Hoofdmenu
Kampen
1945 - 1969 geen gegevens 1970 - 1979 1980 - 1989 1990 - 1999 2000 - 
 
Leden
1945 - 1969 geen gegevens 1970 - 1979 1980 - 1989 1990 - 1999 2000 -
 
(Piet van Arkel)

Pioniersters, voortrekkers, loodsgasten, loodsen, stam en avondstam waren een speltak voor jongeren vanaf 16 jaar. De afgezwaaide bootslieden gingen soms als opperbootsman bij de leiding maar anderen gingen bij de (loodsen)stam of de Pivo-groep. De stam was niet gemengd en bestond alleen uit jongens. Heel belangrijk bij de stam/pivo waren de leden.

“Daarna komt de veel geloofde, nooit geziene en veel besproken stam ter sprake. Een verdere levensduur wordt voorlopig niet wenselijk geacht en gewacht zal dan maar worden totdat nieuwe en meer door de verkennerij bezielde leden hun opwachting zullen maken” (notulen groepsraad nov. 1947)
Dit is een krachtige samenvatting van het verschijnsel stam. Ze kwamen en gingen, soms met veel kabaal. Het is ook een moeilijke  leeftijdsgroep. Bij de verkenners hebben de jongens en leiding nog een doel en programma. De stamleden moeten opeens zichzelf vermaken en voor een programma zorgen.
Maar wat doe je met die enthousiaste bootslieden die geen leiding kunnen worden, maar die toch graag willen blijven. Vaak werden seniorenbakken gemaakt, of werd de stam weer eens heropgericht.
In de beginjaren van de Katwijkse Zeeverkenners was de stam opgebouwd zoals een troep, met patrouilles/bakken met aan het hoofd een PL (patrouille leider) en een APL (assistent patrouilleleider).
 


1936 - 1941  Voortrekkersstam de Watertrappers

In 30 april 1936 werd de voortrekkersstam de Watertrappers opgericht, Ze hadden als onderdeel van de Julianagroep de lichtblauwe das. Er werden in deze tijd veel "zazo’s" gehouden. Dit waren weekendkampen (zaterdag - zondag) waar men veelal per fiets naar toe ging. De Boekhorst en Duinrell waren favoriete kampeerplaatsen.
Ook werd er gevaren met een houten vlet en een houten sloep de Zeehond.
 
 
"Daar gaan we. De eerste druppelen beplensen m’n broek. Sporen van lek zijn niet te constateren, vanwege de hoger wordende waterstand door buitenboord-water, binnenboord gespoeld.
Geschreeuw, gescheld, geklaag. Gemodder om te roeien, gelach. Voor anker...
Oefenen in het roeien. Aat de Leeuw neemt onverwacht een duik en komt al borrelend boven met indianengegil van de anderen. Terug naar de kust, ik neem het commando. Alles gaat goed.
M’n aspirine-buisje knapt binnenzaks en wordt een zeewater-glaspoeder. De kust in’t zicht, nog even. O wee, een roller!! Bijna ondersteboven. Een Hemelvaartsdag zonder zijn gelijke." (stamlogboek, 1939)

Aan het begin van de oorlog werd de padvinderij verboden.

Leden:

(Logboek Arie Diepenhorst)



1945 – 1947  Voortrekkersstam de Watertrappers
 
Na de oorlog ging de stam weer door met hun opkomsten en programma. In juni 1945 werd de stam heropgericht onder leiding van schipper Van der Maaden en als stuurlieden onder andere Leen Haasnoot, Dick Parlevliet, Frans Otto en Henk Brouwer. De stamleden waren soms ook leider bij een zeeverkennerstroep.

Bijzonder was het herkenningsteken: een houten zeepaardje (het symbool van de stam), die op de zeeverkennerstrui was genaaid. Deze zeepaardjes werden gemaakt door Frans Otto.
Vóór de schouwentijd beschikte de stam over de houten reddingssloep de “Zeehond”. De stam kwam bij elkaar op zaterdagavond. Het programma bestond veelal uit lezingen, discussies, kampvuur stoken, of...


