Uit het logboek van schipper Huib van der Maaden

 
 

Maandag.  De organisatie begon al anderhalf jaar eerder: van de eigen troep en de sluitzegels-actie. Katwijk had een record lotenverkoop (136) en de brochureverkoop van "U komt" (889) in het district Rijnland, vooral door de voortrekker Jan Mieras.

"Wat onze eigen organisatie betrof hadden we vooral de kampvaardigheden op te voeren en te zorgen dat de uitrusting in orde was"
...
Toen volgde de Jamboree-ruzie in het hoofdbestuur. Men schijnt in Nederland nooit iets te kunnen organiseren, zonder eerst flink ruzie te maken over de vraag, wie de lakens uit zal delen"
...
Even dreigde weer een binnenbrand door de bieradvertentie, maar dit werd verder doodgezwegen.
...
En nu is het maandag 26 juli. Na Pinksteren is vrijwel elke dag een werkdag voor de voorbereiding geweest. Nu komt de algemene inspectie van de jongens, 13 in getal. Elke jongen krijgt een briefje mee, waarop staat wat er nog mankeert. De meesten blijken de zaken goed voor mekaar te hebben. Toch zijn er weer enkelen, die er met hun pet naar gooien. Om bijna 10 uur zijn we klaar en het troephuis wordt weer gesloten".
 

Dinsdag.  Alles wordt ingepakt
"Tegen elven, als we nog alles afgedekt hebben, besluiten we naar bed te gaan. De laatste avond thuis. Maar ik ben vol goede moed. Alle moeilijkheden zijn opgelost, want zojuist heb ik nog bericht gekregen, dat de grote bus van Van Schie morgenvroeg om 8 uur de zaak zal komen inladen!"
 

Woensdag
"Dit wordt de eerste Jamboreedag!! Om 10 voor 8 staat de vaandrig al voor de deur. En om 8 uur ... kwèk, kwèk ... daar stopt de grote bus van Van Schie. M'n brood moet maar blijven staan. In 5 minuten is alles in de bus, zelfs de 9 lange roeiriemen gaan mee en 5 laden van mijn schelpenverzameling, die ik voor de buitenlanders tentoon wil stellen.
...
Om 5 over 2 rijden we weg. Gejuich en gezwaai van diverse ouders, dan de hoek om en de tocht is begonnen. We hebben een beetje wind tegen. Niet hinderlijk maar toch voldoende om 2 jongens, die niet bepaald rijwielkunstenaars blijken te zijn, het zweet op hun gezicht te jagen. Ze maken zo nu en dan acrobatische slingeringen over de weg. De anderen blijven er maar op een eerbiedige afstand vandaan. Een paar kilometer voor De Zilk ligt Ravensbergen in het gras op ons te wachten. Hij gaat ons mee wegbrengen naar Vogelenzang.

Om half vier bereiken we het kampterrein. Wat een drukte! Vrachtauto's en bussen versperren ons zo nu en dan de doorgang. Onze 2 rijwielhelden moeten een paar maal opnieuw "gestart" worden. De loodjes voor de fietsen zijn op en er moet op nieuwe gewacht worden. Dat is om op te schieten.
...
Het stukje grond, dat ons toegewezen is, is niet groot, maar prachtig gelegen. Bijna in het midden staat een denneboom, aan de Westzijde een hoge beukeboom en aan de andere kanten, iets verder weg ook hoge bomen. De grond is bedekt met hoge varens, die voor een deel al afgemaaid zijn. Aan de achterkant laten we de patrouilletenten, de fouragetent en de leiderstent verrijzen.
Onderwijl gaat onze fouragemeester (vaandrig Hoek) eens kijken, wat we te eten zullen krijgen. Het bericht dat hij meebrengt, is niet erg bemoedigend. De zaak is namelijk in het honderd gelopen en voedsel is er niet meer! Gelukkig hebben de meeste jongens er op gerekend en halen een paar meegebrachte boterhammen uit hun zakken.


Het kampeerterrein, anno 2004, in noordelijke richting.
Op de voorgrond de beuk, in het midden de (nu dode) denneboom. Links de varens



embleem in patrouilletent
Van slapen komt vooreerst niet veel. De eerste nacht is altijd wat vreemd. Daarbij hebben we geen strozakken, zoals gewoonlijk, maar alleen gronddekens en ... onze buren, de Alfenaren, maken voor het eerst hun eerste grote kamp mee, terwijl er verscheidenen onder zijn, die nog nooit in een tent geslapen hebben. Het resultaat is gemakkelijk te raden. Het praten, lachen en zo nu en dan ruzie maken gaat maar steeds door. Om half twee 's nachts steek ik mijn hoofd buiten de tent. "Zeg, jullie zij hier niet alleen op de Jamboree! Er zijn er nog meer!!". Plotselinge stilte. Even later val ook ik in slaap"

