego.

Vrijdag: Hindernisbaan. (Alle figuren, die een rol in het spel zijn in zigeunerkleding de gehele dag bij het spel  betrokken. Onderdelen: touwklimmen, paaltje springen, bokspringen, speergooien, ringgooien, touwtrekken, water dragen, waterpistoolschiet. Na de limostop: wagenrace, steltlopen,  rivierslingeren, limbodans, lassowerpen, schat in het Zilvermeer, boom tot boom, palenrace. Klaar maken voor de gezellige avond: uitzoeken muziek en kleding voor de pleebeksjow. Warm eten (patat met kroket o.i.d.). Start bonte avond. Hahti heeft een 50-tal glazen potjes, waar we waxinelichtjes in zetten, sfeertje) Pleebeksjow, de enige echte dus!!!! Er is een spot voor het toneel, video en onze D.J. Chil gaat helemaal uit zijn dak!!!

Zaterdag: Opstaan, ontbijt, spullen pakken en buiten neerleggen. De welpen worden in groepen mee- genomen om het veld te “schonen”, daarna spellen naar eigen inzicht van de leiding. De eerste ploeg welpen gaat onder leiding met de kar met spullen naar de weg en na het afladen gaat de tweede ploeg naar de weg. De leiding moet de welpen rustig houden (is erg moeilijk) en geeft ze aan de ouders mee. Nadat alles schoongemaakt is, geven we de sleutel terug aan de beheerder. De thuisreis A anvaarden en spullen uitladen in het clubhuis. ALLEMAAL BEDANKT!!!
 


Zomerkamp 1991

Venlo,  6 juli – 13 juli

Hordes: Bestevaerhorde en Julianahorde
Teamleider: Roel Voigt (Hahti)
Leiding: Coen Huigen (Misja), Jack Haasnoot (Jacala), Simon Visser (Kaa), Dirk Elsgeest (Nag), Babeth v.d.Plas (Bagheera), Corina Koning (Wontolla), A. van Duijvenbode (Rikki), Esther Ketting (Raksja), Jan Brussee (Chil), Hennie Zuiderduijn (Sahi), Stefan van Vreedendaal (Rama),
 Marlies Haasnoot (Mang)

Deelnemers
Darco V.
Simon Kuyt
David Kuyt
Pieter Guyt
Gijsbert
Dirk Kuyt
Joost van Rooyen
Jan v.d. Plas
Jasper Heemskerk
Jan Pieter
John v.d. Plas
Cornelis
Gerrit
Arthur de Haas
Nico
Pieter van Delft
Robert Haasnoot
Tristan van Rijn
Jan Paul van Houten
Martijn
Michiel
Daniel
Jaap 
Joost Brandsma
Cees v. Lopik
Dirk v. B.

Programma: (Kampprogramma)

Thema: Ali Baba en de 40 Rovers
ALI Baba: Jacala, Cassim Baba: Misja, Morgiana: Bagheera, Aladin Baba:Rama, Roverhoofdman: Kaa, Zijn vrouw: Wontolla, Moestafa: Nag, Fatima: Raksja, De rovers: Hahti, Rikki, Chil.

Zaterdag: Leiding verzamelen op station Den Haag. Aankomst station Venlo. Na aankomst kampterrein spullen uitladen; installeren slaapzaal. Voorlezen huishoudelijk reglement en corveelijsten. Nadat we klaar zijn met deze aktie trekt er plotseling een mistbank over het veld en uit de nevelen doemt een Arabier op, die als hij ons gezien heeft ons tegemoet komt en zich voorstelt als Cassim Baba. Hij is op zoek naar zijn broer Ali Baba en vraagt of wij hem misschien gezien hebben. In de verte horen we iemand roepen: “Cassim, waar ben je?” Cassim geeft onmiddellijk antwoord en roept: “Hier Ali, ik ben hier!. Daar komt een tweede Arabier aanhollen en Cassim stelt hem vol trots voor als zijn broer Ali Baba. Hij roept opgewonden: “Cassim kijk eens wat ik hier heb” en vol trots laat hij ons zien wat er in zijn hand verborgen was: Een heuse goudklomp. Hij vertelt, dat hij een groep rovers is gevolgd naar een soort grot, welke open en dicht ging door: “Sesam open U en sesam sluit U” uit te spreken. Toen de rovers weg waren is hij naar binnen  gegaan en hij viel ondersteboven van de schatten, die hij daar zag. Als bewijs heeft hij een  goudklompje meegenomen. Cassim wil natuurlijk gelijk naar de grot toe, maar Ali Baba zoekende in al zijn zakken roept dan uit: “Ik heb de kaart, die ik gemaakt hebt verloren, Cassim wat nu?”
Cassim is boos en om de opkomende ruzie te sussen, stellen wij voor om te helpen zoeken. De broers stemmen na enig aandringen hierin toe, maar voorwaarde is wel, dat wij precies doen wat de broers ons opdragen. 40 rovers is een bende, die wij zelfs niet aankunnen. We zullen onze toevlucht moeten zoeken tot een list. Aangezien Ali Baba als een razende heeft gelopen is er af en toe een stukje van zijn jasje aan de struiken blijven hangen, dus dat spoor moet eenvoudig  terug te volgen zijn. Als we vlakbij de grot zijn roept Ali Baba “Stil we zijn er bijna, ik ruik de grot al” Wij moeten dus snuffelend van boom naar boom het laatste stuk afleggen. Onderweg zijn we op  het pad regelmatig stukjes kaart tegengekomen, welke we natuurlijk meenemen. Na het eten zetten we de kaart in elkaar. Op elke post is een tekening, waarop een gedeelte van  de kaart is aangegeven. Ten slotte is de tekening compleet en kunnen de groepen vergelijken of er geen fouten zijn gemaakt. Aansluitend: Balletje trap.

Zondag: Aandacht. Ali Baba komt in paniek bij ons binnen stormen en roept: “ Mijn broer Cassim is  verdwenen, denken jullie dat hij al op zoek is naar de schat.?” Wij weten uiteraard van niets, maar als wij buiten zijn aangekomen roept Ali Baba: He, ik zie daar een stukje stof van de jas van Cassim, we hoeven alleen maar het spoor te volgen ,dan vinden we hem vanzelf. We gaan dus op weg met z’n allen. Na het eten vangen we de tocht aan. We zien de rovers bij een boom zitten. Plotseling staan de rovers op, we bevrijden Cassim. Hij moet tijdelijk onderduiken bij Moestafa In Perzie. DDT. Balletje trap / woestijnrovers. Postenspel: zandtekeningen maken, oosterse wasco, ecoline tekeningen, waterkruiken maken, vliegengordijnen maken. Na het warm eten: tulbandrace, waterpijprace, Arabische hengsten, dweil hockey, kleurendief.

Maandag: We horen stemmen buiten. We zien Moestafa met een gevaarlijk uitziend heerschap praten. Enkele goudstukken verdwijnen in de zak van Moestafa. We mogen niet laten merken, dat we dit gezien hebben, tegen 40 rovers kunnen we niet op. Ali Baba en zijn zeer knappe slavin Morgiana komen met het idee om het clubhuis te camoufleren. We verzamelen losse takken en stellen deze rond het clubhuis op. We gaan goud / zilverstukken maken. Ali Baba oppert het idee om die om te wisselen met de echte en ook dienen er geldbuidels gemaakt te worden. Morgiana komt met grote schrikogen binnen en zegt, dat de rovers op de loer liggen. Ali Baba heeft alweer een idee, we moeten de rovers in de val lokken, we moeten dus drie vallen maken: valkuil graven en bedekken met gras o.i.d., touwval aan boom met lus op de grond, vangnet in boom met contragewicht. Ali Baba gaat op weg om de rovers in de val te laten lopen. Dit lukt wonderwel en als alle rovers in de val zitten, storten wij ons op de onverlaten en binden ze stevig vast. Zo, die zullen hun gerechte straf niet ontlopen en ze gaan voor de rest van hun leven achter de tralies. Morgiana komt na het eten binnen met een brief, ze kan hem niet lezen, want het is maar een raar taaltje, dat spiegelschrift. We gaan in groepen proberen de brief te ontcijferen. Het is een brief van de roverhoofdman en zijn vrouw merken we, als we de oplossingen met elkaar vergelijken.Hij zweert bloedig wraak te nemen, omdat we zijn rovers in de pan gehakt hebben. Ali Baba en Morgiana zullen proberen een list te verzinnen.

Dinsdag: Arabische markt: waarzegster, Goemala Boemala, blikken gooien, spijkers poepen, Oosterse voorwerpen, Oosterse reuk-kim, waterpijpen, frisbee gooien, ballon scheren, Arabische zandkoeken, dartspel, vazen schilderen. ’s Middags naar het dorp. ’s Avonds postenspel: tekeningen maken, slangen bezweren, sjaal maken, Arabische spijker met koppen.

