Terug

 
1960 BV  1961 1962 BV 1963 1965 1966BV/JL AT/DR 1967: BV/JL  AT/DT 1968 1969
geen kamp foto's geen kamp foto's BV/JL foto's BV/JL foto's
Bilthoven Oud-Leusden Lisse Heemskerk Laren Baarn

 
 

Zomerkamp 1960

Bilthoven, Troephuis van Madenbach  de Rooygroep, 5 juni t/m 8 juni (Pinksteren)

Horde: Bestevaerhorde
Teamleider: Akela Vöge
Leiding: Akela van Elk, Sahi Vöge, Raksha van Elk, Schipper Vöge, Chil Meirink
Hulpleiding: “Kokkie” Minnee

Deelnemers, onder andere:
Paul Basters
Derk van Overvest
Eddy Priester
J.J. Geuze
Peter van Overvest
Henk Slatius
Rob van Rijn

Programma:

Kampverslag van Chil Geertje Meirink:

’s Morgens om ongeveer 8 uur vertrokken we vanaf het plein voor Noordzee. Wij reisden met een Eltaxbus, met een geestige chauffeur, die ons vrij vlot in Bilthoven afleverde. Allereerst was ik erg benieuwd naar het troephuis, nu dat viel mee, het was een fijn troephuis. En het lag heerlijk midden in de bossen. Toen iedereen een plaatsje gevonden had, hebben we het kamp officieel geopend.

De leiding had een aparte kamer. ’s Middags zijn we naar het dorp geweest, waar ansichten naar huis werden verzonden en ijsjes gegeten, want het was vreselijk warm, die zaterdag. We liepen allemaal te puffen. We hebben trouwens gedurende het gehele kamp prachtig weer gehad.

’s Avonds speelden de jongens een spel met levens: dat waren knijpers en ze moesten daarbij proberen het lichtje van de tegenpartij uit te blazen. Het was een opwindend spel en de jongens speelden het met veel plezier. Dat was het besluit van de eerste dag.

De volgende dag: Zondag eerste Pinksterdag hebben we in het bos Kampkerkdienst gehad.
Hiervoor waren alle horden bij elkaar gekomen. Schipper Vöge leidde de kampdienst. Na de dienst vertelde de schipper, dat hij een brief had gekregen van de Hoofdcommissaris. Hij zou de volgende dag om ongeveer 12 uur komen. ’s Zondagsmiddags hebben we een ganzenbordspel gespeeld. Ook erg leuk. Ook ’s avonds hadden we een enig spel: Het Kermisspel. Hierbij werden allerlei stunts uitgehaald onder andere Kermisklanten opgetuigd. Hierbij werden hele leuke poppen gemaakt, zodat het voor ons erg moeilijk was te kiezen welke de mooiste was. Aan het eind van de avond werden alle welpen goed gewassen door ons. Je kon sommige gewoon niet herkennen zo smerig waren ze.

De volgende dag: twaalf uur. Elk moment kon de hoofdcommissaris komen.
Na het vlaghijsen ’s morgens hadden we een grondige inspectie. Alle welpen (ook van de Julianahorde) stonden netjes opgesteld. We hadden een welkomstlied ingestudeerd. Ja, daar kwam de auto aan. Een verkenner stapte uit, hield het portier open en de hoofdcommissaris stapte uit, plus nog een verkenner. We zongen het lied. Hierna zou de leiding voorgesteld worden. Ik had nog niets in de gaten. Pas toen ik de H.C. een hand gaf, drong het tot me door, dat ik hem wel eens meer gezien had. Toen zag ik dat de zgn. H.C. de vriend van Matti was en de verkenners Hans en Peter Vöge. Nou ik voelde me wel genomen. Enfin de jongens hadden eerst niets in de gaten, maar later roken ze wel lont.
Later kwamen de jongens in hun gewone gedaante en zijn ’s middags gebleven.
’s Middags hadden we een zeeroversspel, vreselijk spannend en er is ook behoorlijk gevochten.
Het was een spel tussen twee partijen met levens: de ene partij waren schatgravers of zeerovers en de andere partij waren de burgers.

Het was de laatste avond, dus we hadden kampvuur. Geen buitenkampvuur, omdat we geen toestemming van de politie kregen. Ieder nest zou een toneelstukje opvoeren en prompt ieder nest kwam met moord- en doodslag. Verder hebben we gezongen en de schipper vertelde een verhaal, wat erg in de smaak viel, zoals trouwens elk verhaal.