Donderdag
" 's Morgens om 5 uur ben ik al weer klaar wakker. De oorzaak? De Hollandse Nachtegalen naast ons blijken hun naam eer aan te doen en maken alweer een spektakel van jewelste.  Eerst de gebruikelijk ochtendgymnastiek, dan wassen.
....
Dan maar een eindje rondwandelen om alvast het een en ander te zien. Juist komt het Poolse contingent van de trein gemarcheerd. Ongeveer 900 man sterk. Met volle muziek voorop. Een aardig gezicht met hun petten met kleppen en hun lange capes, die bijna op de grond reiken. Bij de Bekslaan marcheren nu juist de Japanners voorbij. 10 man. Maar het is te begrijpen. Het is niet naast de deur.
...
Om kwart over één krijgen we onze eerste warme maaltijd te verwerken. De eettafels voldoen goed. De oprolbare tafelbladen, gemaakt van een oud kamerscherm, liggen op een onderstel, dat de jongens vanmorgen gemaakt hebben en 4 roeiriemen zijn tot zitplaatsen omgewerkt. Het smaakt best. En de vuurtafels hebben de vuurproef prachtig doorstaan!
...
Een paar jongens hebben verlof gekregen tot 10 uur om naar de markt te gaan. Ik ga vlug een brief aan Sjaan schrijven. Daarna vlug naar bed. Ik voel me niet in orde. Moe en duizelig. Dat komt zeker van te weinig slapen en vanavond al dat gedraai voor m'n ogen van al die duizenden jongens. Afijn, morgen zal het wel weer over zijn"
 

Vrijdag
"Ik slaap tot om 7 uur de klokken in de klokketoren het tijdsein beginnen te luiden. Ik voel me weer bijna helemaal opgefrist. Eerst de jongens eruit getrommeld, dan weer wat gymnastiek en de gewone plaspartij (wassen). We koken vanmorgen voor het eerst havermout. André Parlevliet trekt een lang gezicht. Hij lust geen havermout en eet het thuis ook nooit! Wat drommel nog toe! Dan wordt het hoog tijd, dat hij het leert eten! En ik kommandeer: 1 schep havermout elke morgen en niet van tafel, voor het op is. Hij doet er wel lang over, maar de havermout wordt toch naar binnen gewerkt
...
Ik neem de oven onderhanden. Toch verdraaid leuk om zo'n eigen product in mekaar te zetten. Ik heb een grote kluit leem meegebracht. Daarmee kan ik prachtig de voorkant afmetselen. Om kwart over 1 is het middageten klaar. We krijgen gebakken schelvis! En die smaakt best bij de aardappelen en de groenten.
...
En zo zie ik al spoedig de vlaggemast omhoog gaan. Het ding is gemaakt van wilgenslieten en blijkt zich in een soort S-bocht te willen wringen. Maar een stuk of 6 spantouwen houden hem in de gewenste houding.
....
En, terwijl de landverkenners naar de arena marcheren, stappen de zeejongens vrolijk door naar de markt om te zien of er al wat te beleven valt. Er lopen al verscheidene vreemdelingen rond. Een paar Denen zijn de eerste slachtoffers om hun handtekening te zetten. Ook een Egypteling moet enige absoluut onleesbare krabbels zetten. Het wordt al een ware internationale beweging"
 