Woensdag: We gaan Oosterse kleding maken. Aansluitend 4-ploegen voetbal. Ali Baba komt langs met zijn  Morgiana . Hij komt ons zijn zoon Aladin voorstellen. Aladin heeft in de stad een winkeltje, waarin hij zijden sjaals verkoopt. Hij vertelt ons, dat hij een nieuwe vriend heeft gemaakt, een man die naast zijn winkel een winkel in Oosterse tapijten heeft. Nu heeft, die man gevraagd, of hij een keer met zijn vrouw mag komen eten. Ali Baba heeft daar geen problemen mee en  nodigt de welpen ook uit. Voorwaarde is dat we wel oosters gekleed dienen te verschijnen. Aansluitend 10 postenspel: Arabisch touwtrekken, hindernisbaan, kogelkoppen, verspringen (mag ook dichtbij zijn), hoogspringen, speerwerpen (met darts), cross country, Arabische boomstamslepen, limorace, doelschieten. ’s Avonds: sluipspel, levend dierenstratego,  dierengeluidenspel.

Donderdag: Naar het zwembad. ’s Avonds komen Ali Baba en de gasten aanlopen voor het eten. Morgiana vertrouwt de gasten niet, ze roept samen met Fatima de welpen bij elkaar. Ze weet zeker, dat de gasten de roverhoofdman en zijn vrouw zijn. Fatima heeft een idee: tijdens het eten zal zij met Morgiana een oosterse dans uitvoeren en op een afgesproken teken grijpen zij de twee vast en met behulp van de welpen worden de twee vastgebonden. Ali Baba springt woedend op: zo behandel je gasten niet! De gezichten klaren echter op, als Morgiana een dolk onder het hemd van de roverhoofdman vandaan haalt. Dus toch! Alles is goedgekomen, er moet groot feest gevierd worden. Aladin is zo blij, dat hij van de Gelegenheid gebruik maakt om zijn vader te vragen, of hij met Morgiana mag trouwen. Ali Baba kan dit niet weigeren. Besloten wordt, dat het bruiloftsfeest morgenavond zal plaatsvinden. Aladin mag nu een Arabische tombola rganiseren (wij noemen zoiets een bingo). BINGO! We draaien 3 rondes en Aladin presenteert deze.

Vrijdag: Postenspel: sambaballen maken, tulband maken, bloemen vouwen, slingers maken, bruiloftslied maken, bruiloftskaarten maken. Voorbereidingen treffen voor de “Plee bek sjo” : muziek uitzoeken, kleding uitzoeken, instrumenten uitzoeken, oefenen. Huwelijksceremonie (Hahti vervult de taak van ambtenaar van de burgerlijke stand.)Wij bieden Ali Baba onze “Plee Bek Sjo” aan. Hij en zijn gasten genieten daar zo van, dat ze na afloop iedereen een goudklompje meegeven als aandenken aan ons verblijf in het land van 1000 en 1 nacht.

Zaterdag: Opstaan, wassen, spullen inpakken. Ontbijt. Balletje trap of stratego. Vertrek per trein van Venlo naar Den Haag. Na het vertrek van de leidingsleden en de welpen blijven de kwartiermakers achter om te schoonschippen. Ten 16.00 uur zijn ze terug in katwijk en dan kunnen de ouders de bagage uit de vrachtwagen halen.
 


Zomerkamp 1992

Zeist, 11 - 18 juli

Hordes: Bestevaerhorde en Julianahorde
Teamleider: Roel Voigt (Hahti)
Leiding: Jack Haasnoot (Jacala), Kees van Duyn (Tha), Jan Brussee (Chil), Babeth v.d.Plas (Bagheera), Louis Brussee (King Loui), Esther Ketting (Raksja), Hennie Zuyderduyn (Sahi),  Stefan v. Vreedendaal (Rama), Corina Koning (Wontolla), Martijn Voigt (Mor), Saskia Sieders (Baloe), D. de Best (Dhole), H. den Besten (Tabaqui).

Programma: (Kampprogramma)

Thema: Kapitein Haak en Piraat Euze
Kapitein Haak: Jacala, Donderwolk:Rama, Piraat Euze: Wontolla, Knecht Haai:Chil), Eukalypta: Bagheera, Morgensther: Raksja, Rovers: King Loui, Mor, Sahi, Tha, Baloe.

Zaterdag: Openen van het kamp, vlaghijsen, omgeving verkennen. We zien Haak enz. in het bos lopen, we bemoeien ons er niet mee. Wel komen we het spoor tegen en besluiten dit te  volgen, aan het eind van het spoor op een open plek zien we Donderwolk zitten, als hij ons in het oog krijgt rent hij als een speer weg. Wat heeft dit te betekenen? We gaan terug naar de blokhutten. We vinden een fles met een kaart erin. We maken de fles open en bekijken de kaart. Plotseling komt er iemand aanlopen en die ziet de fles en kaart. “Dat is van mij”, brult de man. “Wie bent u dan wel”, vragen we hem. Hij stelt zich voor als Kapitein Haak en verzoekt ons hem de kaart terug te geven. Dat kan, maar voor niets gaat de zon op. We stellen Haak voor ons iets te vertellen over de zeilschepentijd. Hij stemt daarmee in en komt met een soort quiz op de proppen met allerlei scheepstermen. De leiding helpt natuurlijk de welpen en dan neemt Haak afscheid en gaat met zijn fles het bos in. We volgen hem niet, want… Het is tijd van schaften! Piratengeluidenspel: scheepsbel,  kanonschot, wind, piratenpapegaai, scheepsrat, scheepskat, houten poot, rinkelend geld, pistoolschoten, matroos, meeuw. Aansluitend doen we een avondtocht in het bos (zaklamp mee). We zoeken naar evt. rovers. We doen ook iets aan de survival of the fittest.

Zondag: Aandacht. Kapitein Haak en knecht Haai komen langs en vertellen, dat ze op zoek zijn naar de schat. Ze hebben onze hulp niet nodig. Als we weer binnen zijn horen we…KNAL! We treffen Kapitein Haak en knecht Haai bewusteloos aan. We brengen ze bij. Haak vertelt, dat ze zijn neergeslagen. De kaart is weg! We gaan nu samen zoeken. We komen een vrouw  tegen Eukalypta. Zij zegt volg het raadselspoor. Aan het eind van het spoor vinden we een brief:” Ga terug, wij zijn ver in de meerderheid” was getekend Donderwolk en Piraten. We gaan terug naar het kamp. Piratenjacht=jagerbal en piratenstratego. ’s Avonds piratenloopspel.

Maandag: Creatief postenspel: zandtekeningen maken, ecoline tekeningen maken, raadsels oplossen, flessen schilderen, luchtschip maken, piratenkaart maken. We gaan kapitein Haak en zijn  dochter Morgensther helpen zoeken naar de schatkaart. Tijdens deze tocht wordt Morgensther ontvoerd. Kapitein Haak wordt onwel van opwinding. We dragen hem naar het kamp. Eukalypta brouwt een vies drankje. Haak drinkt dit en komt weer tot leven. We bieden aan om  hem te helpen. Hij geeft nu het onvergetelijke commando; “Oorlam voor alle hens”. Om te bewijzen, dat we niet bang zijn en tot grote fysieke prestaties in staat zijn: De stormbaan!! ’s Avonds komt Kapitein Haak aanlopen met zijn grote bazin: Piraat Euze. Ze ontsteekt in  woede, als ze hoort wat er is gebeurd. We bieden aan te helpen. Piraat Euze vindt, dat we  ons eerst moeten bewijzen. Piratenbehendigheidsspel een estafetterace. Piraat Euze neemt ons aan op voorwaarde, dat we nog veel oefenen.

Dinsdag: Piraat Euze, Kapitein Haak en Knecht Haai komen ons opleiden tot matroos in een postenspel: Geweer schieten, pak de schatkaart, knopen en splitsen, touwladder / mastklimmen, zeil hijsen, piratenkleding maken. ’s Middags: Alle hens voor de boeg, we gaan naar het dorp. ’s Avonds komen piraat Euze, kapitein Haak, knecht Haai en Eukalypta. Deze laatste kijkt in haar kristallen bol en ziet waar het roverskamp precies ligt. Uiterst stil gaan we op weg. We vinden Morgensther vastgebonden aan een boom. We maken haar los. Ze vertelt, dat de rovers op zoek zijn naar de schat.Zij heft kans gezien om de helft van de kaart in te pikken. Hierdoor kunnen wij ook niet op zoek naar de schat. We gaan terug naar het kamp.

Woensdag: Highlandgames: mastwerpen, nagelbank slaan, plunjezak lopen, pijl gooien, kruitzak gooien, verspringen, boegsprietmeppen, kuildek loop, doedelzak blazen, kruitvat tillen. We gaan het roverskamp overvallen. Morgensther wil als lokaas fungeren. Bij het kamp maken we de  omtrekkende beweging. De rovers vluchten het bos in. Ze verliezen de helft van hun kaart! In een goede stemming gaan we terug naar ons kamp. Creatief postenspel: kampherinneringen maken, schatkaart maken, schatkist maken, oegbeelden maken. ’s Avonds: Het dopen der groenzoeters, onder supervisie van Kapitein Haak en Piraat Euze.