De laatste dag zijn we ’s morgens de bossen ingetrokken en hebben daar verschillende spelletjes gedaan. ’s Middags na het eten (wat weer heerlijk was) hebben we alles opgeruimd en ingepakt.
Toen dat gebeurd was, hebben we tot besluit een spel gespeeld: een special pack meeting met als onderwerp: Groenland.
Daarna moesten we heel lang op de bus wachten, die 2 uur te laat was.
De thuiskomst in Katwijk was ook heel leuk, met al die wachtende moeders en vaders. We konden terug zien op een heel weekend met lekker eten, veel zon en warmte, leuke spelen, veel pret enz. enz.
 

Kampverslag van de welp J.J. Geuze (contact juni 1960):

De morgen van zaterdag 4 juni vertrokken we naar Bilthoven. Uit Katwijk aan de Rijn om 7.30 uur en uit Katwijk aan Zee om 7.45 uur. Om ongeveer 10.30 uur kwamen we in Bilthoven aan. (Tijdens de rit werden we  bijna voortdurend bezig gehouden door de grappen van de chauffeur).

Na aankomst werden de luchtbedden opgepompt en de strozakken gevuld. Onze horde was samen met de Dorus Rijkershorde. Er waren zoveel jongens, dat de slaapzaal er te klein voor was. Daarom moesten er 6 jongens (op luchtbedden) in de eetzaal slapen. Nadat de bedden in orde waren gemaakt, kregen we even vrij. Na het eten hadden we een rust. Onder de rust kregen we voorlezen. Na de rust moest ik de horderoep doen samen met Eddy Priester, die ook gids van grijs is. Na de horderoep kregen we weer vrij.
Om ongeveer 3 uur gingen we naar de Julianahorde, die nog rust had. We moesten namelijk blikken groenten bij de Julianahorde brengen. Toen de blikken waren weggebracht, gingen we in Bilthoven ansichtkaarten kopen. Op de terugweg droegen vier jongens elk een fles limonade, die we in Bilthoven gekocht hadden. Die vier jongens kregen elk een blauw lintje. (Je kon een blauw lintje krijgen voor hulpvaardigheid, een wit voor stilte, een rood voor tafelmanieren en een paars voor sportiviteit. De kampketting krijg je, als je je als welp gedraagt).
Na het avondeten kregen we een spel. Er waren drie partijen: rood, grijs en groen. Elke partij kreeg een brandende kaars. Die kaars mocht uitgeblazen worden door de tegenpartijen. Maar er waren ook bewakers en die konden een tegenstander uitschakelen door hem van zijn leven te beroven. De partij, die won was rood.

De volgende dag, na de horderoep en na een half uur vrij gingen we de Julianahorde ophalen voor een openluchtkerkdienst. Na de kerkdienst hadden we weer vrij en we gingen daarna eten. Na de rust kregen we een spel, dat ganzenbord heet. Je moest gansjes volgen en opdrachten uitvoeren. Na het avondeten gingen we allerlei spelletjes doen. Net, of we op de kermis waren. Kermisklant aankleden, ballonnen in de lucht houden enz. Het laatst moesten we semafoorseinen ontcijferen.

De volgende dag maakten we alles extra netjes. Want H.C. Volkmaars zou komen; toen alles netjes was kregen we vrij. Om 12 uur kwam de H.C. aan. Hij had twee adjudanten bij zich. We zongen een paar liedjes en de H.C. inspecteerde de bedden. (Het was maar een mop).
Toen de rust voorbij was, deden we een prachtig spel, het was een zeeroversspel. Je had zeerovers en kustwachters. Ze moesten kisten en levens verzamelen. Toen de rust kwam, wisselden de partijen. De zeerovers werden kustwachters en met de andere partij ging het precies andersom. ’s Avonds kregen we kampvuur.
Het kampvuur werd officieel geopend met het zingen van een paar liedjes. Toen kwamen er voordrachten van de Julianahorde en daarna kwamen nest bruin, nest grijs, nest rood en nest zwart van onze horde.
De schipper en akela vertelden tot slot ieder een verhaal.

De laatste dag begonnen we eerst met alles in te pakken. ’s Middags hadden we ons laatste spel. Per nest gingen we naar Groenland. Je moest per nest opdrachten uitvoeren. Bijvoorbeeld rebus ontcijferen, walvissen harpoeneren enz. Toen we naar huis gingen was het 6.50 uur. Onze bussen gingen iets te laat weg en daarom kwamen we te laat aan. Het was een heerlijk kamp geweest.
 


Zomerkamp 1962 Bestevaerhorde

Oud-Leusden, Kimball O’Hara – Dodeweg, Pinksteren

Horde: Bestevaerhorde
Teamleider: Akela Vöge
Leiding: Wontolla van Noord en anderen

Deelnemers, onder andere:
Gerard van Noord
Peter van Overvest
Henk Slatius
Rob van Rijn

Programma: (Kampverslag Akela Vöge uit Contact juni 1962.)