Zaterdag
"Bij de mededelingen na de vlaggenparade krijgen we te horen, dat er elke morgen een aandacht zal gehouden worden op de kampvuurplaats. We besluiten om ze voor zover het mogelijk is, ze mee te maken. En we beginnen al dadelijk met de eerste. Dominee Haverman blijkt een vlot spreker te zijn die de jongens ook weet te boeien.
Na de aandacht wordt ik aangehouden en krijg het verzoek om met m'n mandoline naar de kampvuurplaats terug te komen om een kleine repetitie te houden voor het subkampvuur voor vanavond. Het repeteren van de kampvuurliedjes gaat goed. Er zijn aardig wat instrumenten, waaronder 2 guitaren, 1 banjo, 2 mandolines, een fluit, een paar harmonika's, een viool.
...
Voorwaarts ... Mars! en daar marcheren we naar de arena met frisse moed. Je kunt zien, de jongens hebben er zin in. Op het veld voor de arena is het al een gewirwar van uniformen en daarbovenuit vlaggen. Een kleurig gewriemel. De aangewezen vakken vullen zich.
We moeten een hele tijd wachten. Intussen neemt het défilé een aanvang. Maar we zien van onze plaats geen steek. Wel hoor ik dat Amerika de rij geopend heeft en dat Nederland achteraan zal komen met de zeeverkenners voorop. We worden nog eens netjes in rijen van 12 gezet, waarbij ik op de achterste rij verzeild raak. Hindert niet. Je ziet toch evenveel, of even weinig. Eindelijk komt Nederland aan de beurt. De zeeverkenners zetten zich in beweging, direct gevolgd door de vlaggentroep van alle Nederlandse landverkenners. Daar loop ik dus vlak voor. Gelukkig speelt de muziek een flinke mop marsmuziek.
Dan gaan we de brug over, de arena binnen. Gebruik nu je ogen, maar ... loop tegelijk keurig in de rij! De Koningin, de Chief Scout! Zwenken door de bocht. We naderen de hoofdtribune. De Chief staat. Een krasse kerel, al is hij 80 jaar. Alle hoofden gaan naar rechts. Niet juichen. Dat past niet als ontvangend land. Tientallen filmtoestellen staan te ratelen. Geen wonder, de vlaggen achter me! We zijn nu de Chief gepasseerd. Ik heb hem nu dus ook gezien, de grondlegger van onze padvindersbeweging. Toch fijn. Ik hoop hem komende week nog eens van dichtbij te zien.
Daar marcheren we alweer de arena uit. De zeeverkenners hebben keurig gelopen. Dat kon ik goed zien vanuit de achterste rij. Een mooi gezicht ook, al die blauwe uniformen met witte mutsen.
...
Wat is dat? Er komt deining in de Amerikaanse gelederen. Begint de ralley al? Jazeker! Ze beginnen te hollen! Dan wij ook. Schipper van Putten doet wanhopige pogingen om ons in ons vak te houden. Waarom? Is er iets niet in orde? Maar hij had evengoed kunnen proberen een locomotief tegen te houden. Hij wordt met de stroom meegesleurd. Ik zie hem al niet meer, maar ik ren ... ik ren ... Nee, ik ben nog niet zo afgetakeld als onze hoofdverkenner Rambounet. Lopen kan nog wel! Bij de toegangsbruggen tot de arena stop ik. Op de arena voor de tribune is het een gedrang en gejuich van jewelste. Daar blijf ik nog maar even tussenuit. Ik hoor de luidsprekers aandringen om wat achteruit te gaan. Men vreest anders ongelukken. Nu, ik zou vandaag niet graag onder de voet gelopen worden!
Weer begint het gejuich. Wat drommel, ik zie haast niets. Dat moet anders. Ik wring me omhoog en sta even later boven op een omheining. Stokken met hoeden dansen voor m'n ogen. Een onvergetelijk gezicht! Er staat een andere padvinder naast me. Wie? Kan me niet schelen. Ik moet me gevoelens even luchten en schreeuw hem in onvervalst Hollands iets in 't oor. Hij staat maar te lachen. Snapt er niks van, wat ik voor klanken ik uit, maar begrijpt toch wel iets van wat ik bedoel. En hij lacht maar. Plotseling het Wilhelmus. Plof! Ik sta op de grond in de houding. Opletten. Nu zal er wel wat meer komen. En jawel. De Koningin begint te spreken, Met duidelijke stem ... I declare the Jamboree opened."



Zondag.   Kerkdienst in de arena
"Ik kom te zitten naast een Algerijn. Met aandacht bestudeerd hij zijn ontvangen blaadje. Ik help hem om het een en ander in z'n Franse bijbeltje op te zoeken. Daar treedt prof. Berkelbach van de Sprenkel naar voren en de kerkdienst vangt aan. De duizenden in de arena zitten stil te luisteren of aandachtig de gedrukte Franse, Duitse of Engelse tekst te volgen. Het is een indrukwekkende dienst. Padvinders uit alle delen van de wereld bijeen in één godsdienstoefening. Vooral het zingen van de liederen in verschillende talen doet bij mij heel sterk het gevoel oprijzen, dat hier alle grenzen wegvallen. Hoe is het in de wereld mogelijk dat de regeringen van twee landen zulke jongens later misschien weer tegen elkaar wil laten vechten.
...
Het is een drukte van belang. De bezoekers verdringen zich voor de buitenlandse kampen. Geen wonder. Er is ook heel wat te zien. Een troep Engelsen is bezig om op een zeil een jongen omhoog te gooien en weer op te vangen. Verbazend wat een hoogte bereiken ze nog met dat gastje! 4 à 5 meter vliegt hij de lucht in. Eén der toeschouwers (met pofbroek) wil ook graag de lucht in. Dat kan. Ready! Hup!! Maar hij komt zo hoog niet, 't Is me nogal geen zware vent. Krak!! Het zeil scheurt onder z'n zware val en het spel is afgelopen.
...
Het Amerikaanse kamp trekt veel belangstelling. Alles model. Allemaal modeltenten, veldbedden, papieren borden en bekers, die na gebruik in het vuur gegooid worden, veel schrijfmachines, zelfs een komplete ijskast. Nou zeg, als je zo gaat kamperen! Maar daar horen we de oplossing al: alles gratis in bruikleen en verzonden door het Amerikaanse leger. Nou, zo kunnen wij het ook. Achter de tentoonstelling zijn een stelletje echte Indianen "made in New York" aan 't dansen repeteren. Ze trekken verbazend veel publiek. Maar ze hebben zowat geen kleren aan. Wel een vervaarlijk hoofddeksel van veren.
....
Op het marktplein is het weer een ontzaglijke drukte. En er wordt druk "gesjeensd". Het woord, dat iedereen kent en begrijpt: Change? Insignes gaan van hand tot hand. Ook handtekeningen worden bij honderden geplaatst.
...
Nu maak ik me de verdere avond niet meer druk. Nog even lopen we Woestduin nog eens rond en dan ga ik op m'n gemak mandoline zitten spelen. De jongens zitten al gauw in een kring rondom me heen. Tot om 10 uur de klokken beginnen te luiden. Stop. Naar bed. Hè hè, wat liggen we toch lekker in zo'n tentje, als je een beetje moe bent"
 