 

"onze Engelsche gast is ook aanwezig en ieder ontvangt 5 Engelsche sigaretten. Als tegenprestatie wordt hem visch beloofd. Als ze hun woord maar houden! Daarna stellen we ons op en onder leiding van stuurman D. Parlevliet huppelen we naar ons gymnastiekterreintje, waar een flinke gymnastiekoefening wordt gehouden." (stamlogboek, juni 1945, Henk Brouwer)

"Het blijkt dat er velen zijn die niet zo oplettend meer toehoren. Drie lezingen achter elkaar is eigenlijk wel een beetje veel, omdat er enige jongeren bij zijn die de ernst van Voortrekker zijn nog niet erg begrijpen." (stamlogboek nov. 1945, Piet de Geus)

"Het wordt de hoogste tijd dat er in de programma’s wat meer spirit komt. Ik vraag me wel eens af: is de padvinderij een jeugdbeweging voor de gehele jeugd? Of slechts om een klein aantal jongens bezig te houden." (stamlogboek aug. 1945, Henk Brouwer)

Een poging van schipper Planje om in het najaar van 1945 een nieuwe ploeg te formeren met de naam ”Brandaris” werd met enig rumoer de kop ingedrukt. In het logboek werd vaak gemopperd op de lage opkomst en in het voorjaar van 1947 waren er nog maar vier actieve leden, in hoofdzaak leiding.


De Watertrappers, vemoedelijk  in 1945-1946.
Traditionele boerenkoolmaaltijd op de zolder boven bakkerij Gerrit Hoek aan de Voortstraat (nu bakker Verdoes).




1949 - 1952, Voortrekkersstam de Watertrappers

Na enkele jaren van discussie in de groepsraad werd op 1 oktober 1949 de stam weer heropgericht met vijf leden van de  Wulpen-seniorenbak van de Julianatroep (Gerrit Schaap, Louis Mieras, Wim Guyt, Jan de Koning en Gerrit Kuyt). Onder leiding van (voormalig Juliana)schipper Jan Vink en de stuurlieden H. de Reiger en Piet de Geus.
Deze stam is een paar jaar actief geweest, waarvan geen logboek is gehouden. Andere leden waren onder meer:  Kees Schaap, Piet Elskamp, Floor den Hollander, Arie van der Plas, Piet Heuseveld en Gerrit Kalsbeek. Ook deze stam verliep al snel en werd circa 1952 opgeheven. (Logboek Juliana 1949, Stamlogboek 1953)

"Overleg bij Huib over de stam. Er zijn veel  op- en zeer veel aanmerkingen. De ware oorzaak is mijn inziens hierin te vinden, dat deze jongens geen eigen troep hebben. Het is een overgebleven bak van de oude Julianatroep, die niet past bij de nieuwe (= oude Bestevaertroep). Overwogen wordt een stam met ploegen uit de oude troepen samen te stellen." (Logboek Dorus Rijkers. aug. 1951)



1953 - 1962  Voortrekkersstam de Watertrappers

In mei 1953 werden de Watertrappers weer opgericht. Zes loodsgasten werden geïnstalleerd tot loods.