De Bestevaerhorde zat op het bosterrein aan de Dodeweg in het troephuis Kimball O’Hara.
’t Spreekt voor zichzelf, dat we een moeilijk  “kim” – spel in het programma opgenomen hadden!

Het weer was in één woord voortreffelijk. Geen spatje regen, geen wind (zoals aan zee), geen kou, maar lekkere warme temperatuur. En het terrein? Heerlijk gemengd bos met o.a. veel larix, sparren, dennen, eiken, lijsterbessen en berken. Kennen jullie de bladeren nu nog welpen?
We hebben naar hartelust kunnen werken aan de stereisen; veel spoorzoeken met roofspel er aan verbonden; vonden jullie die roofridder ook zo prachtig met zijn grote zwarte hoed, zijn rode jak en lap voor het oog? En dan de zigeunerprinses, die geroofd werd …..en de muggen…!

Vlaggetjesdag hebben we in het bos en op de hei gespeeld; ver van de zee, toch vlaggetjesdag; bij de welpen kan alles. Als we nu een echt troephuis hadden, zette Akela de versierde masten in het hol, maar dat kan helaas niet.

De kerkdienst in de kampvuurkuil op 1ste Pinsterdag, het kampvuur, voor het eerst sinds jaren weer in de open lucht en in een echte kampvuurkuil; ’t was allemaal goed. En het eten; wat heeft Mevrouw van Noord heerlijk gekookt. Wontolla nog eens heel hartelijk bedankt voor alle goede zorgen.

Het was een reuze fijn kamp, ook voor de oude wolven, doordat we welpen hadden, die wisten wat het betekent: de welp volgt de oude wolf! We waren tevreden over jullie, zo was het goed.
Er werden heel wat lintjes gehaald en de uitreiking van de kampketting was elke keer een groot probleem voor de Oude Wolven, want er waren er zoveel, die ’t wel verdiend hadden.

Gerard van Noord werd in het kamp geïnstalleerd; fijn hè Gerard, gefeliciteerd hoor. Wat was het jammer, dat Hans van Beele op het laatste ogenblik ziek werd. Volgend jaar dan maar mee, Hè Hans?
 


Zomerkamp 1966 Bestevaer- en Julianahorde

Lisse, Troephuis van de Shawano’s, 16 juli t/m 19 juli

Teamleiders: Akela Maartje van de Klooster
Leiding: Chil Liesbeth Kruyt, Sahi Tini v.d.Bent, Bagheera Ike Kruyt, Raksha Mieneke van Rijn, Baloe Piet van de Klooster

Deelnemers
rood zwart bruin grijs
Jan Muizelaar
Arie Krijgsman
Egbert Ouwehand
Wim v. Hartingsveld
Hans Minnee
Hans Boezaard 
Jack van Rijn
Arie van Delft
Gerard Haasnoot
Jan Huber
Jan Hoek
Hans Olivier
Rijk van Andel
Wim Ouwehand
Gerco van Beelen
Hans Parlevliet
Gert-Jan Poot
Gert de Best
Kees Varkevisser
Jan Boezaard
Peter van de Ven
Kees Kruyt
Jaap Ouwehand
Peter Oudshoorn
Dick v. Duivenbode
Piet van Arkel

Programma(Kampverslag Chil Liesbeth Kruyt. Deel door welpen uit Contact  sept/okt 1966.)

Zaterdag. Om 2 uur zou de groep vanaf het Raadhuis vertrekken. Verschillende ouders waren zo vriendelijk om ons weg te brengen. De kampspullen werden allemaal in de aanhangwagen van Gert de Best z’n vader geladen. De andere groep was al iets eerder vertrokken.  In Lisse raakten we de weg kwijt en kwamen we in een zigeunerkamp terecht. Iedereen keek al  verbaasd, maar dat was toch niet de bedoeling. Na een paar keer vragen kwamen we op de plaats van bestemming. De spullen werden uitgeladen, waarbij de hordekist doormidden brak. De ouders hielpen de jongens om hun bed op te maken. Alle etenswaar, dat door de jongens was meegenomen, werd opgehaald en in de leiderskamer verzameld. Het kamertje was gelijk vol, zoveel was er meegenomen: 14 flessen limonade, 14 snijkoeken. De rollen snoep en zakjes koek waren niet te tellen, zelfs was er een eigen gebakken cake bij. Broodbeleg was voor de hele week genoeg en de hoeveelheid worst voor een middagmaal.
Het kampterrein werd eerst even verkend, de kampvuurkuil, de afvalkuil, de grenzen van het terrein, de houtopslagplaats en de vlaggenmast. Na de boterham “uit het vuistje” maakten we een wandeling door het Reigerbos. Terug in het kamp deden we spelletjes en bakte ieder nest om beurten een pannenkoektaart met jam ertussen, geholpen door Raksha en Bagheera. Ze vielen wel erg taai uit, waardoor het wel kauwgum leek.