Maandag
"Daar komen een paar honderd verkenners aangemarcheerd en slaan de maat op hun wasblikken. Wat moeten die? Ha, daar is de oplossing van het raadsel al. Aan het eind van de markt beginnen ze alles op te rapen, wat er maar enigszins op te rapen valt en het wordt verzameld in de wasblikken. Zo verdwijnen papiertjes, strotjes, enz. als sneeuw voor de zon en als ze vorderen doet het terrein me denken aan een veld waar een zwerm sprinkhanen is neergestreken. Het is weer volkomen kaal en schoon.
...
We hebben tot nu toe zuinig gestookt. Maar als je soms andere troepen bezig ziet! Een compleet kampvuur om een keteltje water te koken. Afijn, dat moeten zij weten. En het hele middagmaal wordt weer prima. Niks geen zand of stof. Het is toch een stuk fijner om de vuren omhoog te brengen, dan zo op de grond te zitten wroeten.
...
Een donderend gekraak, een slag ... Wat is er nou weer. En willekeurig zeg ik met klem weer m'n geliefkoosde stopwoord: Salamanders! De hele toegangspoort van West ligt tegen de grond. Wie doet dát nou? 4 knapen van Boskoop blijken zo handig te zijn geweest om er in te klimmen en allemaal aan één kant te gaan hangen. Ze wilden zien of de Chief al kwam! Gelukkig loopt dit ongeval goed af. De jongens mankeren niets en een juffrouw, die het gevaarte rakelings langs haar rug voelde scheren, staat alleen een beetje te beven.
...
Na de boterhammen trekken we met z'n allen naar de grote kampvuurplaats in de duinen. 10 vuurboogwerkers ontsteken op Indiaanse manier het kampvuur. En dan volgen de nummers elkaar in bonte afwisseling op. Er wordt ge-yelld en gezongen. En daartussen krijgen we internationale taferelen te aanschouwen. De Letlanders dansen, evenals de Hongaren. De Fransen komen weer met een 1e klas pantomime op het toneel. Reusachtig gespeeld. Een Luxemburger naast me, vertelt me, dat het een soort toneeltroep is, die in Noord-Frankrijk zeer veel voorstellingen geeft en het batig saldo steeds stort in de armenkas van de plaats waar ze gespeeld hebben.
...
Tot slot het Wilhelmus. Dan naar huis. M'n plan was geweest, om al spelende op mijn mandoline, terug te marcheren. Maar het is fout! Een geweldige opstopping ontstaat. Het afvoerweggetje is veel te smal. Al meer en meer raken we in het gedrang. M'n mandoline houd ik op de enige veilige plaats: boven m'n hoofd. En zo schuifelen we verder. Tot er een groot deel afzwaait naar de andere subkampen en wij verademing krijgen. Dadelijk stel ik m'n instrument in werking en zo, omstuwd door tientallen padvinders, lopen we onder de vrolijke tonen van opgewekte marsmuziek naar ons kamp terug. Om half twaalf komen de laatste Katwijkers binnen druppelen. 't Zal me benieuwen of ik ze er op tijd uitkrijg, morgenvroeg"
 

Dinsdag
"Op weg naar de markt zien we de Poolse luchtverkenner al bezig. Hun motortoestellen ronken over de tribunes heen en weer en slepen zweeftoestellen achter zich aan. Iets wat we nog nooit hadden gezien.
...
M'n vrouw (op bezoek) wil handtekeningen verzamelen. En al gauw heeft ze er één te pakken. Maar als ze van me hoort, hoe er mee gemazzeld wordt, door zomaar lukraak een ver land op te schrijven, is de lol er af en het blijft bij één exemplaar.
...
In verkennerspas bereiken Aat Brouwer en ik weer Woestduin, waar we dadelijk geroepen worden om bij een kampvuurtje bij de Alfenezen te assisteren. Mijn mandoline is blijkbaar nogal in trek. En tot slot vertel ik een spannend kampvuurverhaal, wat met daverend gelach beeindigd wordt"
 