Donderdag: Afmars naar het zwembad. ’s Avonds: Bonk! Er knalt iets tegen de deur. We zien een grote dolk in de deur: Er zit een briefje om de dolk. Van Donderwolk an de wellepe: Jullie motte het niet te gek maken. We sijn goet bewapent en jullie motte niet denke dat je ons ken dwarsbome. As jullie so doorchaan valle er klappe. Het mot dus afgelope wese. Ga terug naar huis en laat ons met rust! Piraat Euse zegt, dat we nu meteen op zoek naar de schat moeten gaan. We vinden na lang zoeken de schat. Daarbij een grote voorraad versnaperingen en oorlam.

Vrijdag: Piraat Euze zegt, dat wij de door ons gemaakte (valse) kaart in handen moeten zien te spelen van de rovers. We gaan op pad en als we zeker weten, dat de rovers ons volgen verliezen we de kaart. We gaan terug naar het kamp. Ontspannende spellen: water naar de zee dragen, ballon scheren, ballon trappen, spijker poo-eppen. Het grote middagspel. ’s Avonds: we zijn het zat, we hebben de hele week last gehad van de rovers. We overvallen de rovers en nemen ze gevangen.  Piraat Euze kent de ontslechtingsmethode, daarna vieren we feest. Kampvuur, zingen, schetsches.

Zaterdag: Opstaan, ontbijt en inpakken. Nog enkele spelletjes. Vertrek naar station voor thuisreis.
 


Zomerkamp 1993

Delft, 3 juli – 10 juli

Hordes: Bestevaerhorde en Julianahorde
Teamleider: Roel Voigt (Hahti)
Leiding: Jack Haasnoot (Jacala), Saskia Sieders (Baloe), Kees van Duyn (Tha), Mark Barnhoorn (Darsee), Xander Wouda (Rikki), Stevan van Vreedendaal (Rama), Martijn Voigt (Mor), Esther Ketting  (Raksja), Jan Brussee (Chil), Louis Brussee (King Loui), H. den Besten (Tabaqui), D.de Best (Dhole)

Programma: (Kampprogramma)

Thema: Chinezen
Politieagent: King Loui, Charly Chan: Chil, Dief: Jacala, Diefjesmaten: Darsee en Tha

Zaterdag: Aankomst welpen. Openen, vlaghijsen, en voorlezen kampregels, de tijd een uur terug zetten. Inleidingsspel: Siamees voetbal, Doe de hinkel hop, Volleybal, Alle handen vast. Tijdens dit laatste spel zien we een agent lopen , met daarachter een Chinees. Zij zoeken kennelijk iets. De agent vraagt: “Wie zijn jullie, wat doen jullie hier?” Hahti: “Wij zijn de  welpenhordes van de Katwijkse Zeeverkenners”. Na het Diner volgt ’s avonds de schoonheids- wedstrijd, het problemenspoor en het douanespel.

Zondag: Aandacht. Balspelen: stand de bal, jagerbal, vaktrefbal. De agent komt ten tonele en vertelt wat er aan de hand is. We doen een speurtocht. ’s Avonds: De ninjabaan: Bami jump= touwtje springen matten kruip, satehstok loop=steltlopen, ninja glijden=kabelbaan, chinese apen klim=buikschuif, mihoen slingeren= aan touw slingeren, riksja rijden= steekwagen met gewicht slepen, chinese muur lopen=evenwichtsbalk lopen.

Maandag: De agent komt langs en ja hoor Charly is weer van de partij. In onderling overleg besluiten we
 tot het organiseren van een Chinese dag: teen slippers maken, Chinese hoeden maken,  lampions maken, kimono’s maken, drakekopje met rietje. ’s Middags: Chinese markt: drakenkop schieten, jongleren, Chinese drakenspel, satehballen gooien, satehstok gooien, hoelangiseen Chinees, poepchineesrace=koekhappen, Chinese stoffer race. Limostop + Chinees gelukskoekje. Chinese hut bouwen. ’s Avonds: Chinese dropping.

Dinsdag: De agent en Charly Chan komen weer langs. Na het eensluidend NEE! gaat de agent weer weg. Op aanraden van Charly Chan gaan we ons bekwamen in wat Chinese behandigheids- spelletjes: Chinese draken, Chinese vuurpijlen=variatie Hollandse leeuwen, Chinese estafette, Chinees voetbal. Na de lunch gaan we naar het dorp. Na het avonddiner: Groot Chinees- postenspel: Chinese ballontrap, Chinese limorace, Chinese diamantrace, Chinese eieren gooien, Chinese kruiwagenrace, Chinese scherpschutters.

Woensdag: Politietraining: waterpolitierace, verkeersspel, kaarsen uitgooien, speurneuzen, water-duinrace, zoek de dief, politie bij nacht=soort kimspel, het oor van de politie=hoorspel, 06-11=EHBO post, politiepettenrace= variatie op helmenrace. ’s Avonds: uitreiking politiecertificaat, aansluitend speurtocht.

Donderdag: Na de inspectie klaar maken voor zwemmen. De keukenploeg moet uiteraard geholpen worden met het klaar maken van de broodberg. ’s Avonds: Chinees loopspel.

Vrijdag: Daar komt de agent weer aansloffen.Hij is erg droevig. Wij spreken af na de rust ’s middags hem te helpen om de dieven te vangen. Aansluitend doen we wat balspelen: voetbal, slagbal, volleybal, trefbal, jeu de bal. We volgen het uitgezette spoor samen met de agent en meneer Chan naar de hut. De diefjesmaten worden gevangen genomen. De dief komt naar buiten en daagt ons een van  ons uit met hem op leven en dood te vechten. Meneer Chan zet zijn hoed af, trekt zijn jas uit en  stroopt zijn mouwen op en na eeen verwoed gevecht zien we de dief naar buiten strompelen. Meneer Chan haalt nog een keer vernietigend uit en de dief ligt voor lello! De agent slaat de dieven in de boeien en in triomf gaan we terug naar ons kamp. De dief vertelt na stevige ondervraging waar de diamant is. De agent en meneer Chan nemen de boeven mee en beloven om 20.00 uur weer terug te zijn. Dat zijn ze ook en vol trots tonen ze ons de diamant.
 Wij krijgen het politie diploma en de bonte avond gaat van start met het voorstellen van de  spelers. Nadat de dieven beterschap hebben beloofd, spelen ze met ons mee.

Zaterdag: Inpakken, ontbijt, diverse spellen, kampspullen inladen in de vrachtauto. De welpen worden afgehaald. Afreizen richting Katwijk. Na aankomst alle spullen gelijk naar de zolder en ons hok opruimen.
 


Zomerkamp 1994

Venlo, 16 juli – 23 juli

Hordes: Bestevaerhorde en Julianahorde
Teamleiders: Roel Voigt (Hahti)
Leiding: Esther Ketting (Raksja), Louis Brussee (King Loui), Arjan van Duivenvoorde (Kaa), Marjolein Pen (Sahi), Arnold van de Gugten (Bagheera), Mark Barnhoorn (Darsee), Kees van Duyn (Tha), Xander Wouda (Rikki), Dirk Elsgeest (Nag), D. de Best (Dhole), Saskia Sieders (Baloe).

Programma: (Kampprogramma)

Thema: Tusaga Saritsj
 Tusaga Saritsj – Brullende Buffel – Pa /Opper = King Loui
 Maki Moteh - Stampend Paard – Zoon = Chil?
 Apanatschka – Huppelend Hert – Dochter = Sahi
 Mosquetesha – Wiegende Beer – Schoonzoon = Darsee
 Saskimashka – Ratelende Slang – Medicijnvrouw = Baloe
 Four Eyed Jack- Vieroog – Hoofdbandiet = Kaa
 Ugly- Lelijk- Bandiet  = Rikki
 Jerms- Bacterie (ziekte)- Bandiet = Tha

Zaterdag: Verzamelen welpen op station bij welpenvlag. Met de trein naar Venlo. Openen + vertellen regels. Omgeving verkennen. Kringspelletjes: krantenmep, lummelen, flipperkast. Hardlopen, ehendigheidsparcours. Dierengeluidenspel.Wij vinden op ons terrein een speer. Niemand weet van wie die speer is. We hangen een briefje op met de vraag, of de eigenaar zich bekend wil maken. ’s Avonds zien we dat een als Indiaan verkleed persoon de speer weg komt halen.

Zondag: Aandacht. Apaches en Athabasca’s (ratten en raven), Indiaanse poema’s( hollandse leeuwen). Ineens staat de persoon, die we de vorige avond de speer hebben zien weghalen voor ons. Het blijkt een echte Indiaan te zijn: Mahki Moteh (Stampend paard). Hij heeft de speer neergezet om de blanken af te schrikken. Wij zijn verontwaardigd, we willen hem en zijn stam helpen. Hij moet dit eerst overleggen met het opperhoofd Tusaga Saritsj en de raad van stam oudsten. Voordat Mahki Moteh weg gaat legt hij aan ons eerst nog even het principe van een natuurspoor uit. We lopen in 4 groepjes ieder een ander spoor (klaverspoor). Indiaanse stokgevechten in 2 ringen, lasso trekken, jagerbal, 4 velden trefbal. ’s Avonds: stand de bal, Indiaanse sluipkunsten, Nachtwacht: Ik ben de nachtwacht en de klok heit 19 in dit geval moet nr. 19 een dierengeluid na doen.

