Terug

 
1946 Dorus 1947 1948 1949
foto's Juliana foto's
Katwijk Wassenaar Maarn Maarn

 
 

Zomerkamp 1946

Katwijk, de duinen bij de bunkers, 20-22 juli

Hordes: Dorus Rijkers
Teamleider: Akela Ans Voortman
Leiding: Bagheera Suuske van Dorsten, Frans Korndorffer, Hahti Cees Koekebakker

20 deelnemers

Programma: (Logboek 1 van de Dorus Rijkershorde, Ans Voortman)

Zaterdag 20 juli  was voor onze welpen een belangrijke dag, want toen hebben we ons eerste zomerkamp gehouden. Voor het eerst kamperen! Dat was wat voor de jongens. Al dagen tevoren waren we bezig met voorbereidingen. Eerst: wat ze allemaal moeten meebrengen. Daarna alles bestellen.
Maar het ging gelukkig vlot. Zo brak eindelijk de grote dag aan. Suuske en ik waren ’s zaterdagsmorgens al vroeg het duin ingegaan om met de kokerij te beginnen, want we zouden bruine bonen met sla eten en pap toe. De jongens kwamen namelijk meteen uit school vandaan. De kokerij viel ons reuze mee. Ik had nog nooit op een primus of een vergasser gekokkereld, maar het is best te doen. Links en rechts hadden we pannen geleend, die Cees Koekebakker en ik overal vandaan hadden gehaald met paard en kar, dus ook dat punt was opgelost, want om ongeveer 25 hongerige magen te vullen, daar zijn grote pannen voor nodig. Vrijdagavond waren de jongens allemaal geweest om alles te brengen en ook om aardappels te schillen. Een echt leuk begin om de stemming er vast in te brengen.
Om half 1 op zaterdag kwamen ze aanzetten. Het eten was gelukkig bijna klaar, zodat we om goed 1 uur aan tafel zaten. De jongens hebben zitten smullen van belang, zodat alles opging. De middag zijn we het duin in geweest en hebben we gebald, maar het was in een ommezien weer etenstijd. Suus en ik hadden de boterhammen al klaargemaakt. De moeders hadden van alles meegegeven, dus kon het nog een festijn worden.
 

’s Avonds hebben we kampvuur gehad, waarbij stuurman Maart een griezelverhaal heeft verteld.We gingen de jongens tegen tienen naar bed brengen, maar er kwam voorlopig van slapen niet veel, want als je voor het eerst met al je vriendjes gaat slapen in dezelfde slaapkamer, dan is het heel moeilijk om meteen je mond te houden. Het spoken heeft geduurd tot tegen enen. Daarna is het rustig gebleven tot half acht.

Zondag 21 juli   Bagheera en ik zijn de dag begonnen met een duik in zee. Heerlijk was dat. Het was gelukkig nog stil bij de jongens, zodat we ons deze weelde konden permitteren.
Toen was het nest voor nest opstaan, ochtendgymnastiek, wassen bij de pomp onder toezicht van Hahti Koekebakker een ontbijt. Gelukkig liep alles op rolletjes, zodat we op tijd naar de kerk konden. We zouden naar de Kapel en ik was even bij dominee van Ieperen geweest om het te zeggen, terwijl Hahti banken had gereserveerd. Toen we na een stevige mars bij de kerk arriveerden waren de banken al vrijgegeven, omdat de koster dacht, dat we niet meer kwamen. Enfin, er werden een paar banken binnengesjouwd en Suuske werd tussen twee ouderlingen ingepland. Het was heel schoon. De preek was goed, want de jongens konden er tenminste nog iets van navertellen.

We zijn na afloop langs de Boulevard weer naar de duinen teruggekeerd, alwaar ons een kop heerlijke chocola wachtte, terwijl Frans alvast de groente (bloemkool) had opgezet. Bakker den Dulk had voor heerlijke koekjes gezorgd. Toen zijn de jongens in het duin gaan ballen met Frans en Hahti en Suus en ik zijn gaan koken. Dit ging vlug, want we hadden de vla al zaterdag klaargemaakt en ook het vlees. Tegen half twee zaten we aan tafel. Alle jongens kregen een bal gehakt op hun bord, wat natuurlijk een feest op zichzelf was. Daar hadden de moeders voor gezorgd, want die hadden zoveel ingeleverd. Ze vonden het eten heerlijk, maar er bleef een grote pan met aardappels over, waar de geiten op getrakteerd werden. Toen nog vla met yoghurt toe. Gewoonweg een diner.
 