"Na het zingen met de pioniersters verzocht schipper Vink ons mee te gaan naar de bunker van de Dorus Rijkerstroep, waar de vigilie gehouden zou worden. De schipper stelde ons enige vragen, waarop we hier in dit logboek niet nader op in zullen gaan. Het ging alles erg plechtig. Van te voren had onze borg, schipper Haasnoot, onze legitimatiebewijzen opgevraagd, zodat deze ingevuld konden worden.
Gezessen brachten we ongeveer drie kwartier in het hordehol door. Daarna kwam schipper Haasnoot ons halen voor de installatie in de stamhut. Hier hingen de St.-Jorisvlag en de vlag van de Watertrappers met het prachtige zeepaardje erop geborduurd. Het licht van de petroleumlamp verspreidde een zachte glans en bescheen de op de tafel gelegen attributen van de installatie.
We stonden voor de tafel en achter de tafel de reeds geïnstalleerde senior voortrekkers, de schippers van der Maaden en Haasnoot als ook de loodsschipper, schipper Vink.
Vóór de installatie werden nog een zestal vragen gesteld, die alle met “ja” beantwoord werden. Dan volgde de installatie, met het hard opzeggen van de belofte. Het was een plechtig moment.
Na de installatie hielden de schippers nog kleine toespraken. Schipper Vink sloot de plechtigheid met gebed.
Vervolgens gingen we naar de Dorus Rijkersbunker, waar we als herinnering een boekje ontvingen met de titel: Pioniers o pioniers! We kregen voor deze gelegenheid ook allemaal een glas limonade. De geïnstalleerde loodsen zijn: Han van der Maaden, Kees van Beelen, Henk Elsgeest, Krijn Schaap, Feiko Kalsbeek en Kees Houwaard.
Dat we waarlijk voortrekkers moge zijn!" (Stamlogboek juni 1953)
Traditioneel organiseerde de stam jaarlijks een boerenkoolfuif en namen loodsen deel aan een Nautische Gilwell cursus voor zeeverkennersleiders en loodsen (o.a. Henk Elsgeest) in Nieuwkoop voor- of na het zomerkamp. Verder werden veel discussie-avonden georganiseerd of een dropping met een auto (van de heer Vingerling).
In 1954 schreef Gerrit Kalsbeek diepzinnige stukken in het logboek over allerlei onderwerpen, zoals sexualiteit, alcohol, roken en de nuttige vrijetijdbesteding. Verder hielp de stam mee met de organisatie van het Nationale band-concours, die in Katwijk gehouden werd (uiteindelijk niet doorgegaan). Bij het 25-jarig bestaan van de Katwijkse Zeeverkenners organiseerde de stam een fietstocht.
De Watertrappers gingen ook op bezoek bij andere loodsenstammen in de regio, zoals de Watergeuzen en de loodsenstam van de Jan van Galentroep in Leiden.

Eind 1955 ging het niet goed met de stam. Er werd op 19 september een stamraad gehouden en bepaald wie er lid waren:  (stamlogboek)



1954 - 1958  PIVO (Pioniersters en Voortrekkers)

Vanaf 1954 was er een groep die bestond uit leiding van de zeeverkenners en leiding van de meisjesgroepen (Brittenburggroep). Ze had geen aparte naam en stond bekend als de “Pivogroep”. Deze Pivo-groep kwam op zaterdagavond bij elkaar, eerst in het bunkercomplex bij de camping, later in de bunkers rondom de Witte bunker. Het programma bestond vooral uit creatieve en kunstzinnige activiteiten: volksdansen, kampvuren met zang en dans, discussieavonden, organiseren en het maken van maskerspelen, fietstochten en vele wandeltochten. Ook waren er culturele activiteiten in kasteel Oud-Poelgeest, samen met andere pivo’s, uit de regio.
Met Pivo’s uit Amsterdam werd een grammafoon-plaat opgenomen:

"Zaterdag 25 januari zijn we met een keurige autobus naar Amsterdam geweest. Want het was er toch van gekomen, de opnamen van een grammafoonplaat moesten gemaakt worden. Instructeur Labordus had al wekenlang met de Amsterdamse Pivo’s geoefend. En nu werden de twee koren Amsterdam en Katwijk bij elkaar gedaan en de Decca- opnamen zouden gemaakt worden.
De tocht naar de hoofdstad was al een genoegen, want het ging door een fantastisch mooie witte wereld, dwars door de Haarlemmermeer. In Amsterdam moesten we helemaal in de Indische buurt zijn, op het Timorplein.
Een wirwar van draden, microfoons en weet ik wat allemaal nog meer. Een compleet orkest van vijf man, die tip-top speelden. En natuurlijk waren daar de Amsterdamse Pivo’s, waarvan we er al verschillende kenden, omdat ze hier in Katwijk bij ons geweest waren of omdat we ze op Oud-Poelgeest gezien hadden. Een leuk stel, maar als ik zie, hoeveel Pivo’s het hele district Amsterdam opleverde, vind ik dat we met onze Katwijkse Pivo-troep heel niet ontevreden mogen zijn.
Daarna begon het zingen. Ieder lied werd eerst samen gezongen en daarna begon de opname. Heel officieel. Als het rode licht brandde, moest het doodstil zijn. Soms moest een lied om allerlei redenen een paar keer overgedaan worden. Maar dat hinderde niet, er werd met groot enthousiasme gezongen.
In de pauze werd de hele familie getracteerd. Alles met alles vonden we het een leuke en interessante middag, al was het wel vermoeiend, vooral voor onze dirigent Albert Labordus.
Het was erg prettig dat verschillende nieuwe Pivoleden ook aanwezig waren. Zo kom je er goed in!  En we konden ze best gebruiken bij het zingen.
Komen we de volgende keer allemaal??"     (Contact februari 1958, schipper Martin Vöge)
Ook heeft de Pivotroep in februari 1957 gezongen in de Marekerk in Leiden bij de herdenking van het feit dat 100 jaar eerder Lord Baden Powell, de stichter van de padvinderij, was geboren.