Woensdag
"Enige 1e klasse-eis-werkers beginnen dadelijk met het middagmaal: hutspot. En het wordt lekker!
...
(met bezoek) en dan strijken we neer in het restaurant "De Totems" waar een portie ijs 45 cent blijkt te kosten! en waar ik verscheidene padvinders achter een flinke pul bier zie zitten! De bewering van het Jamboree Hoofdbestuur, dat dit restaurant alleen voor publiek bedoeld zou zijn, wordt hier dus wel bewaarheid! Ze moeten me nog meer vertellen?"
 

Donderdag
"Schotten. Tirolers, Palestijnen en verder nog een troepje Engelsen. De Schotse doedelzakken vervullen de lucht met hun eigenaardig geknerp, een Tiroler dans wordt uitgevoerd, een klein Tirolertje jodelt, dat het een lust is. Hij begeleidt zichzelf met een guitaar. De Palestijnen laten stokvechten zien en de Hollanders doen een wedstrijd met hindernissen en E.H.B.O. oefening. Na elk nummer klink hartelijk applaus.
...
Nu komt de tijd dat we met enkele gasten in ons eigen kamp thee kunnen gaan drinken. De reeds bekende Engelse jongens worden opgespoord en er komen er nog een paar mee. Al gauw lijkt ons kamp op een miniatuur Engels kamp. Ieder probeert z'n Engels. Ook ik, maar breng er nog steeds niet veel van terecht.
...
(Padvindersfilm) In Haarlem zetten we onze fietsen maar tegen een hek en komen binnen, als het journaal aan de gang is. Toch verdraaid leuk om zo eens een avond er tussenuit te knijpen en eens ergens anders heen te gaan. We vermaken ons best. Het zit er stikvol met padvinders. En als het journaal de gehele Jamboree-openingsdag afdraait, is het een oorverdovend gejuich en geklap in de zaal. En als een bekend liedje wordt gespeeld, b.v. het Jamboreelied, dan brullen we allemaal om het hardst mee.
Daar komt de padvindersfilm: Gang Show! En een kleine anderhalf uur worden we geboeid door een daverende film, vol humoristische momenten, maar vooral meeslepende liedjes. En bijna uitsluitend gespeeld door padvinders. En als eindelijk het "Einde" op het doek verschijnt en de muziek enkele padvindersliederen inzet, dan staat de zaal haast op zijn grondvesten te schudden door het enthousiaste gezang van de meezingende padvinders.
Buiten is het nog niet helemaal donker. Zowat net tijd om licht aan te steken. Maar eerst duwen 2 Haarlemse jochies me een stukje verfrommeld papier onder m'n neus. Een handtekening alsjeblieft. En, om ze niet teleur te stellen teken ik maar een flinke onleesbare naam met als woonplaats één of andere stad in het buitenland. Hoe verder weg, hoe mooier.
...
Onderweg vertelt Lambour me van het conflict tussen Polen en Lithauen in subkamp 7. De Lithouwers hadden een kaart tentoongesteld, waarop het verloren gebied aan Polen aangegeven was. De kaart werd door de Polen verscheurd. Grote consternatie! De Lithauers wilden de Jamboree verlaten. Maar eindelijk werd de "broeder"hand weer toegestoken en de zaak was weer gesust. Ja, die Polen kunnen rare kerels zijn. Over 't algemeen bevat dat contingent ook kerels, die ver boven de verkennersleeftijd uitgaan. En daar doe je niet altijd mee, wat je wilt. Polen heeft geen goede naam hier op de Jamboree. En voor de Jamboreeleiding is het een contingent, waar ze steeds mee  moeten oppassen.
...
Lambour gaat nog even mee naar Woestduin. Daar vinden  we de vaandrig met enkele jongens in opgewonden toestand. Zojuist om 10 voor tienen zijn ze met enkele anderen bij het hek door een commissaris aangehouden en hebben ze een geduchte uitbrander gekregen omdat ze te laat waren! Daar sta ik wel een beetje raar van te kijken. 10 uur was ons aangezegd. En nu ongemotiveerd ons uitvegen. Dat zal niet gaan. Ik laat m'n vaandrig en de jongens niet uitmaken, als ze niks gedaan hebben. En dadelijk stap ik naar de commissaris, maar hij is onvindbaar"
 