’s Middags eerst een uur rust, waarin werd voorgelezen en toen zijn we naar het strand gegaan. We hebben leuke spelletjes gedaan onder andere een hardloopwedstrijd om lollies. Ondertussen heeft Hahti wat foto’s gemaakt, maar de uitslag heeft uitgewezen, dat zoiets niet het werk van een olifant is. De middag vloog voorbij. Toen het 5 uur was zijn Suus en ik naar boven gegaan om een poosje uit te blazen. In die tijd hebben Frans en Cees zich over de jongens ontfermd.

Schipper Vink kwam met vrouw en kinderen op de thee en die zijn meteen blijven eten. ’s Middags was schipper Van der Maaden een poosje geweest, toen we zaten te middagmalen. ’s Avonds hebben we de jongens vroeg in bed gestopt, want ze waren behoorlijk moe. Het was dan ook aanmerkelijk vlugger stil dan de vorige keer.

Maandag 22 juli
Het was vroeg reveille, want de jongens moesten op tijd op school zijn. Alles verliep gelukkig vlot, zodat we vrij goed op tijd met zwaar beladen paard en wagen uit het duin zijn vertrokken. Daarna zijn Suuske, Frans, Cees en ik nogmaals het duin ingegaan om de sporen van ons weekend te verwijderen. Het waren al met al leuke maar vermoeiende dagen.
 


Zomerkamp 1947

Wassenaar, 4 – 7 augustus

Hordes: Dorus Rijkers, Juliana
Teamleiders: Akela Ans Voortman, Akela Cis de Jong
Leiding: Bagheera Suuske van Dorsten, Jaap Smallebroek, Louis Mieras, Rien Mulder

33 deelnemers

Programma: (Logboek 1 en 2 van de Dorus Rijkershorde, Ans Voortman)

Het had heel wat voeten in de aarde om alles voor elkaar te krijgen. Akela de Jong was er eind april al op uitgetrokken om een geschikt hordehol voor ons te huren, want we hadden besloten om dit jaar er eens op uit te trekken, maar niet te ver. Zo was de plaats al heel bijtijds besproken. We vonden het alleen nogal duur worden voor ruim 3 dagen, maar gelukkig bleken alle ouders gaarne bereid het kampgeld f7,50 te betalen. Tevoren was is zo veel mogelijk ouders af geweest om toestemming, maar ze waren allemaal even enthousiast voor het uitstapje van hun jongens. Er gingen er dus ook maar liefst 20 mee.

Maandag 4 augustus.   Maandagsmorgens vroeg was het al druk met alles wat ze kwamen inleveren. De moeders hebben weer hun best gedaan. We zouden om 2 uur vertrekken, maar dat werd ongeveer 3 uur. De tocht ging over de Haagse Schouw. Het was prachtweer, zodat de jongens niet onder het zeil hoefden. Schipper Leen was ook mee en verder waren we met als assistenten: Jaap Smallebroek, Louis Mieras en Rien Mulders. Na een uur kwamen we op onze plaats van bestemming aan.
Het hordehol was een groot huis met boven slaapruimten, dus dat was prachtig. Beneden waren de speelruimten. De nesthoeken daar konden onze jongens terecht. Er was een open haard en een grote betegelde keuken. Gas, elektrisch licht, W.C. en zelfs een flinke douche. De horde van Akela Parlevliet werd door onze auto opgehaald van Duinrell en die brachten ons nog diverse pannen. Hun kamp was erg leuk geweest.
De jongens hadden voor ’s avonds hun boterham meegebracht. Akela de Jong en ik zijn eerst diverse leveranciers afgegaan om allerlei te bestellen, want we waren met 41!
Onze vroegere stuurman Spaanderman was ook meegekomen en die heeft onschatbare diensten bewezen met het stilhouden van de jongens. Het was een leuk gezicht al die welpjes in nachtgoed in het stro. Het duurde erg lang voor het stel sliep. Voor de meesten was het voor het eerst, dat ze gingen kamperen.