De nesten van de beide horden werden samengevoegd. Van de Julianahorde waren de djib-gidsen Gert de Best van nest bruin en Peter Oudshoorn van nest grijs. Van de Bestevaerhorde waren het Jan Muizelaar van nest rood en Arie van Delft van nest zwart.
Na de spelletjes was het tijd om de slaapzakken eens op te zoeken. Dat ging met veel lawaai en het lawaai bleef. Een jongen werd gewond door een riem, die door de slaapzaal vloog. Het resultaat was een kussen vol bloed.
Om half 1 was Sahi de herrie zo zat, dat ze haar matras opnam en in de zaal  ging slapen. Twee boosdoeners werden er uitgegooid, een in de donkere eetzaal en een op de hordekist in het portaal. 10 minuten om af te koelen en toen mochten ze het nog eens proberen. Om 1 uur was het eindelijk rust. Voor de leiding was er die nacht niet lang rust. Kees Kruyt speelde die nacht voor SPOOK.

Zondag. Om half 5 werden we wakker door een oorverdovend lawaai. Akela is tegen ze tekeer gegaan, dat ze tot 7 uur rustig moesten blijven. Toen het dan eindelijk 7 uur was, waren de meesten al aangekleed en wilden naar buiten. Dat mocht, maar dan niet eerder binnenkomen tot etenstijd.
De leiding maakte het brood klaar en alles werd in pannen gestopt. De berg brood was zo verdwenen en het was vechten voor de laatste.
Na het ontbijt had nest rood corvee en de rest ging naar buiten. De aardappels werden geschild, de eetzaal aangeveegd en afgewassen.

                                                           Corvee

                            Water sjouwen, dekens vouwen,
                            Ik heb vandaag corvee.
                           Vaten wassen, piepers jassen,
                           Jongens ’t valt niet mee.

                           Vuurtje stoken, potje koken,
                           Hakken, haam’ren, slaan
                           Dekens kloppen, sokken stoppen
                           ’t komt er wel op aan.

                           Vogels fluiten fijn daarbuiten
                           Maar ik mag niet mee,
                           Lopen, draven, werken, slaven
                           Ik heb vandaag corvee.

Om half 11 hielden we een kampkerkdienst. Het plan was om dit buiten te doen, maar plotseling begon het te regenen. De stammetjes werden in de eetzaal in een kring gezet.
We zongen: Grote God, wij loven U, De dorre vlakte der woestijnen en de kanon Halleluja, Amen. Akela vertelde een verhaal over Simson en daarna baden we hardop het  “Onze Vader”. Na de kerkdienst dronken we chocolade melk en aten we de pannenkoekentaart op.
Chil vertelde de nesten om beurten een verhaaltje en hierover moesten ze ’s avonds een toneelstuk opvoeren. Tot etenstijd hadden ze tijd om het in te studeren.

Menu Zondag:  Aardappelen
                           Boontjes
                           Gehakt
                           Yoghurt met banaan
De yoghurt met banaan, die in een emmer geserveerd werd, werd aangezien voor witkalk.
Na het eten was er een uur verplichte rust. De meeste jongens dachten, dat het al avond was en gingen zich al helemaal uitkleden. Van rusten kwam niet veel, ze deden spelletjes en er vlogen vliegtuigjes door de zaal.
Het uur was eindelijk om en toen gingen we spelletjes doen.

(verslag van welpen Arie van Delft, Piet van Arkel, Kees Kruyt, Gert de Best:):
Plotseling werd onze rust verstoord:  Toen opeens hoorden wij voetstappen en er rende een vent vlak voor onze neuzen. Een tijdje later kwam een politieagent op zijn bromfiets. Hij vroeg:”Hebben jullie soms een man gezien met een grijs petje en een donker grijze broek?” Ja, hij rende hier vlak voorbij. “Nou die dief heeft honderd gulden gestolen. En als jullie het willen, mogen jullie ook mee die dief gaan opsporen,”
JAAAA, zei iedereen, dat is lekker! En daar gingen we met z’n allen die lelijke dief pakken. Een jongen zei: “Kijk, daar heb je hem bij dat heuveltje”. En we renden er allemaal naartoe. “We zitten op het goede pad”, zie de politie. “Want kijk daar op die zandberg staat hij te wuiven”. We renden er weer allemaal naar toe.
Toen ging hij in de bossen en wij natuurlijk ook. Later hoorden wij twee keer “AU” roepen. En kijk, daar lag de dief ; hij was gestruikeld over een boomwortel. Later ging de politie z’n bromfiets halen. Daar ging de dief op. We gingen weer naar het kamp en daar zat de dief in een stoel.
Maar later is uitgekomen, dat het een idee was van de leidsters. De dief bleek een akela uit Rotterdam te zijn en we waren allemaal wel een beetje teleurgesteld.