Maandag: ’s Morgens komt het opperhoofd Tusaga Saritsj met zijn dochter Apanatschka en zijn zoon Mahki Moteh en vertelt ons, dat de raad van stamoudsten het goed keurt, dat wij hun helpen. Het opperhoofd vertelt een legende over de goudschat van de Atabasca’s. Blanke honden  ontdekten, dat de stam veel goud bezat. Om van de problemen af te zijn ging de stam op zoek naar andere jachtgronden. Sinds een paar jaar zijn we weer terug op onze oude jachtgronden, maar er zijn toch weer blanke honden achter ons aan gekomen. We beloven nogmaals, dat we zullen helpen, maar Tusaga Saritsj staat erop, dat we nog meer vaardigheden leren. Creatief circuit: indiaanse armband maken, kralen verven, vinger verven op lakens, keukenpost: vuurwater en maiskoeken, stempelen (medicijn buideltjes), muziekinstrumenten  maken, ’s Middags naar het dorp. ’s Avonds: Indiaanse stormbaan , crosscountry.

Dinsdag: Door Mahki Moteh worden ons wat vaardigheden geleerd, die ons betere Indianen zullen maken, zoals het bouwen van een wigwam, het sluipen door het bos, het volgen van een takken spoor  en het herkennen van dierengeluiden. ’s Middags komt Tusaga Saritsj samen met Mahki Moteh in paniek aangerend, want Apanatschka is door bandieten gevangen genomen. We gaan haar  zoeken. We volgen het spoor van reepjes van haar jurk. Ineens stopt het spoor en moeten we terug naar het clubhuis. Indiaanse vijfkamp: hardlopen, verspringen, flessenvoetbal, kruiwagen- race, ballon-behendigheids-trap. ’s Avonds als Mahki Moteh en de man van Apanatschka: Mosquetasha komen om ons te waarschuwen voor de bandieten floddert er een brief om een steen gewikkeld. Op die brief staat: “Wij hebbe die indiane griet en we willen weten waar de  sgat leg”. De twee Indianen besluiten de steengooier achterna te gaan en te kijken, of ze de schuilplaats van de bandieten kunnen vinden. Balspelen: stand in de bal, 4 velden trefbal,  jagerbal, voethonkbal. Vossenjacht.

Woensdag: ’s Morgens komt Tusaga Saritsj met zijn zoon en schoonzoon langs en vraagt, of wij willen helpen om zijn dochter te bevrijden. Als we bij de schuilplaats van de bandieten aankomen vluchten ze weg, maar ze kunnen Apanatschka niet meenemen, want die wordt door een aantal welpen beschermd. Na terugkomst: wormenstampen: met z’n allen in een grote kring gaan staan en na div. oefeningen op elkaars knieën gaan zitten. Div. tikspelletjes: beelden- tikkertje, vaste scharen losse scharen. ’s Middags komt Tusaga Saritsj samen met de  medicijnvrouw van de stam:Sashkimaskha langs om de zegen te vragen aan de Indiaanse goden. Natuurlijk komt er witte rook tevoorschijn en we worden geaccepteerd als Atabasca’s. Tikspel: water-spons-vuur. Dia-spel: een groepje in een bepaalde pose zetten, die bijv. een beroep uitbeeldt. ’s Avonds komen Mahki Moteh en Mosquetesha langs om met ons  mee te doen als we gaan sporten in indiaanse stijl met speerwerpen, boogschieten, pijlwerpen, lassowerpen, hoogspringen, hindernisbaan, sprint.

Donderdag: Naar het zwembad. ’ s Avonds komt de medicijnvrouw Sashkimasha met Tusaga Saritsj en Apanatschka langs om ons de schat van de Athabasca’s te laten zien, waarna wij ons na een vermoeiende tocht clubhuiswaarts treden. Er wordt ons wel om de strengste geheimhouding gevraagd. Aansluitend diverse balspelletjes en kringspelletjes.

Vrijdag: Voorbereidingen op Pleebek sjo. Afgewisseld door div. kleine spelletjes, zoals Indiaanse Poema’s stand de bal, wormenstampen. ’s Middags komt Apanatschka langs en vertelt ons, dat Mahki Moteh en Mosquetesha de bandieten gevonden hebben en ze volgen. Wij hoeven alleen maar het spoor van de takjes te volgen om vervolgens aan het einde de bandieten gevangen te nemen. We  vinden de bandieten en omsingelen ze, de bandieten proberen nog te ontsnappen, maar dat heeft geen enkele zin en na een korte vechtpartij geven ze zich over. Terug op het kampterrein zien we Tusaga Saritsj, die ons uitnodigt tot het bijwonen van een echt Indiaans kampvuur. Bij het kampvuur worden de bandieten gedwongen hun leven te beteren en verder te leven als eerlijke mensen. Dan wordt er pas echt feest gevierd. Afsluiten zomerkamp en terugzetten klok.

Zaterdag: Opstaan, ontbijt, inpakken. Spelletjes met de welpen in het bos. Vertrek. Bij terugkomst op het clubhuis helpt een ieder gelijk met het opruimen van de kamp-zooi.
 


Zomerkamp 1995

Best, De Blokhut, Boslaan 11, 23 juli – 30 juli

Hordes: Bestevaerhorde en Julianahorde
Teamleider: Roel Voigt (Hahti)
Leiding: Esther Ketting (Raksja), Louis Brussee (King Loui), Arjan van Duyvenvoorde (Kaa), Xander Wouda (Rikki), Bernhard Klok (Rama), M. v.d. Mey (Nagaina), Mark Barnhoorn (Darsee), Kees van Duyn  (Tha), M. Ketting (Mang), Mark Ruis (Sambhur), G. Verdoes (?), Nag (Dirk Elsgeest), Kaa (Arjan v. Duivenvoorde)

Deelnemers
Gert Jan van Baaren
Jacco van Beelen
Pieter Dreef
Marco van Duyn
Stephan van Duyn
Sjoerd van Egmond
Maarten Eldering
Dennis Foen a Foe
Arie Haasnoot
Alex Heemskerk
Jeroen Hoek
Matthijs Hoek
Cees de Jong
Nijs Koorevaar
Dirk Jan Kuyt
Willem Kuyt
Corne v.d. Kwaak
Jacob v.d. Mey
Wouter Minnee
Niels v.d. Plas
Vincent Pullens
Gerald Ravensbergen
Marten Jan van Rijn
Robert van Rijn
Mark de Vreugd
Jeroen Wassink

Programma: (Kampprogramma)

Thema: Mummies
 Julius Ceasar: Kaa, Cleopatra: Raksja, “Zieke bediende”: Rama, Geneesdinges: Mang, Amenhotep III: King Loui, Mummie: Tha, Mammie: Rikki, Mommie: Nagaina,

Zaterdag: Vertrek van clubhuis Parnassia. In de bus wordt verteld, dat we komen logeren in de vesting van Julius Ceasar. Op het kamp worden we onthaald door Julius Ceasar en zijn bediende. Zij openen het kamp en vertellen het huishoudelijk reglement. Omgeving verkennen.  Egyptische spelletjes: Egyptische handballen, Egyptisch stokbalspel, Egyptisch voetballen, Egyptisch biljarten, Egyptisch waterzak dragen. Avondspeurtocht.

Zondag: Aandacht. Balspelen: Egyptische balstand, Egyptische trap, Egyptisch jagerbal. Snoepwinkel. Postenspel: zandtekeningen maken, piramide tekenen, papieren waterzak vouwen, Egyptisch gordijn maken van kralen, kleurendief, Egyptische quiz, Egyptische dokter Bibber. Cleopatra komt ons vertellen, dat haar vader Ptolemaios XII zijn praalgraf, zijn piramide wil bouwen op de plek van de vesting van Julius Ceasar (aaaaaaah, daar slapen wij al, als dit afgebroken wordt, waar moeten wij dan slapen, buiten? Of dit allemaal waar is weten we niet, dus gaan we onder leiding van Cleopatra het bos uitpluizen. Wij vinden in het bos: grafkaarten, goud, dodenmasker, potjes (met..en zonder zalf. Op die kaarten zien we waar die piramide ongeveer moet komen. Het is inmiddels etenstijd, dus we gaan terug en …eten!! ’s Avonds: Egyptische hindernisbaan: Egyptische apeklim, Koes koes springen, Nijlglijden, Papyrusloop, Egyptisch stofhappen, Egyptische taxirit, Sfinxloop, Nijl Gans slaan.

Maandag: Egyptisch postenspel: woestijnrace, kamelenhop, Nijlkrokodilwedren, Bedoeïenen behendigheid, stammen voetbal, mummificeren, stammenoorlog, Egyptische ballen tussen je benen race,  diabolorace. Snoepwinkel. Egyptische sluipkunsten. Egyptische semafoor: berichten aan elkaar doorgeven d.m.v. het semafoorsysteem. ’s Avonds gaan we op zoek naar hert praalgraf. We zien twee mummies met gekruiste staffen. Dit betekent, dat wij niet verder mogen. Er rust een vloek op als je ons toch voorbij gaat spreekt een van de mummies opeens. Wij wagen ons daar niet aan en  gaan terug. Een bediende van Cleopatra komt binnengehold. Hij vertelt ons, wat hij allemaal  gezien heeft, maar plotseling kan hij niet meer verder praten, dan gaat hij verder met hints.