Dinsdag    ’s Morgens om 6 uur waren de eerste belhamels al wakker en dat stond ons niet aan, want wij hadden niet bepaald denderend geslapen, vooral Akela de Jong, die had bijna geen oog dichtgedaan. Wij hadden anders een fijn kamertje met ons vieren. Onze helpers waren al vroeg op en die hadden al brood gesneden en groente schoongemaakt. De melkboer had een bus karnemelk gebracht, dus het ontbijt was gereed. De stemming was prima, zelfs toen het begon te gieten. De jongens vermaakten zich kostelijk. Er werden allerlei spelletjes bedacht door de verkenners, zodat we van de regen vrijwel niets merkten. Ondertussen waren wij met het eten bezig. We zouden naar het dierenpark, maar daar kwam natuurlijk niets van.
Gelukkig klaarde het weer op, zodat we naar Duinrell konden. De verkenners hebben een groot spoor gelegd en dat zijn de jongens gaan zoeken. Het werd zo een enige middag. Suus en ik zijn later het stel achterna gegaan, maar we konden niemand anders vinden, dan ….schipper Vink, die bij het restaurant zat. Wij konden niet beter doen, dan bij hem te gaan zitten thee drinken en cake eten. Later ben ik  naar huis gegaan om het eten op te zetten, wat gelukkig erg lekker smaakte. ’s Avonds zijn de jongens nog een poosje weggeweest en om 8 uur was het Taptoe. Ze waren heel wat eerder stil, dan de vorige avond. Tevoren hebben we het hele stel gedoucht. Dat was een feest op zich. We hebben het ook niet te laat gemaakt.

Woensdag    De volgende dag zijn we naar het dierenpark geweest. We hadden voor allemaal een pakket boterhammen klaargemaakt. De aardappels stonden alvast klaar, dus dat was allemaal in orde. We zijn er met zijn allen heen gelopen. Dat was een mooie wandeling van ongeveer 1 uur. Het was er een drukte van belang, toen we aankwamen. Ik ben even vooruit gegaan om een toegangsbewijs te nemen voor allemaal.
Toen alles in orde was hebben we eerst de club in groepen verdeeld van 10 jongens en zijn onze bagage gaan afgeven bij de juffrouw van het toilet. Vervolgens zijn we gaan eten: boterhammen met limonade, want ze hadden niks beters. Het weer hield zich uitstekend, alhoewel het de hele avond dreigde. Toen alles naar binnen was zoveel mogelijk zijn we onze tocht door de tuin gaan voortzetten. We genoten allemaal met volle teugen van al het gedierte, vooral de aapjes trokken belangstelling. Ook de beren kregen ruimschoots hun deel. Alles verliep in goede harmonie. Alleen op het eind toen de jongens nog een poosje in de speeltuin waren, kreeg een van mijn welpen een klap van een schommel,  die zo hard aankwam, dat we ’s avonds hebben laten krammen. Op de thuisreis begon het flink te regenen. Ik ben met een stuk of zes in de bus gestapt. Ze wilden allemaal wel, maar de bus was vol.
Het avondeten was verzorgd door onze verkenners: Jaap, Louis en Rien, zodat we vlug konden aanvallen op de aardappels met sla, komkommers en tomaten. Iedereen weer een bal gehakt en yoghurt toe.  ’t Was vorstelijk. Na afloop zijn de jongens het bos ingegaan om hout te zoeken voor het kampvuur, dat we wegens de regen binnen moesten houden. Hopman Spaanderman was inmiddels ook weer gearriveerd, want die zou de jongens een verhaal vertellen.
We hadden ze allemaal rondom het kampvuur gezet in pyjama. Dat was toch zo’n leuk gezicht. De verkenners gingen het kampvuur bouwen en wij luisterden naar de wilde verhalen van hopman Maart. De jongens vonden het prachtig en toen weldra het vuur hoog oplaaide, zo hevig dat de Wassenaarse bevolking aan de ramen stonden te rammelen om te vragen, of wij van plan waren hun geliefde dorp in vlammen te doen opgaan was de sensatie op het toppunt. De avond vloog om. We dronken allemaal nog een beker chocola, eten biscuits en stoppen de jongens lekker laat in bed voor hun laatste nachtje. Ook nu was het weer gauw rustig, want ze waren behoorlijk moe van alle emoties.