De toneelstukjes werden nog even doorgenomen en het corveenest deed de afwas. De toneelstukjes gingen over: De kanarie en de koning, de boer, die een koe ging verkopen, de neuzenteller, de vader, de zoon en de ezel. Gert de Best mocht onder het toneelstuk een beloning vragen. Iedereen gaf hem goede raad: geld, goud, diamanten. Onder doodse stilte koos Gert: “een scholletje”.

Er werd nog chocolademelk gedronken en toen was het weer uitkleden geblazen.  Tot 9 uur mochten ze praten, daarna zijn Akela en Chil in de zaal gaan zitten en niemand mocht meer een woord zeggen. Om tien uur was alles in diepe rust. Peter Oudshoorn droomde van de dief en gaf een gil. Gert de Best en Kees Kruyt sliepen innig omarmd.

Maandag.  De volgende dag waren we weer vroeg wakker, maar gelukkig niet zo vroeg als de vorige dag. Nest grijs deed het eten corvee.  Het was mooi weer en we deden verschillende spelen, afgewisseld door limonade, want je werd er wel dorstig van. Na het eten was het eerst weer rusten. Ze begonnen ons allemaal uit te joelen: weg met Sahi, weg met Chil, weg met Akela. Het werd rustig onder het dreigement de hele middag binnen te blijven. Akela en Chil gingen een speurtocht uitzetten in het Reigerbos. Het was erg moeilijk, want we kwamen steeds weer op hetzelfde punt uit. Om half vier waren we eindelijk klaar. Met pannen snoep werden de posten uitgezet. De posten: Langs een touw van boom naar boom, zonder de grond te raken, een tekening maken van kampproducten, balletjes in emmers werpen, uit het woord: kruiswoordraadsel zoveel mogelijk woordjes halen, koekhappen. Een meneer kwam Raksha vertellen, dat ze op verboden gebied zat, omdat het bos van hem was. Gert Jan Poot zei direct: “Wat een rijke stinkerd”.
’s Avonds zou er kampvuur zijn, maar het weer was niet zo best en de welpen waren zo druk, dat we hier maar van afzagen.

Dinsdag.  De laatste dag was weer aangebroken. Op het program  stond sportdag, maar het terrein stond vol plassen, dus dat kon niet doorgaan. Buiten spelen tot koffietijd, ze waren in een ommezien pikzwart.
Na de chocolade kregen de nesten de opdracht om een vers te maken, voor elke dag 1 couplet.  Nest grijs had een gedicht, dat eindigde met de woorden: “En toen gingen we naar bed en hadden de grootste pret”. De winnaars van de speurtocht werden bekend gemaakt, nest rood had de meeste punten.
Peter van de Ven en Gerco van Beelen hadden de mooiste tekening gemaakt. Na het eten maakten we een wandeling naar het Keukenhofbos. We konden het niet vinden, we kwamen op een brandnetelveld uit.

Teruggekomen gingen we de boel opruimen en inpakken. Dit was een langdurig karweitje.
De lucht betrok weer en de laatste maaltijd moesten we binnen houden. Maar niet meer in de schoongemaakte zalen. Dan maar in ’t portaal. Alles werd opgemaakt en iedereen kreeg een rol snoep en twee broden mee naar huis, dat allemaal nog over was. Om half acht kwamen de eerste ouders en al spoedig volgden er meer. Alle welpen vonden een plaatsje in een van de auto’s . Meneer de Best nam de bagage mee van de andere groep. Tot slot trok Raksha de deur dicht, terwijl Akela de sleutelbos binnen had laten liggen. Gelukkig kwam de eigenaar met een reservesleutel. We waren net op tijd thuis, toen het noodweer losbrak.
 


Zomerkamp 1966 Abel Tasman- en Dorus Rijkershorde

Lisse, Shawano’s, 20 juli – 23 juli

Teamleiders: Akela Caty Berkhey
Leiding: Baloe Cockie van der Plas, Bagheera, Hahti Riet Kalsbeek, Marrie Baas

Programma: (Kampverslag Contact juni 1966)

Op woensdag 20 juli vertrokken we enthousiast naar ons kamp. Na de chauffeur enige hoofdbrekens bezorgd te hebben met het uitrekenen van de buskaartjes – de helft was boven en de andere helft was onder de prijs – zette de bus zich in beweging.
Hartontroerend werd er gezwaaid naar het kroost, dat de bus bevolkte. Drie kwartier later hobbelden de welpen uit de bus, toen weerklonk de kreet: “Op naar het kamp” Helaas, hoe bitter was ons lot. Het begon te regenen. Weldra hadden we geen droge draad meer, doch de stemming was zo!