Dinsdag: De bediende probeert een beetje te praten. Het lukt hem niet, ook zit hij helemaal onder het zweet. Er moet toch echt een geneesheer / dame bij komen. We moeten een briefje schrijven, maar wel in het Egyptisch natuurlijk. Cleopatra leert ons het hiërogliefenschrift op brooddeeg. De leiding zal hem bakken. Cleopatra zal een van de brieven op de bus doen. Later in de middag komt er  bericht. De geneesdinges kan morgenavond wel even langskomen. Naar het dorp. Diverse  balspelen.

Woensdag: Egyptische kermis: waarzegster, speergooien, kogelstoten, darten, ringsteken, stamspringen, hoefijzer gooien, koekhappen, spijkerpoepen, met krant muts afslaan, vijgen race (aardappel op race) De groepen tekenen: alles wat we meegemaakt hebben moet op 4 vellen A4 komen te staan, gekleurd en wel. ’s Avonds komt de geneesdinges langs. Hij/zij heeft kruid nodig, dat naast het graf groeit. We moeten er naar toe. Halverwege komen we strijders van Ptolemaios XII tegen, maar we kunnen ons nog net op tijd verstoppen. We gaan door het  graf, maar dit is onvindbaar. Plotseling komt Amenhotep III uit de boom gevallen. Hij vertelt ons, dat de geneesdinges een bedrieger is uit het rijk van Ptolemaius XII. Dat kruid wat wij  zoeken bestaat niet eens. Er komt dreigend gevaar, we moeten ons verstoppen. De strijders komen terug. Ze kunnen ons gelukkig niet vinden. We besluiten om terug te gaan naar het  clubhuis.

Donderdag: Zwemmen.’s Avonds komt de geneesdinges ( de nepperd) aanlopen. We mogen niet laten  merken, dat wij weten, dat hij nep is. Van de geneesdinges moeten we zalfjes op ons smeren om niet dezelfde ziekte te krijgen, als de bediende van Cleopatra. Hierdoor gaan we spontaan lopen als mummies. We moeten Amenhotep III zoeken. We vinden hem, maar hij wordt bestormd en gepakt door de mummies. We rennen naar het clubhuis terug en we verstoppen ons in de slaapzaal boven.We hebben de deur op slot gedraaid. Ademloos wachten we af. We horen iemand de trap oplopen. Het “leger” horen wij nog zeggen: “”Het is gelukt, ze zijn opgelost door de zalf!” Het leger denkt, dat we niet meer bestaan. We kunnen pas helder denken, als het leger echt weg is en daarna maken we nog een klein wandelingetje om het clubhuis.

Vrijdag: We moeten Amenhotep III bevrijden om zo meer informatie over de geneesdinges te krijgen. Een van de bedienden van Cleopatra heeft de schuilplaats van de mummies gevonden. Julius Ceasar besluit om dan maar gelijk daar naar toe te gaan. We bevrijden Amenhotep III, maar de mummies krijgen we niet te pakken. We besluiten om naar geneesdinges en de mummies te gaan. We omsingelen hen en nemen ze te grazen. Julius Ceasar besluit om de mummies en de geneesdinges mee te nemen naar z’n vesting en ze voorlopig even op te sluiten in z’n kerker. ’s Middags worden ze uit de kerker gehaald en verhoord. Na wat sterke argumenten van Cleopatra (die goed met taal kan omgaan) belooft de geneesdinges, dat hij Ptolemaius XII zal overhalen om het graf ergens anders te laten bouwen en dat hij zal helpen met verhuizen. Ook moet de  geneesdinges beloven, dat hij de mummies hun eeuwige rust zal laten vinden. Zo kwam alles toch nog goed. ’s Avonds: PLEEBEKSJO, afsluiten zomerkamp.

Zaterdag: Opstaan, ontbijt, inpakken. Vertrek per bus. Aankomst op Parnassia.
 


Zomerkamp 1996

Apeldoorn, Blokhutten Ordermolenweg 148a, 27 juli 1996 – 3 augustus

Hordes: Bestevaerhorde en Julianahorde
Teamleiders: Roel Voigt (Hahti)
Leiding: Arjan vanDuivenvoorde (Kaa), Louis Brussee (King Loui), Arnold van der Gugten (Bagheera), Cora van Beelen (Messoua), Andre Smit (Buldeo), Ewout Voigt (O), Eva van Duyn (Ko),  Willem Kuijt (Ferrao), Gerrit van der Bent (Mysja), Ben Klok (Rama), Kees van Duyn (Tha), Jose Winters (Wontolla), Jan Brussee (Chil), Dirk Elsgeest (Nag).

Deelnemers
Jeroen Bartelings
Jacco van Beelen
Martin van Beelen
Chris van de Bent
Stephan van Duijn
Mark van Duijn
Sjoerd van Egmond
Martin van Egmond
Dennis Foen a Foe
Jeroen Hoek
Christian Hoek
Jan Willem Kooyman
Daniel Kuijt
Willem Kuijt
Tonny Lukkien
Teus Mejan
Wouter Minnee
Hugo Ouwehand
Huig Ouwehand
Rene Ouwerkerk
Niels van der Plas
Gerald Ravensbergen
Marten Jan van Rijn
Robert van Rijn
Rogier van Rijn
Wouter Westendorp

Programma: (Kampprogramma)

Thema: Vikingen
 Saxegaard: King Loui, Torrixc: Buldeo, Aegirsson: Ferrao, Vlana: Wontolla, Aaricia: Messoua, Olaffsson: Bagheera, Blorixs: Kaa, Figurant 1:Tha, Figurant 2: Chil

Zaterdag: Vertrek van Parnassia naar Apeldoorn. Openen, regels vertellen, klok verzetten en de boel inrichten. Omgeving verkennen. Groepsspelletjes: dierenstratego, water-vuur-spons, ratten en raven. Zaterdagavond zien wij een meisje voorbij lopen en erg nieuwsgierig volgen wij haar. Zij loopt naar een beekje en maakt aanstalten om te gaan baden. Plotseling ziet ze ons en  schrikt hevig. Wij doen haar geen kwaad. We willen weten wat zo’n mooi meisje hier doet. Ze zegt de dochter van Saxegaard (Heerser der Bergen) te zijn en Vlana te heten. Zij vraagt wat wij in het gebied van haar vader doen. Wij leggen uit dat wij op zomerkamp zijn. Haar  aandacht verslapt en ze kijkt dromerig voor zich uit. Als een leidingslid vraagt, wat “Heerser der Bergen”, precies inhoud schrikt ze en stamelt enkele woorden. Saxegaard blijkt een zeer bloeddorstig man te zijn, die met ijzeren vuist regeert. Door de dood van zijn vrouw (10 jaar geleden omgekomen door een lawine) is hij veranderd. Als schuldige zaf hij Aegirs, de vader Aegirsson. Die heeft hij in een niet al te eerlijk duel verslagen. Vlana laat een ring zien. Ook haar geliefde heeft een amulet met dezelfde afbeelding, ze zijn dus voor elkaar bestemd.  Wij vragen wat het probleem is. Haar geliefde Aegirsson is de leider van de rebellen. Zodoende kunnen zijn nooit met elkaar trouwen. Natuurlijk bieden wij onze hulp aan. Zij kan daarover niet alleen beslissen. Zij zal proberen met Aegirsson in contact te komen.

Zondag: Na ontbijt schatkamer, bewaarder: Ferrao. Aandacht. Scandinavische behendigheidsparcours: zwaardestafette, sneeuwblazen, Noorse helmenrace. Na de lunch: snoepwinkel. Trollenspel: de groep wordt verdeeld in groepjes van 3 personen, elke groep krijgt 10 papieren trollen. Door  middel van een opdracht moeten ze al hun trollen zien kwijt te raken. Balspelen: stand in de bal, trefbal, slagbal. Er komt een vreemd uitziend figuur naderbij gelopen: Torrixc. Hij is aangesloten bij de rebellen van Aegirsson. Hij biedt ons zijn diensten aan. Hij schrikt, als wij hem vertellen van onze heldendaden in het verleden. Hij begint een beetje te stotteren en wil zo mogelijk weg. We besluiten hem in de gaten te houden. Avondspeurtocht.

Maandag: Diverse balspelen: nummerrugby, tikrugby,ontvoeren. Naar het dorp.Vlana en een zeer kloek  uitziende Viking( hij heeft wel continue zijn hand aan het gevest van zijn zwaard) komen op ons aflopen. Daarachter zien we een man gehuld in een wit kleed en met een grote witte baard op de grond gaan zitten. Vlana zegt wie de Viking is: Dit is mijn geliefde, de stoere Aegirsson. De man in het wit is zijn druïde Blorixc, die aan het bepalen is wie jullie zijn door de magische dobbelstenen te werpen. Aegirsson vraagt aan hem: “Druïde Blorixc wat zeggen de dobbel- stenen?” U kunt ze vertrouwen is het antwoord. We vertellen, dat we gisterenavond bezoek  hebben gehad van Torrixc. Vlana geeft een gil van schrik, ze heeft alleen met haar hofdames gesproken. Er is een verrader onder hen!! Onder indruk van de gebeurtenissen schenken Aegirsson en Vlana ons hun vertrouwen en beloven terug te komen om een plan de campagne te maken. Ze gaan weg en nemen de druïde mee. Na enige tijd zien we vreemde figuren in de bosrand: Vikingen. Plotseling zien we een man met een rode mantel, met naast zich de verrader Torrixc. Beiden kijken naar ons en maken woeste gebaren. Even later komt Torrixc naar ons toe. We maken hem niet wijzer. Een beetje teleurgesteld druipt hij tenslotte af en sloft het bos in. Aansluitend kampvuur.