Vrijdag   Zeeverkennersexcursie naar Amsterdam.
"Om 9 uur moeten we present zijn in de Bekslaan. In looppas leggen we zowat het hele eind af. Als getrainde padvinders vinden we dit natuurlijk een pracht morgenoefening.
...
Op het perron komen we in gesprek met een Engelse commissaris. Een vlotte kerkel. In trein merken we pas, met wat voor een hoge ome we eigenlijk vriendschap hebben gesloten. Iemand die bijna de hele wereld afgereisd is en nu met vacantie even uit Marseille naar Holland is gekomen om de Jamboree mee te maken. En toch een rasechte padvinder, want hij beaamd volkomen mijn opmerking, dat het zo fijn is, dat door ons uniform alle standsverschil wegvalt en we vrijuit kunnen spreken met de hooggeplaatste persoon.
...
Dwars door het centrum van Amsterdam rijden we naar het Koloniaal museum. In groepen van 25 man worden we nu onder deskundige leiding naar verschillende afdelingen gebracht om die te bezichtigen. Het is een pracht-museum. Droge statistische gegevens zijn op aanschouwelijke en interessante wijze voorgesteld. Prachtige diorama's zien we, waaronder dat van het Tobameer werkelijk een kunstwerk is. Dan is het alweer bijna 12 uur en tijd om te vertrekken. maar niet dan na een krachtig B-R-A-V-O, Bravo, bravo voor de museumdirecteur, dat door de geweldige museumruimten met oorverdovend lawaai schalt.
...
En nu begint een interessante tocht door de Amsterdamse grachten en het IJ. We zien de "Piet Hein", het toekomstige jacht van prins Bernard en prinses Juliana, op de werf staan. We varen langs een groot zeeschip, dat afgebouwd wordt, zien een paar dokken en koersen dan ineens naar een zee-zeilschip, dat het schip van de Poolse zeeverkenners blijkt te zijn. Een luid gejuich stijgt op, als we vlak langs het schip varen. Nu, die zijn beter uitgerust dan wij. Maar wij zijn met onze sloep de "Zeehond" ook al in onze schik.
Na een tocht in oostelijke richting over het IJ meren we bij de kade  van de Maatschappij Nederland, waar we hoog opkijken tegen de reusachtige romp van de Johan van Oldenbarnevelt. Die gaan we nu bezichtigen.
...
Op het klamp horen we van onze vaandrig, dat het conflict van gisteravond opgelost is. Het was H.K.C. Ir. Felder geweest! En hij bleek zo'n spijt van zijn optreden gehad te hebben, dat hij na de vlaggenparade in een onderhoud met de betreffende leiders zijn excuses heeft aangeboden, merkbaar onder de indruk van zijn fout. Gelukkig, dat is weer in orde"
 

Zaterdag
"Vandaag is het grote Kaagdag voor alle zeeverkenners.
...
In matig tempo varen we door de Ringvaart naar de Kaag. Ieder houdt zich kalm, het trouwens ook erg heet vandaag. Maar op de Kaag aangekomen, wordt het anders. Stoomfluiten en allerlei andere boothoorns  beginnen te loeien en een heidens kabaal te maken. Er zijn verbazend veel plezierjachten en zeilboten op het water, wat een alleraardigst gezicht is. Een raceboot nadert ons in ontzaglijke vaart en scheert langs ons heen. Na de Kaag een keer rondgevaren te zijn, meren we bij de Kaagsocieteit. Het is er smoorheet.
...
Onze boterhammen eten we op in de schaduw van een loods. Juist zijn we daarmee klaar, als we aan het aanzwellende gejuich horen, dat er weer iets bijzonders te doen is. En daar komt onze Chief, lord Baden Powell aangevaren!! Snel wordt er een erehaag van zeeverkenners gevormd. Saluutschoten dreunen door de lucht. Het Engelse volkslied klinkt. En dan stapt onze grijze Chief vlak langs ons heen naar de plaats vanwaar hij de demonstraties zal volgen. Gemoedelijk slaat hij een paar SeaScouts op hun schouder, zijn scherpe blik ontgaat niets.
...
De Polen in hun kano's, waarmee ze helemaal uit Warschau zijn komen peddelen, tonen zich een volleerd stel kanovaarders. Zelfs staande in hun boten houden ze een race, waarmee er niemand uittuimelt. Dan weer een kort fluitsignaal: alle kano's gaan naar bakboord over, dan met een ruk naar rechts ... en ineens zien we alle bodems boven drijven. En geen mens is te zien. Een minuut of 3 later komen ze pas weer boven. Al die tijd onder hun boot gezeten.
...
Dan volgen de kanoraces, waarbij de Katwijkers ook een ploeg vormen. Het gaat om een wisselbeker. Ze komen als 2e aan, maar worden gediskwalificeerd wegens een aanvaring.
...
Met vrij lome passen marcheren we de lange weg terug naar Woestduin. Dadelijk gaan we aardappelen bakken en gooien er spek en appelschijven doorheen om maar snel klaar te zijn, want we rammelen van de honger. Na het eten de afwas. Maar de jongens beginnen vermoeid te raken van het kamperen. Met moeite kan ik ze aan 't werk houden en sommige jonge verkenners proberen telkens om er goedkoop vanaf te komen. Maar ik houd ze in de gaten en zo nu en dan een minder mals woord houdt de gang er in.
...
Onderwijl wordt onze aandacht getrokken door een oploopje bij de wasplaatsen achter ons. Een verkenner blijkt met een politie-voortrekker aan 't vechten te zijn geraakt over het gebruik van de douche. Nu is het waar, dat er een stel voortrekkers zijn, die de gemaakte bepalingen op onzinnige manier aan de jongens duidelijk maken, d.w.z. dat ze veel te bruut en eigenwijs optreden en meer op machtswellustelingen beginnen te lijken. Maar dat neemt niet weg, dat het gedrag van verkenners tegenover de politie daarom minder correct zou behoeven te zijn. En het is ook waar, dat op hun beurt sommige verkenners de politie-voortrekkers op schandelijk manier lopen te pesten.
Intussen wordt het een ware veldslag. Hulptroepen van beide zijden komen aanrukken. Totdat eindelijk commissaris de Jong de gemoederen moet komen kalmeren en vanaf een wasbank een redevoering afsteekt."
 