Donderdag.    De volgende dag zijn we begonnen met alles te inspecteren en bij elkaar te leggen. Daarna een spel met de verkenners, terwijl Cis en ik de leveranciers zijn gaan betalen en voor de middagboterhammen zorgen.
’s Middags nog een laatste wandeling naar Duinrell en toen thuis alles regelen. Dat was nog een heel karwei, want er waren welpen, die niets meer van hun hebben en houden konden vinden. Gelukkig diepten ze alles weer zo veel mogelijk uit de stromassa’s op, ja meer dan dat, want toen ik thuiskwam had ik zeker 3 stel lepels en vorken, een sok, een paar zakdoeken en zelfs een wollen deken. (De eigenaars zijn nog steeds niet komen opdagen).
Ook hebben we de medailles gewonnen bij de Sint Jorismarsen uitgereikt en het geld, dat van het kampgeld over was. Onder gejuich werd de terugtocht met de grote auto aanvaart, die ons precies op tijd kwam halen. ’t Ging veel te vlug. We hadden nog een grote mand brood mee, zodat ze verzadigd weer in Katwijk aankwamen en niet alleen verzadigd, maar ook schoon, want ze waren allemaal onder de douche geweest voor ons vertrek.

Het was een geslaagd kamp. Jammer, dat we wegens de regen geen foto’s konden maken. De enige foto is die van schipper Vink, genomen toen hij zijn horde in Duinrell kwam begroeten. Ik vind, dat hij nogal streng kijkt, maar ja een schipper moet ook niet altijd vriendelijk kijken.
 


Zomerkamp 1948

Maarn, Laag Kanje, 31 juli - 3 augustus

Hordes: Dorus Rijkers,  Abel Tasman, Juliana, samen met de troepen
Teamleiders: Akela Ans Voortman, Akela Dien te Paske, Akela Cis de Jong (en de schippers)

Inclusief zeeverkenners ongeveer 100 deelnemers. Dorus Rijkers: 16 deelnemers, o.a. Floor en Bram.
 

Programma: (Logboek 2 van de Dorus Rijkershorde, Ans Voortman)

Het zomerkamp van 1948 is een succes geworden en ’t was tot dusver het beste kamp, dat we hebben gehouden. Zaterdagsmorgens vroeg zijn we vertrokken, nadat schippers en verkenners tot laat in de vorige avond de bagage van alle troepen en horden waren wezen opladen. Naar verluid is dat niet zonder verwensingen gebeurd aan diverse adressen, vooral toen tussen alle grote en kleine pakken een tuinstoel plus tafel werden ontdekt en een vallend pakje krulspelden uitstrooide…maar hoe het ook zei, alles kwam op de auto, evenals de volgende morgen, toen het er een moment op leek, dat ongeveer 10 jongens er niet meer op konden worden geladen. Om goed 9 uur zijn we gestart onder een min of meer dreigende hemel wat door ieder van ons met enthousiasme werd geconstateerd, daar de voorafgaande dagen meer dan tropisch waren geweest.
’s Morgens vroeg waren de schippers Ravensbergen en Vink al gestart met een aantal verkenners. Zij deden de 80 km lange tocht per fiets, De autotocht erheen verliep zonder ongelukken, maar wel met enige stagnatie, doordat we 2 maal werden aangehouden, omdat de wagen die ons vervoerde geen vergunning had voor personenvervoer. We waren tegen half 12 op de plaats van bestemming. De bagage bleek reeds te zijn gearriveerd onder de hoede van schippers Haasnoot en Parlevliet en ook al uitgeladen. Ik moest later weliswaar enige vermiste eigendommen uit het verkennerskamp ophalen, maar dat kon natuurlijk niet anders, daar er bagage van ruim 100 personen op de auto lag opgestapeld.
Het kamp was een eind van de boerderij af, ongeveer 7 minuten lopen, maar we bleken een prachtig plaatsje te hebben: helemaal afgelegen op het heitje. De jongens sliepen in een groot kippenhok, bij uitstek geschikt voor kamperen. Ik had een vorstelijke tent. Een 5 persoonstent nog wel, die werd op één van de mooiste plekken daar opgezet. Huib had voor ons allemaal voor een bed gezorgd, zodat we niet op de grond hoefden te slapen. Maar waar had Huib niet voor gezorgd, elk stuk bagage had hij voorzien van een label, met een heel verhaal erop. Zijn hele erf stond tevoren vol met kampbenodigdheden.
Het weer was heerlijk na de tropische hitte, maar we zagen wel, dat we niet van onweer af zouden komen en dat kregen we dan ook prompt in de nacht van zondag op maandag. De jongens waren gelukkig niet bang, maar Maart heeft toch 4 uur opgezeten. De nacht daarvoor was ook al onrustig geweest, doordat Floor kennelijk teveel had gegeten, zodat ik de sabbat inzette met het doen van een grote was dekens incluis. Enfin, in de loop van de dag knapte hij weer op, maar die nacht werd Bram ziek. Die had last van erge buikpijn, zodat we bang waren voor blindedarm. Ook dat liep gelukkig goed af.