Dinsdag: Noors pretpark: Druïde met pan (waarzegger), blikgooien, Noorse keukenpost, sneeuwschoenen- race, buikschuifbaan, gooi-de-bal-in-de-roos, schminken, tatoeëren, zeepbaan / touwtrekken, krachtmeting, paalwerpen.” s Middags: Sportkamp: kabelbaan, hardlopen, hindernisbaan, skilopen, waterrrace, loodsspel, potjesrace, ’s Avonds komt er uit het bos een vrouw aanlopen. Ziij stelt zich voor als Aaricia. Zij vindt ons (voornamelijk de welpen) er wel heerlijk mannelijk uitzien. Zij vertelt, dat ze al jaren verliefd is op Aegirsson en vraagt ons, of wij haar willen helpen hem voor haar te winnen nu Vlana in de macht is van Druide Olaffsson. Saxegaard is door het dolle heen, dat zijn dochter in het geheim Aegirsson liefheeft. Aaricia draagt ons op mee te helpen een val op te zetten voor Aegirsson. Ze gaat weg en zegt: “Doe wat ik zeg en maakt een veelzeggend gebaar onder haar keel. We besluiten de schuilplaats van Aegirsson te gaan zoeken. Na een moeilijke tocht duikt hij plotseling voor ons op. We leggen hem uit wat er aan de hand is. “Wat nu”, jammert  hij. We vragen hem morgenavond met zijn Druide langs te komen. Vlaggenroof en kampvuur.

Woensdag: Creatief Noors posten spel: vikingschip maken, Noorse masker maken, harnas maken, Noors  stripschilderij, Vikingpruik maken, amulet maken. ’s Avonds komen Aegirsson en Druide Blorixc  aangelopen. De druide heeft een drankje, dat ons onzichtbaar maakt. Het plan is gauw  gemaakt. We zoeken de verblijfplaats van Saxegaard op en bevrijden Vlana. In het bos zien we Vlana gebonden aan een boom staan, terwijl Druide Olaffsson de meest verschrikkelijke  bezweringen over het arme kind afroept. We zijn onzichtbaar en gaan eens stevig spoken. Saxegaard en Torrixc worden stevig aangepakt. Aaricia binden we vast. Druide Olaffsson is zo in trance, dat hij niet merkt wat er achter zijn rug aan de hand is. We bevrijden Vlana en  zetten Aaricia op haar plaats. We gaan er vandoor. Aansluitend blusspel met waxinelichtjes in glazen potten.

Donderdag: Zwemmen. ’s Avonds zijn Aegirsson, Vlana en Druide Blorixc tijdens het eten onze gasten. Na het corvee horen wij uit het bos een angstaanjagend gehuil. In de bosrand staan Saxegaard, Torrixc, Aaricia en Druide Olaffsson in stelling staan. Wat nu? Druide Blorixc gaat zo snel mogelijk de toverdrank klaarmaken en een poedertje om het viertal te ontslechten . We omsingelen het viertal, na het fluitsignaal storten wij ons op hen en binden ze vast. Het viertal krijgt het ontslechtingspoeder in hun keel gegoten. Na enige tijd wordt het geschreeuw minder en gaan ze huilen. We maken de touwen los en vertellen, wat er allemaal aan de hand is geweest. Saxegaard vrraagt aan Aegirsson:”Wat wil jij nu precies?” Aegirsson vraagt dan officieel om de hand van Vlana. Saxegaard lacht nu en roept: “ Bij Odin en Wodan, zo zij het, jullie krijgen mijn toestemming om te trouwen volgens oud Noors gebruik”. Torrixc stapt naar voren en vraagt de hand van Aaricia. Ook dit is bij Odin en Wodan goed en we stellen aan Saxegaard voor om morgenavond bij de aanvang van onze plee-bek- sjo de huwelijken te voltrekken.

Vrijdag: Voorbereidingen plee-bek-sjo. Thema –spel: Een ei hoort erbij. Een eiloop dus. Iedere deelnemer krijgt een ei, waarop je een merkteken zet. Tijdens het lopen (hollen) worden er opdrachten  gegeven. Tussen het lopen worden er allerlei spreekwoorden ingevoegd, waaraan een opdracht , of spel is verbonden. Na afloop kiezen de meeste deelnemers Eieren voor hun geld en willen het  felbegeerde “Eibewijs” in ontvangst nemen. ’s Avonds verbindt Saxegaard de vier in de echt en als klap op de vuurpijl vertelt Aegirsson, dat hij de weg naar het MORGENLAND heeft gevonden. Zij besluiten om allen daarheen te gaan en daar zullen zij nog lang en gelukkig leven, dat staat wel vast. Aansluitend worden de rolspelers voorgesteld aan de welpen en de Plee-bek-sjo neemt een aanvang.

Zaterdag: Opstaan, ontbijt, inpakken. Met de bus naar Parnassia.
 


Zomerkamp 1997

Lisse, 5 – 12 juli

Hordes: Bestevaerhorde en Julianahorde
Teamleider: Roel Voigt (Hahti)
Leiding: Arjan van Duivenvoorde (Kaa), Louis Brussee (King Loui), Willem Kuyt (Ferao), Arnold v.d.Gugten (Bagheera), Cora van Beelen (Messoea), Andre Smit (Buldeo), Steven Russchenberg(Phao), Kees van Duyn (Tha), Mark Ruis (Sambhur), Jose Elsgeest (Wontolla), Jan Brussee (Chil), Martijn Russchenberg (Mang), Ewout Voigt (O), Dirk Elsgeest (Nag).

Programma: (Kampprogramma)

Thema: Arabieren
Hofdame Ghalamisch: Wontolla, Prinses Ahgimne: Messoea, Prins Gashmirisch: Chil, Grootvizier Jaffirme: Tha, Paleiswachter: Sambhur, Paleiswachter: Phao, Paleiswachter: Buldeo

Zaterdag: Aankomst kampterrein Lisse. Openen, regels vertellen, klok verzetten en de boel inrichten. Omgeving verkennen / puzzeltocht. Na de routeverkenning rondom ons clubhuis zijn we weer terug op het veld. Aan een takje van een boom hangt een zakdoek waar met lippenstift  opgeschreven is: “Help me”. Ja, wat nou, help me? We besluiten er een briefje naast te hangen waarop staat dat we altijd bereid zijn om te helpen. Er gebeurt verder niets! Tulband-overgooi- match (volleybalwedstrijd met 4 groepen welpen).

Zondag: Tijdens het ontbijt zien we een gesluierde vrouw iets zoeken. Ze loopt naar de boom en haalt het briefje eraf. Wij lopen naar haar toe. We vragen wie ze is. Ze zegt Ghalamisch te heten en  vraagt wie we zijn. Ghalamisch is een hofdame van prinses Ahgimne. Deze prinses woont in de harem van Sultan Khodine. De prinses zit daar gevangen en moet doen wat de Sultan van haar verlangd. Soms mag ze uit de harem en mag ze door de paleistuinen lopen. Gisteren hing ze  haar zakdoek op om hulp te vragen om vrij te komen. Ze vroeg aan de hofdame om de zakdoek weer op te halen. We zijn verstomd. “Staat ons clubhuis in de paleistuinen van Sultan Khodine?” JA. “Zijn we in gevaar?” Als hij geen last van ons heeft niet. Maar, als we willen helpen? Mogen we er over nadenken? Ghalamisch zal proberen om morgen de Prinses mee te krijgen naar ons. Aandacht. Oosters postenspel: Oosterse kamelenrace, tulbandrace, oliepijpleiding maken. Postenspel: vliegende tapijtenspel, schminken & tatoo’s maken, olielampjes maken, limopost en moppentrommel, sultanzwaard maken, oosterse pantoffelrace. ’s Avonds krijgen we bezoek van  een aantal ridderlijke uitgedoste mannen. Ze vragen: “Waar is Prinses Ahgimne?” We houden ons van de domme. De paleiswachters gaan er weer vandoor. We praten nog een beetje na. Het is toch wel heel gevaarlijk, als wij ons hier in gaan mengen! Aansluitend: Speurtocht.