Zondag
"Na het opstaan blijken er weer een groot deel van de jongens te lam te zijn dat ze wat uitvoeren. Ze slungelen maar wat rond. Maar we zullen we hebben! Er wordt alleen brood gesneden voor de jongens die wat gedaan hebben.
...
In de kerkdienst om 10 uur gaat prof. de Hartog voor en weer ondergaan we, evenals vorige week de grote ontroering, als we daar met duizenden vreemdelingen in één dienst aan dezelfde God zitten. Zulke dingen vergeet je nooit weer.
...
Maar dan word ik door hopman van Wijk meegenomen naar een leidersvergadering. En daar hoor ik, dat Katwijk morgen corvéedienst heeft. Zo, dus net nog op de laatste dag. Komt in orde hoor. Kwart voor elf lig ik weer tussen vaandrig en stuurman in."
 

Maandag
"De afwas laten we staan, want we moeten kwart over één weer gereed staan voor de afmars naar het sluitingsdéfilé. Op de weide voor de arena nemen we onze plaatsen van vorig week weer in. Een tijd later marcheren we de arena binnen. Baden Powell staat weer op de eretribune. Naast hem Prins Gustaaf Adolf van Zweden. Maar het marcheren lijkt niet niet op het lopen van verleden week. Alles gaat enigszins loom. Het is duidelijk te zien dat de Jamboreedeelnemers vermoeid raken.
In plaats van de arena weer uit te marcheren, beginnen we in een grote spiraal al dichter en dichter in elkaar te draaien. Steeds meer padvinders marcheren de arena binnen en steeds compacter wordt de cirkelende padvindersmassa. Totdat eindelijk op deze wijze alle deelnemers geschaard staan rondom een grote raadrots. Ik sta er vlak bij. Door een haag van verkenners nadert Baden Powell, gevolgd door alle contingentleiders, de raadrots. Hij bestijgt die, en heel gemoedlijk, met een hand in zijn zak, begint hij ons toe te spreken. Jammer genoeg kan ik er maar weer enkele gedeelten van volgen. Maar aan zijn gezicht en aan de grote aandacht van de luisterenden kan ik merken, dat het een ernstige en ontroerende redevoering is. Dan gaat de Chief een copie van de Jakobsstaf, het Jamboree-embleem, uitreiken aan alle contingentleiders en telkens gaat er een gejuich op onder de jongens van het betreffende contingent. Daarna nog enkele woorden van de grijze Chief en de Jamboree is officieel gesloten.
Maar nu breekt er een geweldige ovatie los, als de Chief weer naar de tribune terugkeert. Die houdt een hele poos aan. Het is weer een woud van stokken met hoeden, wat een alleraardigst gezicht is.
...
Na het broodeten maken we ons gereed voor het grote afscheidskampvuur in de duinen. De weg er heen is zeer stoffig. We lopen met onze zakdoeken voor de neus om niet te veel naar binnen te krijgen. Er lijkt wel een zware mist over de weg te hangen. Het kampvuurdal vult zich geheel. En nog steeds stromen de padvinders aan. De duinen erachter worden ook helemaal bezet. Het stof begint iets te zakken.
....
En daar komen prins Bernhard en Prinses Juliana de kampvuurplaats binnen stappen! Het enthousiasme tart elke beschrijving. Alles vliegt omhoog en minutenlang is het een donderend gejuich. Tot de Tsjechen, die op het podium stonden, het Wilhelmus beginnen te spelen. Dan bedaart het rumoer en alles zingt mee. We gaan weer zitten. Ook Prins en Prinses zitten heel gezellig vooraan tussen de anderen in het zand.
Het kampvuurprogramma is mooi. Veel yells - maar goede - en veel zingen. Bij het "Faria, faria" begint de grote padvinderszee te deinen, heen en weer. En ook de hoge gasten zie ik onder het wiegen door, arm in arm heen en weer bewegen. Toch verdraaid aardig, dat iedereen zo mee doet. De Syriërs komen op met hun Oosterse krijgsdansen. De Schotten laten hun doedelzakken weer eens horen. De Fransen zijn razend vlug in gymnastische oefeningen. Het ons bekende Tirolertje komt weer jodelen. Als biezonder nummer krijgen we de hospitaalzusters op het podium, die twee liedjes zingen. Akela Rijks komt ook nog op de proppen met z'n grappen.
...
Tenslotte de Indianen, die na de gewone Indiaanse dansen een prachtige dans uitvoeren, de Eagle-dance waarbij het gevecht tussen twee arenden uitgebeeld wordt. Gewoonweg enorm! De duizenden toeschouwers zitten met de grootste aandacht de bewegingen te volgen. Eindelijk liggen de twee arenden dood op de grond. Een geweldig applaus breekt los.
..
Voor het einde verricht "Pom", de kampvuurleider, nog een symbolische daad. Hij haalt een stuk hout uit het kampvuur. Daarmee zal het eerste grote kampvuur op de volgende Jamboree over 4 jaar ontstoken worden.
...
En nu komen wij aan de beurt om te vertrekken. Maar ik ga niet weer door het stof. Wie gaat er met mij mee? Vier, vijf jongens volgen me. En zo trek ik dwars over heggen, sloten, door struikgewas en tussen bomen door, in rechte lijn op de grote weg aan. Een paar maal bots ik ergens tegenop. Hindert niet! De tocht wordt er zoveel te spannender door. Vrij dicht bij de grote weg bereiken we weer het pad. We zijn één van de eersten!"
 