Zo liepen we een uur in de stromende regen, toen we de poort van het kamp bereikten. Een van de jongens vond, dat hij nog niet nat genoeg was en plompte meteen in de sloot. Dit was het eerste slachtoffer, doch hij bleef helaas niet de enige. Na hem volgden velen. De eerste dag vloog om. ’s Avonds voerden we enige krijgsdansen uit, die hun uitwerking niet misten.

De volgende dag aanschouwden sommige welpen het krieken der dagen. Volgens die personen is dit iets om nooit te vergeten.

De dag werd begonnen met een fikse ochtendwandeling. In de volgende dagen zijn er veel bruggen en vlotten gebouwd, daar de sloten door de regen overstroomd waren. Het kamp werd besloten met aardappels poffen, die verslonden werden.
Al met al is het een fantastisch kamp geworden.
 


Zomerkamp 1967 Bestevaer- en Julianahorde

Heemskerk, Troephuis Florisheem, 12 juli – 17 juli

Teamleiders: Akela Maartje van de Klooster
Leiding: Chil Liesbeth Kruyt, Sahi Tini van der Bent, Rikki Ans Hottenga, Raksha Mieneke van Rijn, Hahti Ineke Mooten, Bagheera Meinie Barnhoorn.

Deelnemers
rood zwart bruin grijs
Hans Minnee
Robert Minnee
Pieter Kraayenoord
Randy van Hilten
Cor Zwaan
Arie van Beelen
Jan Huber
Jan Hoek
Han Kremer
Koos van Beelen
Walter Geistdorfer
Gert de Best
Hans Lodder
Wim Ouwehand
Jan Arend Lodder
Kees van der Bent
Arend Parlevliet
Kees Kruyt
Dik van Duyvenbode
Arie Krijgsman
Johan Parlevliet
Dik Barnhoorn

 
rood zwart bruin grijs
Gerco van Beelen
Kees Maagdelijn
Henk Ravensbergen
Kees Koelewijn
Bert van der Mey
Hans Olivier
Gerard Haasnoot
Egbert Ouwehand
Jack van Rijn
Johan Maagdelijn
Rijk van Andel
Hans Parlevliet
Bert Parlevliet
Aldert van Duyvenbode
Hans van Arkel
Koos van Rijn
Kors Kanbier
Peter van de Ven
Tjerk van de Hauw
Hans van Essen
Jef Verkerk

Programma: (Kampverslag van Liesbeth Kruyt, Logboeken en kranten, aangevuld door de leiding uit het Contact van augustus 1967),

Woensdag.  We gingen om half acht bij het raadhuis vandaan. We zouden bij Heemskerk naar het troephuis van de Graaf  Florisgroep gaan. We kwamen om half 9 bij het troephuis aan. We gingen eerst ons bed opmaken, daarna wachten tot de vaders en moeders weggingen. Daarna gingen we onze avondwandeling maken.
Het bos was vlakbij en er was ook een zwembad in de buurt. Weer terug naar het kamp en toen was het toch tijd om naar bed te gaan. “Stil” staat er op het programma, maar voor het stil was. Ieder ogenblik kwam er eentje: M’n luchtbed is leeggelopen, dan waren de welpen aan ’t zingen. De moppen waren niet van de lucht. Om 3 uur was het eindelijk rustig, maar toen was het toch wel echt tijd.

Donderdag.  Om 8 uur hebben we ons aangekleed en gingen we ontbijten. Om 10 uur na de corvee deden we de horderoep. Nest bruin van de Julianahorde kreeg de eerste beurt. Nadat de vlag gehesen was gingen we op pad naar het bos. Ieder nest kreeg de opdracht een boot te maken van dode takken. Er werd hard gewerkt.
Hele bomen werden er uit het bos gesleept. Hierna gingen we terug, want het was alweer etenstijd. Het menu bestond uit: doperwten, sla, hamburgers, yoghurt en bananen. ’s Middags zijn we naar het zwembad geweest. Na het zwemmen hebben we buiten gegeten, vanwege het mooie weer ( en binnen geen rommel).
Wel vlogen er steeds bekers melk om, of er zat een vlieg in. Na het eten de eindhorderoep. We hebben nog wat zitten zingen en er werd een verhaal verteld over de 6 dienaars en toen was het bedtijd. De ene zaal sliep zo, maar in de andere bleef het nog lang rumoerig. Om 1 uur werd het te bar en zijn we even gaan schelden. Toen bleef het voorgoed stil.