Maandag: Kamelenpoepwedstrijd. Robijnenspel: theorievragen d.m.v. elke groep 30 robijnen te geven. Ze moeten al hun robijnen zien kwijt te raken. Hebben ze de vraag, of opdracht goed gedaan, dan raken ze twee robijnen kwijt, minder goed 1 robijn en slecht dan krijgen ze 1 robijn. Naar het dorp. ’s Avonds zien we hofdame Gahalamisch met prinses Ahgimne ons pad oplopen. Prinses  Ahgimne vertelt ons, dat ze als enige heeft weten te ontsnappen uit het paleis. Ze woont op een geheime plek in het bos. Vandaar die paleiswachters van gisteren!! Ze vraagt, of wij haar willen helpen. Natuurlijk willen wij dat, maar hoe? Ze zal haar Grootvizier in vertrouwen nemen en hem deze vraag stellen. Nadat deze prinses verdwenen is, komt er een knappe jongeman aanlopen. Het is prins Gashmirisch. Hij is tot over zijn oren verliefd op de knappe rinses. Hij wil ons maar  al te graag helpen om zodoende zijn droomprinses te bevrijden. Hij zal spoedig weer langs komen.

Dinsdag: Postenspel: juwelentroon, 1001 nachtspel, zwevende tapijten gooien, dromedarisstaart trekken, lampgooien, hindernisbaan. ’s Middags: Weefstel maken, weven. ’s Avonds tijdens een speurtocht horen we stemmen. Hofdame Ghalamisch is in gesprek met een of andere bobo. Opeens horen  we de naam Sultan Khodine. De hofdame fluistert alles door aan de sultan. We horen, dat de  sultan ontzettend kwaad is, dat Prinses Ahgimne zijn vrouwen probeert te bevrijden, maar hij  vindt het nog erger, dat ze wordt geholpen door een stelletje kinderen, die in de paleistuinen bivakkeren. We haasten ons terug naar het clubhuis en proberen in contact te komen met Prinses Ahgimne of Prins Gashmirisch. Als we net binnen zijn in het clubhuis horen we weer de paleis- wachters aankomen. Ze zijn nog kwader. Ze bonken op de deuren en schreeuwen vreemde  leuzen. We worden toch wel bang en vragen ons af, of we hier wel mee door moeten gaan. Nog later kampvuur.

Woensdag: Na het ontbijt komt Prinses Ahgimne samen met Grootvizier Jaffirme. We vertellen haar wat er gebeurt is in de paleistuinen van haar sultan. De prinses valt flauw, maar wordt weer bij  gebracht. Op dat moment komt Prins Gashmirisch uit de bosjes gedoken en werpt zich aan  Prinses Ahgimne’s voeten. Hij vertelt haar hoe verliefd hij is. De prinses voelt zich gevleid en valt eigenlijk ook wel voor de prins. Jaffirme komt met het volgende voorstel: In plaats van het  bevrijden van al die hofdames en haremvrouwen moeten we Sultan Khodine van de troon stoten en Prins Gashmirisch en Prinses Ahgimne op die troon zetten. We ziin het roerend met de Grootvizier eens. Prins Gashmirisch biedt zijn diensten aan ons voor te bereiden op de strijd. Balspelen: volleybal, voetbal. Oud-oosterse spelen: Sultan-erger-je-niet (met welpen als levende pionnen, Vliegende tapijtenroof (vlaggenroof). ’s Avonds: speurtocht en kampvuur. Hofdame Ghalamisch en Sultan Khodine komen naar ons toelopen. De sultan spreekt ons ernstig toe. Hij zegt te weten van onze plannen, dankzij de spion Ghalamisch. Hij zegt, dat we  nooit van hem kunnen winnen en dat we nooit in een klap al zijn hofdames en haremvrouwen zouden kunnen bevrijden. Als ze weg zijn, zijn we blij, dat hij nog niet weet wat wij echt van  plan zijn.

Donderdag: Dagje uit. ’s Avonds: Prins Gashmirisch komt samen met Prinses Ahgimne en Grootvizier Jaffirme ons pad oplopen. Ze vertellen, dat de sultan en de hofdame samen met de gebruikelijke bewaking gaan genieten van een nachtelijke picknick. Ze zijn dan natuurlijk veel minder  beveiligd, dan in het paleis. Als we nu aanvallen, dan winnen we zeker. We besluiten met het  drietal mee te gaan. Op de picknickplaats aangekomen omsingelen we de groep. De oudste welpen maken lawaai, zodat de sultan en de hofdame vluchten in de armen van de jongste  welpen. De paleiswachters vallen natuurlijk de oudste welpen aan en verliezen de slag. Allen worden naar het clubhuis gebracht. Grootvizier Jaffirme dwingt de sultan ( met behulp van enkele spreuken) afstand te doen van de troon ten gunste van Prins Gashmirisch en Prinses Ahgimne. Dat doet hij nadat de spreuken zijn werk doen en hij inziet, hoe in en in slecht hij is. Hij zal zich terugtrekken in een houthakkerswoning diep in het bos. De paleiswachters zullen na hun ontslechting hun werk doen voor Prins Gashmirisch en Prinses Ahgimne. Alles is zo tot een goed einde gekomen. We worden uitgenodigd om morgen de kroning bij te wonen van de kersverse sultan en sultane van dit rijk. Ook de ex-sultan en ex-hofdame worden samen met de paleiswachters uitgenodigd. Aansluitend speurtocht: Op zoek naar Ali Baba en de 40 rovers( verloren smaragden /robijnen leiden ons naar de geheime schuilplaats van Ali Baba).

Vrijdag: Krant maken: Bagdad Dagblad. Voorbereidingen plee-bek-sjo: muziek uitzoeken, kleding uitzoeken, oefenen. Voor de aanvang van de bonte avond worden volgens een officieel ritueel Prins  Gashmirisch en Prinses Ahgimne gekroond tot Sultan en Sultane. Hierna worden de rollen bekend gemaakt en gaan wij genieten van een oergezellige bonte avond.

Zaterdag: Opstaan, ontbijt, inpakken. De welpen helpen mee de vrachtwagen in te pakken. Aankomst  ouders. Vertrek uit het clubhuis in Lisse.
 


Zomerkamp 1998

Venlo, De Blokhut, Schaapsdijk 52, 11 juli 1998 – 18 juli

Hordes: Bestevaerhorde en Julianahorde
Teamleiders: Arjan van Duyvenvoorde (Kaa)
Leiding: Willem Kuyt (Ferao), Arnold van der Gugten (Bagheera), Jan Brussee (Chil), Andre Smit (Buldeo),  Henny van Duyn (Sahi), Steven Russchenberg (Phao), Kees Haasnoot (Rikki T.T.), Noelle Wouda ( Baloe), Marieke van der Gugten (Dhole), Mark Ruis (Sambhur), Kees van Duijn (Tha), Martijn Russchenberg (Mang), Roel Voigt (Hahti), Dirk Elsgeest (Nag).

Deelnemers
Jeroen Bartelings
Michiel v.d. Bent
Maxim de Bie
Yoeri van Delft
Mike van Duijn
Roy van Duijn
Mark van Duyvenbode
Nick Glasbergen
Jeffrey Heckman
Pieter den Hertog
Bart Hoek
Jacco den Hollander
Martin Jonker
Robbert Kuyt
Willem Kuyt
Jeffrey Lachi
Bas Lefeber
Christiaan van Maanen
Raggi Olivier
Wesley Ortega
Hugo Ouwehand
Huig Ouwehand
William Ouwehand
Dennis Ouwerkerk
Arthur van Rijn
Robert van Rijn
Marco Rovers
Arie Schaap
Dominique Snellenburg
Ruben Spaanderman
Arjan Varkevisser
Robbert Verburg

Programma: (Kampprogramma)

Thema: Indianen
 Tusaga Saritsh:Opperhoofd der Athabasca’s, Zwarte Hond: Bagheera
 Apanatschka:Dochter Tusaga Saritsh, Mooie Bloem: Dhole
 Hanusha Ginash: Zoon van Tusaga Saritsh, Wilde Beer: Rikki Tikki Tavi
 Mahki Moteh: Stoere krijger, gek op Apanatschka, Ijzeren mes: Ferao
 Caquihama: Heel mooie medicijnvrouw, zij die met geesten praat:Baloe
 Santer: meedogenloze, zwaar bewapende schurk: Chil
 Krauli: meedogenloze, zwaar bewapende schurk: Tha