Schipper Vink hield een wijding over de”Verloren Zoon”, waar door de jongens met aandacht naar werd geluisterd. Na de chocola kregen wij visite van de schippers en de stuurlui bij mijn tent, wat ook erg gezellig was.Ondertussen zorgden de verkenners voor het eten. De welpen hebben heel wat kannen en emmertjes water gehaald. En talloze boodschappen bij de boerderij.
De eerste dagen lieten we ze vrijwel naakt rondspringen, maar schipper Vink maakte daar een opmerking over, zodat ze zich buiten het kamp niet zonder kleren mochten vertonen.
’s Avonds voor het naar bed gaan was het “stuurmans” plezier om alle jongens af te boenen. We hebben daarbij wel vreselijk gelachen. Op het laatst was de emmer water veranderd in vuil dik zeepsop, maar de jongens waren schoon.
Iedere avond hadden we een korte aandacht voor de tent van Akela. We hebben de geschiedenis van Jona helemaal behandeld. De jongens vonden het prachtig. Met de stuurman maakten de jongens een grote tocht naar de piramide en ik heb op maandagmiddag met ze gewandeld naar het dorp. Het was toen smoorwarm, echt benauwd en we hebben dan ook onweer gekregen ’s avonds. We zouden nog naar een natuurbad gaan, maar daar kwam niets van vanwege de kosten en de verre afstand.

De laatste dag hebben we nog een reuze mop beleefd. Schipper Vink vertelde, dat Prins Bernhard de kampen zou komen inspecteren en wij waren nog zo gek om het te geloven. ’s Avonds toen het donker werd arriveerde een pseudo-prins met gevolg. Enfin, we zijn er stuk voor stuk ingetippeld.  Onze welpen waren juist op een kampvuurplaats diep in het bos en stuurman Spaanderman zou met zijn verhaal beginnen, toen ik de schippers Vink en Ravensbergen in het bos ontmoette, die mij vertelde, dat de prins was gearriveerd. Alle jongens moesten holderdebolder naar het kamp van de zeeverkenners, dat met vloeken en zuchten gebeurde, want het verhaal was op dit ogenblik van veel meer belang, dan het bezoek van de prins. Gelukkig hebben de jongens niet de juiste conclusies getrokken uit de zwijgende prins en hebben schipper Jan c.s. de lol gehad van een reuze mop.
Het kampvuur volgde daarna nog, waarbij het hoofd in de koffer nog eens ten tonele werd gevoerd. Gevolg was dat de jongens tegen half 12 pas naar bed gingen en de volgende dag niet wakker waren te krijgen. Toen volgde de inpakkerij van alles en ’s avonds tegen half zes pas zijn we pas naar Katwijk vertrokken.
’t Was een goed kamp geweest, dat de jongens niet gauw zullen vergeten.
 


Kamp 1949

Maarn, Laag Kanje, 4 - 7 juni (Pinksteren)

Horde: Dorus Rijkers
Teamleider: Akela Ans Voortman
Leiding: o.a. Maart Spaanderman

20 deelnemers, onder andere: Wim Nijgh, Arie Ouwehand, Gerrit Minnee
 

Programma: (Logboek 2 van de Dorus Rijkershorde, Ans Voortman)