Dinsdag
"Na het ontbijt beginnen we dadelijk met onze eigen bagage in te pakken. Dan komen de andere dingen aan de beurt. Maar een paar flinke regenbuien beletten telkens het verder werken. Jammer, want nu wordt precies op de laatste morgen al het materiaal nog nat en dat geeft straks in Katwijk een hoop extra werk om alles te drogen te hangen. De jongens zijn loom.
...
Om 3 uur zijn we startklaar. We vertrekken. Maar opschieten doen we niet. Eén van de slecht-fietsers is na een paar honderd meter al moe. Nummer 2 hebben we gelukkig met de trein meegestuurd. Maar met die ene hebben we nog genoeg te stellen. Het gaat zo langzaam, dat hij steeds verder achterblijft. We blijven met z'n tweeën bij hem, om hem bij een eventuele valpartij op te kunnen helpen.
...
Dan als de wind naar huis. De sleutels van het troephuis! Waar zij die? Daar heb je de bus al. En alles is warempel meegebracht, behalve de 2 lange vlaggemasten, die we in Vogelenzang gekocht hadden. Eerst maar naar het troephuis. Daar wordt de hele boel over de draad gemikt. Gelukkig we de sleutels zijn terecht! Nu weer op de fiets naar het troephuis. En tot kwart over zeven loop ik alles naar binnen te stouwen.
...
De Jamboree zit er op! Ik hoop van ganser harte, dat dit niet mijn laatste is geweest."
 
 

Jamboreelied

In  negentiendriezeven
Dan zal je wat beleven,
Dan komt de Jamboree in Nederland.
Dam staan uit alle landen
Van alle ras en standen
De jeugd  van blank en bruin hier hand in hand
Dan zingen Scouts uit Labrador, Japan en Alkmaar
Op 't Nederlands grondgebied
Heel vrolijk met elkaar!

refrein:
Jamboree, Jamboree J-A-M-B-O-R-E-E Jamboree-ree-ree
Jamboree, Jamboree, Wij zijn verkenners van B.-P.

De Schotten dragen rokken,
De Polen wandelstokken,
Hongaren hebben een pluimen op hun hoed
Amerika een rijbroek,
Brits Indië een hoofddoek,
De Zweden staan die witte mutsjes goed!
Maar allen dragen in hun hart het grote ideaal
Dat niet afhank'lijk is van ras, van land of stand of taal.

Geert Hendrik van Dongen,
Een Amsterdamse jongen
Met peenhaar en veel sproeten op 't gelaat
Zoekt in dit grote leger
Een ras-was-echte neger
Als trouwe bondgenoot en kameraad.
Geert sprak geen woordje Engels, Jim misschien een stuk of vier,
Toch ruilden ze van alles en ze hadden dit plezier.