Zaterdag: Vertrek van Leiden CS naar Venlo. Openen, regels vertellen, klok verzetten en de boel inrichten. Omgeving verkennen. Tijdens het limonade drinken zien we plotseling een Indiaan. Na ons  onderzoekend te hebben aangekeken zegt de Indiaan plotseling met luide stem: “Waugh, wie  zijn jullie en wat doen jullie in het jachtgebied van de Athabasca’s?” Onze woordvoerder legt uit wie we zijn: welpen van de Katwijkse Zeeverkenners enz. De indiaan hoort dit stoïcijns aan en zegt: “Ik zie, dat jullie wel te vertrouwen zijn. Ik ben Mahki Moteh (in jullie taal Ijzeren Mes) en ik ben verstoten door het opperhoofd van mijn stam, de Athabasca’s. Opperhoofd Tsugaha Saritsh (Zwarte Hond) kwam erachter, dat ik nuggets verloren ben uit de mijn op onze heilige gronden. Een stel blanke honden hebben de nuggets gevonden en hebben mij overvallen. Ik kan mijn opperhoofd niet onder ogen komen, omdat de boeven mijn medicijn hebben afgenomen. Nu ben  ik stammenloos en mag iedere Indiaan mij doden.Tusaga Saritsh heeft mij niet gedood, omdat mijn hart toebehoort aan zijn dochter Apanatschka. Ik kon niet horen wat de schurken van plan  zijn. Willen jullie opperhoofd Tusaga Saritsh volgen? Ik zal morgen een spoor uitzetten.” Postenspel: weet-niet-hoe-iedereen-heet-spel, zie-niet-waar-ik-lopen-moet-race, naam-trefbal, Indianen bokkenspel (niet uit te leggen , maar wel leuk).Zondag: Meditatie. Stammenoorlog (vlaggenroof). Hanusha Ginash komt en leert ons hoe je natuursporen
 moet uitzetten en lezen. Hij gaat het spoor uitzetten, na 10 minuten mogen wij het volgen. Aan het einde van het spoor verstoppen wij ons. Plotseling komt er een trots uitziende Indiaan uit de struiken te voorschijn. Hij loopt naar het midden van de vlakte. Daar houdt hij halt, hij kruist op typisch Indiaanse gewoonte de armen voor de borst en roept dan met luide stem: “Waarom  proberen jullie je te verbergen? Wie zijn jullie? Een beetje teleurgesteld komen we tevoorschijn. Onze woordvoerder legt uit wie we zijn en dat we hem willen waarschuwen voor dreigend gevaar. “Waugh, ik ben opperhoofd Tusaga Saritsh. Ik ben voor niemand bang, leuk aangeboden, maar  nee dank jullie!” Een beetje teleurgesteld gaan we terug richting blokhut. Op de terugweg zien we in eens een zwaar bewapende cowboy, gelukkig hij ziet ons niet. DDT & Corvee. Diner. Na het eten komt Mahki Moteh buiten adem binnen vallen: Apanatschka is ontvoerd! Ze hadden, zoals elke dag afgesproken bij de waterval en hij zag nog net aan de andere kant de boeven  zijn geliefde hardhandig op een paard gooien en wegrijden. We besluiten om een leidingslid naar  de stam te sturen en wederom onze hulp aan te bieden. We besluiten hard te gaan trainen om de stam goed te kunnen helpen. Indianentraining: Hoofdband maken, sterke beren race (de welpen moeten een parcours afleggen met een boomstam), Tipi maken (de welpen maken een tent van lakens, stokken en touw).

Maandag: Tijdens de laatste boterhammen komt Tusaga Saritsh ineens het veld op. Hij heeft een brief bij zich, die hij niet kan lezen: “We wille nuggets, as we die niet krijge, dan gaat je dogter eran. We laten je wel wete hoeveel en wanneer en ook waar je het moet neerlegge. Denk erom, probeer ons niet te zoeken, of we make der af”. Tusaga Saritsh zegt: Die boeven zullen er van lusten. Ik zal mijn beste krijgers opdracht geven alle sporen in de buurt na te gaan. We graven de strijdbijl op en ik zal niet eerder rusten, dan wanneer hun scalpen in mijn tipi hangen” Dat lijkt ons niet zo’n best idee. Laat uw krijgers op veilige afstand blijven. Wij weten hoe blanken denken en handelen, laten we gezamenlijk tot actie over gaan. Tusaga Saritsh: Waugh, wijs gesproken, volg na het eten het spoor, dat een van mijn krijgers uit zal zetten naar de wijze medicijnvrouw Caquihama .Het spoor is ietwat moeilijk te volgen. Dan zien we plotseling een kleine Tipi staan, ervoor zit een verschrikkelijk mooie Indiaanse vrouw. Tusaga Saritsh vraagt haar de grote geest te raadplegen. Caquihama laat onder het mompelen van geheimzinnige  woorden plotseling rook achter een scherm vandaan komen. Ze leest de boodschap: “Jullie  moeten net doen, of je op de eisen ingaat. Vervolgens moeten jullie een plan maken om de  schurken te vangen en Apanatshka te bevrijden. De boeven zullen door de grote geest worden genezen van hun slechtheid”. Iedereen is het hier mee eens, de Indianen gaan naar hun tipi en wij naar ons clubhuis.”s Middags bezoek aan bleekgezichtenstad: River town.  Tijdens het avondeten komt er in eens een brief aangeflodderd: Kom morgen om 10.30 uur bij ……………..alleen!! ’s Avonds: Spel van de grote chaos (de welpen worden in groepjes  verdeeld en moeten opdrachten doen, die overal op het terrein hangen).

Dinsdag: We zorgen, dat we om 10.25 uur op de afgesproken plaats zijn. Wij welpen moeten ons goed  verbergen in het struikgewas. Het opperhoofd stelt zich in het midden op en wacht de boeven af. De boeven komen aanslenteren. Santer zegt: “ Je doet precies wat we wille en dan overkomt je dogter niks! Tusaga Saritsh zegt:” Waugh, eerst wil ik mijn dochter zien”. Santer: “ Vanavond kan je der sien. Vanmiddag schiete we een pijl in het dorp met een brief eran”. De boeven  draaien zich om en lopen weg. We volgen ze een stukje, maar opeens zien we een mes in een boom zitten met een briefje: “Volg ons nie langer, anders doden we Apanatschka.” We gaan terug. ’s Middags: Het spel van de grote jacht op de wilde paarden. ’s Avonds na het eten komt Tusaga Saritsh ons halen. We verstoppen ons weer. Na enige tijd zien we de schurken en Apanatschka, die erbarmelijk gilt. Tusaga Saritsh zegt: “Ik zal doen wat jullie willen, maar martel mijn dochter niet langer” De schurken zeggen: “Morgereavont om dezelfde tijd hiero sijn en zorreg, dat je alle nuggets meeneemt” Ze sleuren Apanatschka mee. Tusaga Saritsh vraagt, of we willen helpen. Natuurlijk willen we dat. Als beloning vertelt Tusaga Saritsh bij terugkomst een spannend verhaal. Tijdens het verhaal horen we plotseling geritsel in de struiken en iemand weglopen in het donker. “Waugh zegt Tusaga Saritsh, als we er achteraan willen. Kom maar terug, dit spoor kunnen we morgen makkelijk volgen.

Woensdag: ’s Morgens komen Tusaga Saritsh en Hanusha Ginash het veld op. We gaan in 4 groepen het spoor volgen. Plotseling ziet de eerste groep aan de voet van de boom een gestalte zitten. We wachten tot alle groepen er zijn en besluiten dan de zaak te gaan verkennen. De oudste  welpen sluipen met 2 leidingsleden en TS en HG naar de boom, de rest volgt op 25 meter. Het is Apanatschka!! Vlug bevrijden we haar. Het weerzien met van TS met zijn dochter is hartverwarmend. Even later zijn we in een grote groep weer op het spoor. TS zegt: “Ik zal met de tam-tam de medicijnvrouw oproepen, zodat zij jullie kokers gaat waarschuwen, zodat ze wat eten komen brengen. Op de afgesproken plaats wordt gegeten en daarna rusten we wat. ’s Middags vertrekken we weer. TS ziet, dat het spoor regelrecht naar de nuggetsbergplaats gaat. De boeven zijn er al. Ze zijn aan het graven. TS is het allemaal teveel geworden. Hij springt op de boeven af. Die schrikken zich rot en rennen wild schietend weg. Nu moeten we weer helemaal opnieuw beginnen. Terug op het clubhuis blijkt alles overhoop gehaald te zijn, dat hebben de schurken natuurlijk gedaan. We ruimen op. De leiding zal de acht houden. ’s Avonds: Neo-indiaanse sporten: base-ball, basketbal, rugby, ultimate-frisbee-handbal.

Donderdag: Dagje uit. Na het avondeten zitten we in een kring en worden overvallen door Santer en Krauli. Ze houden ons onder schot en eisen de nuggets. Ze pakken een welp en dreigen die als gijzelaar te gebruiken. De boeven gaan het bos in met de welp. Achter hen verschijnt de gestalte van Mahki Moteh. Na een kort, maar stevig handgemeen zijn de boeven overmeesterd. MS sleept de boeven naar TS en gooit ze voor hem op de grond. Hij vraagt zijn amulet terug aan TS. Deze twijfelt, maar Apanatschka zegt: “Vader we willen trouwen” Dan geeft TS de medicijnbuidel terug. TS stelt voor de boeven te scalperen. Dit vinden wij  te bloederig. Wij stellen voor de ontslechting door de medicijnvrouw te laten gebeuren. Plotseling duikt Hanusha Gimash op en vraagt toestemming om met de medicijnvrouw te mogen trouwen. TS roept: het zij zo! Wij zijn er als de kippen bij om iedereen uit te nodigen voor onze wereldberoemde PLEE-BEK-SJOO.

Vrijdag: Voorbereidingen Plee-bek-sjo: oefenen, kledingpost, decorstukken maken. ’s Middags: Het – Grote- Speel- Je- Mee- In –Het- Bos- Onder- Leiding- Van- Phao-Spel. “s Avonds: Na de  Ontslechtingsprocedure verbindt TS de gelukkigen op Indiaanse manier in de echt en barst het feest los: PLEE-_BEK-_SJO.

Zaterdag: Opstaan, ontbijt, inpakken. Vertrek naar station Venlo. Vertrek naar Leiden CS waar de ouders staan te wachten.