Nu het begin was allerdroevigst, want de auto kwam wel drie kwartier over tijd, zodat we veel te laat startten. Er mochten nog enkele jongens in de bagageauto, waarin ook de schippers zaten om over onze omvangrijke bagage te waken.
We waren nauwelijks uit Katwijk, toen het al flink regende en onderweg waren er zulke stortbuien, dat de moed ons (tenminste mij), in de schoenen zonk. Wat zouden we met de jongens moeten beginnen, wanneer het steeds regende? Ze de hele dag opsluiten in het kippenhok?
Enfin, de stemming was voor het moment opperbest, want schipper Leen, die in de bagagewagen vlak achter ons reed, stak steeds zijn hoofd boven door het dekzeil en gaf een complete voorstelling, waar de jongens reuze veel plezier in hadden. Toen we aankwamen knapte het weer zienderogen op en toen het eenmaal droog was, is het droog gebleven tot we weer naar huis gingen. De bagagewagen reed onze eigendommen naar het Heitje, dus niemand hoefde te sjouwen.
Er werd verteld, dat de kachel kapot was en dat we zouden moeten koken op de boerderij, maar ook dat bleek mee te vallen. De verkenners begonnen meteen maar, om eens te zien, of het brok oudroest nog wel branden wilde en ziedaar het lukte! ? De bruine bonen waren dan ook spoedig gaar en het vet gesmolten. Jammer dat de pan lek was.
De jongens hadden zich al spoedig van het kippenhok meester gemaakt en hun bedden gespreid, d.w.z. het stro zo plat mogelijk getrapt en daarop hun dekens enz. Ze voelden zich direct thuis, vooral degene die verleden jaar ook mee waren en dat waren er 9. Die voelden zich zo thuis, dat ze zich ook nog heel goed herinnerden, wat voor karweitjes er zoal te doen zijn in een kamp en het duurde dan ook niet lang, of die heren trokken zich terug en geloofden het wel, als er wat te doen viel.
Die dingen hebben gemaakt, dat wij dit kamp niet geslaagd vinden. De jongens waren vreselijk ongezeglijk en hebben zich gedragen, als een troep grote egoïsten.

En nu nog een verslag van de gebeurtenissen.
Onze “installatie” op het Heitje ging zoals gezegd vlot genoeg mede dank zij de verkenners, die me geweldig hielpen. Natuurlijk heeft Baas Maarten zich ook weer danig geweerd. Hij was al spoedig met de jongens aan een spel bezig, nadat alles opgeruimd en ingericht was en we onze boterhammen hebben verorberd. Die middag hebben we verder besteed met alles klaar te maken voor de komende feestdagen.
Er kwamen verschillende leveranciers, wat reuze gemakkelijk was. De eten kokerij verliep nogal vlot, zodat we niet al te laat aan ons diner begonnen, dat bestond uit: bruine bonen, aardappels, spek en een bord karnemelkse pap toe.

Na het eten corvee, wat direct al niet zo vlot ging en later neerkwam op enkele getrouwen, zoals Wim Nijgh en Arie Ouwehand. Deze jongens krijgen nog eens een pluim vanaf deze plaats. Maar de rest, daar waren bijgaande onder- en bovenschriften als zijnde wat ze zeiden en wat ze deden precies op hun plaats.

De eerste Pinksterdag begon, zoals gezegd ontzettend vroeg, doordat Gerrit Minnee het lumineuze idee kreeg om om 3 uur een plasje te gaan doen, daarbij constaterend, dat het al licht was, dus naar zijn mening tijd om op te staan. Enfin, hij heeft het hele koor gewekt en toen alles al startklaar stond had Maart maar mee te gaan. Later kregen we nog via de boerderij een aanmerking, wegens het maken van burengerucht,
omdat zij een deftige Amsterdamse hopman hadden met glacé handschoenen aan, die ons schijnbaar niet zelf “aan” scheen te durven. Na het ontbijt hebben we eerst de horderoep gedaan en zijn toen naar de zandkuil in het bos gegaan, waar we een korte ochtendaandacht hebben gehouden. Daarna een wandeling en gegeten.
Na de rust zijn de jongens gaan spoorzoeken, maar dat viel min of meer in het water, daar ze het spoor niet konden vinden en ook doordat we Ouderbezoek kregen, wat me nu niet bepaald daverend is bevallen. ’s Avonds heb ik alle dassen gewassen, wat m’n eigen schuld was, daar ik ze de jongens de hele dag om had laten houden.

De nacht was heel wat rustiger, maar de welpen waren evengoed nog heel goed op tijd. Er stond heel wat op het programma voor die 2e Pinksterdag, want we zouden naar de Piramide van Austerlitz gaan. Het is een heel gezellige dag geworden. We hadden voor alle jongens boterhammen klaar gemaakt, wat ook weer met het nodige gemopper gebeuren moest. Verder hebben we ons geamuseerd in en op de piramide, vooral de autootjes vonden aftrek, waarbij de jongens spoedig hun zakgeld hadden versnoept.
Dit waren enkele beelden uit ons zomerkamp.