Vrijdag.  Het opstaan werd al moeilijker, om 9 uur was iedereen pas op. Aan het ontbijt allemaal slaperige gezichten.
Eerst werd er gezongen, want we hadden een jarige: Jan Arend Lodder. We moesten ons allemaal verkleden, want we deden het zeeroverspel in het bos. We kregen een draadje om onze arm en we moesten de draadjes van de armen van de andere groep eraf trekken. We kregen gezelschap van Bobbes, een grote buldog. Hij pleegde een plasje op het bed van Hans Olivier. Zijn commentaar was: “”O, wat geeft dat”, alsof het de gewoonste zaak van de wereld was. We aten: aardappelen, bloemkool, komkommer, verse worst, sinaasappeltje toe.
’s Middags: tocht door de woestijn. We kregen een kaart van de ijsgeest. We moesten waterdruppels volgen en vreemde voorwerpen zoeken en opdrachten uitvoeren. De moeilijkste was een zak snoep aan een touwtje van een tak af te halen zonder aan te raken. Na het eten hebben we gezongen. Jan Huber heeft ook nog op de harmonica gespeeld. Slingertje las ook nog voor uit Dik Trom.

Zaterdag.  Weerbericht: Temperatuur 78 graden onder nul. We deden spelletjes op Groenland. We kregen eerst een rebus. Oplossing opsturen voor 29 augustus naar Zuidstraat hoek Dwarsstraat. We gingen vliegen. Twee jongens gingen gearmd lopen en daarachter liep een jongen en een op de rug, dat was het vliegtuig. De Eskimo’s houden veel van zingen en daarom gingen we een zangpartij houden. Toen moesten we de naam raden van een bekende jager. We moesten de klemtonen van het verhaal, dat Chil vertelde uitzoeken.
Er kwam uit: sjamaan.
Menu: aardappelen, boontjes, appelmoes, hamburger en een sinaasappeltje.
’s Middags gingen we kermis doen. Chil had een tafeltje, waar je kon balgooien. Als je drie blikken omgooide kreeg je een snoepje, vijf blikken 2 snoepjes, 6 blikken een rolletje bis. Bagheera had een kop met een grote neus. Als je er 6 om de ring gooit, krijg je twee kaakjes en een snoepje. Je kon ook nog met een schijf gooien in een hokje en een torentje lucifers op een fles leggen en kaarsen branden. Er was ook koekhappen, het waren lekkere koeken.
’s Avonds hebben we een speurtocht gehouden. Je moest naar de geluiden van de dieren luisteren, die op de kaart staan. Hans Lodders groep was nummero 1 en Jan Hubers groep als nummero 2.

Zondag.  We zijn naar de kerk geweest en de dominee was een grappenmaker. Hij vroeg, of iemand wist wat een diaken is. Egbert zei hardop: “Effe denken”. De mensen lachten. Een jongen haalde wat uit het ene collecte zakje en gooide dat in het andere zakje. De dominee had gewaarschuwd: “Stop geen knoop van je bloes in de zak”. Een gooide met een spijtig gezicht zijn laatste vier centen erin. De dominee preekte over wakker blijven. Toen we ’s avonds moesten slapen zeiden we:”Het mag niet van de dominee”.
Toen we thuis waren, deden we 1,2,3,4,5,6,7 wie zal ik een zoentje geven. Gert de Best moest Chil een zoen geven en riep:”Oh, Julia”. Na een paar zoenen schreeuwde hij: “Alweer, ik heb al een schrale wang”.
Menu: soep, macaroni, yoghurt met aardbeien.
Raksha had gezegd:”De inspecteur komt!!!” En wij boenen, tassen opruimen, de zeep werd eindelijk gebruikt.
Hij kwam onder het eten. Alles was netjes. Hij vroeg aan een paar jongens, hoe ze het kamp vonden.
Wij gilden: “Heerlijk, we willen niet naar huis”. Toen Akela met hem in het keukentje was zongen wij: “Halleluja, halleluja”.

’s Middags gingen we een krant maken. ’s Avonds hadden we kampvuur. Het wilde eerst niet branden.
Wij riepen: Boeh en we zongen: “Waar blijft het vuur?” Wij hebben geholpen en toen ging het lekker wel.
We hebben een gitaar en Bagheera kan er heel mooi op spelen. Wij zongen mee. Jan Huber speelde ook versjes. Er werd een verhaal verteld en wij zagen een spook. “Waar??? Daar!!!
Daarna gingen we weer naar het troephuis. ‘’s Avonds was het hartstikke gezellig. Dit was onze laatste nacht en wij maakten er een dolle boel van. We hebben urenlang met Akela en Sahi gekletst. Tot slot hebben we spookje gespeeld. Toen moesten we gaan slapen.

Maandag.  Het was erg heet. We deden allemaal melige spelletjes. Witte zwanen, zwarte zwanen en de zevensprong.
De leidsters deden ook mee.Als laatste deden we touwtje springen, maar dat was erg moeilijk.
Ons galgemaal: sla, appelmoes, eieren, vla met limonade.
’s Middags hebben we ons schoongespoeld in het zwembad. De leidsters trakteerden op ijs. De ijsboer moest extra ijs gaan halen.
Onze spullen waren al ingepakt. Toen de eerste ouders aankwamen gingen we allemaal langs de stoeprand zitten wachten. De leiding zit nog met: handdoeken, washandjes, een pyjamabroek, een hemd, een tandenborstel enz.
 


Zomerkamp 1967 Abel Tasman- en Dorus Rijkershorde
 

Heemskerk, Troephuis Floreen, 8 juli – 12 juli

Teamleiders: Akela Caty Berkhey
Leiding: Baloe Cocky van der Plas, Hahti Riet Kalsbeek, Sahi Besuyen

Deelnemers, onder andere:
Wim Ploeg
Roger van Esch

Programma: (Kampverslagen uit Contact van augustus 1967)

Akela:

Het kamp was fantastisch. Jammer, dat niet alle jongens meekonden. Volgend jaar gaan we allemaal mee, hè. Het zal vast weer leuk zijn. Verscheidene ouders hebben ons met de auto naar Heemskerk gebracht, waar we hen nogmaals hartelijk voor danken. Ook Sahi Besuyen wordt hartelijk bedankt voor al het heerlijke eten, dat ze voor ons gekookt heeft. Als zij niet meegegaan was, dan waren we vast verhongerd. Slingertje was dit jaar ook weer van de partij. Wat hebben we met haar gelachen hè? We hopen, dat ze volgend jaar weer meegaat.
Hoe het in het kamp was kan ik niet beschrijven. Dan zou ik een driedubbele Contact nodig hebben en dan zou ik nog niet alles beschreven hebben.
Hier volgen twee opstellen over het kamp. De ene van de oudste welp Wim Ploeg en de andere van de jongste welp Roger van Esch. Ik vind ze prachtig en ik denk, dat jullie het ook zo vinden.

Wim Ploeg:

Na een voorbereiding van weken waren we klaar om te vertrekken naar Heemskerk. We zouden er 5 dagen heengaan. De laatste paar dagen voor we zouden gaan gingen verschrikkelijk langzaam om.
Eindelijk was de dag dan aangebroken, dat we gingen vertrekken. ’t Was weken mooi weer geweest, maar nu op de zaterdag van het vertrek regende het.
We gingen deze keer niet met de bus, maar met personenwagens. We vertrokken vanaf het gemeentehuis.
Het was nog een hele reis naar Heemskerk. Toen we na aankomst onze spullen uitgepakt hadden, was het al middag. ’s Avonds hebben we de boterhammen opgegeten, die we meegenomen hadden van huis.
Om half negen zochten we onze slaapzakken op, maar het was wel 10 uur voor we sliepen.
Zondagmorgen moesten we vroeg opstaan om op tijd in de kerk te zijn. Na het middageten deden we wat spelletjes en na de avondmaaltijd ook. Ook weer op tijd naar bed.
Maandagmorgen deden we eerst ochtendgymnastiek, daarna ontbeten we. Maandag hebben we de hele dag spelletjes gedaan. Dinsdag was een belangrijke dag, want we konden het insigne acrobaat halen.

Roger van Esch:

We zijn met de welpen wezen kamperen in Heemskerk, het was de eerste keer, dat ik meeging.
Wij sliepen niet in een bed, maar in onze slaapzak in een grote zaal.
Overdag gingen wij erop uit.
Wij zijn ook naar de Lineaushof geweest in de speeltuin. We zijn op de waterfietsen geweest. Ik had nummer twaalf. Wij hebben toen leuk gespeeld.
’s Avonds hebben we liedjes gezongen en brood gebakken bij het kampvuur.
Zo hebben wij een leuke vakantie gehad met de welpen en Akela, Hahti, Baloe en Sahi.
Ik hoop volgend jaar weer mee te gaan.
 


Zomerkamp 1968

Laren,  thema: Ridders. Hiervan is een film (nu DVD) van Liesbeth Kruyt
 


Zomerkamp 1969

Baarn,  thema: Indianen.