Het karakter van deze groep was vooral ontspannend en de groep bestond uit jongens en meisjes, wat toch heel bijzonder was. De leiding van deze groep was in handen van schipper Martin Vöge, die enthousiast gemaakt was door zijn vrouw, de beroemde akela Nel Vöge.

Leden, o.a:
 

Henk Elsgeest
Greet Elsgeest
Kees Houwaard
Hans van Duivenbode
Albert Labordus
Han van der Maaden
Harry van der Maaden
Co Vink
Cobie de Mol
Atie Haasnoot
Cobie de Zwart
Aaike Meyvogel
Teun Meyvogel
Feiko Kalsbeek
Gerrit Kalsbeek
Annie van den Oever
Jaap van der Plas
Krijn Schaap
Jannie Schaap
Leen van Rijn
Anton Schaap
Pim Hofkes
Loes de Jong

Deze Pivo-groep heeft relatief kort bestaan, maar er was toch een hechte band. Vanaf 1993 komen sommige leden ongeveer vier keer per jaar bij elkaar voor een cultureel verantwoord programma en natuurlijk om oude herinneringen op te halen (Jannie en Krijn Schaap, IJs en Diet van der Bent, Aaike en Teun Meijvogel, Kees en Martha Houwaard en Greet en voorheen Kees van Beelen). Verder komen ongeveer dertig oud-leden iedere zomer een keer bij elkaar.

In 1955 schrijft Henk Elsgeest over de opzet van de stam, de programmering en de samenwerking met de pivo-groep:

"Het programma wordt nu verzorgd door een programmacommissie, welke bestaat uit:
Juliana- en Dorus Rijkersploeg, het eerste en tweede gedeelte en later eventueel ook door de Abel Tasmanploeg.
Het programma is verdeeld over drie weken: stam,  pivo,  vrij. De commissie die het stamprogramma samenstelt moet in samenwerking met de pioniersters het programma voor de daarop volgende Pivo-bijeenkomst maken. De programma’s moeten vrijdags 's avonds, bij Kees Houwaard ter inzage bezorgd worden, die ze op zijn beurt doorgeeft aan schipper Vink en of Vöge. Schipper Vöge is nu Pivo-leider.
Het programma kan o.a. bestaan uit: opening, rondvraag, lezingen, buitenspoor, discussie’s, film, museumbezoek, zwembad, volksdansen, zingen, enz, enz." (Stamlogboek, sept 1955, Henk Elsgeest)
Op 21 november werd een ouderavond georganiseerd, waar de stam een groot aandeel in had.
In het weekend van Goede Vrijdag-Pasen werd in 1957 een trektocht per fiets en brommer naar Texel georganiseerd met:
Gijs Hoek, Maart de Vreugd, Kees Houwaard, J. Hofkes, Kees van Beelen, Jaap van Duin, Jaap van der Plas, Anton Schaap, Krijn Schuitemaker, Jaap van Rijn, Jan van Duin, Harry Bouhuys, Leen van Rijn, Jan van der Plas, de heren Elsgeest, Jouke Vlieland en Enny de Jong.
In 1958 werd nagedacht over de aanschaf van een eigen stamboot. In het "Contact" verschenen regelmatig artikelen geschreven door  schipper Jan Vink over de stam, met name over de achterliggende gedachte van het voortrekken:
"De stijl van de voortrekker is de wijze waarop hij in zijn leven de wet en de belofte tot werkelijkheid maakt. Daarom zal ieder voortrekker als voortrekker zijn te herkennen aan de bereidwilligheid, waarmee hij zijn God, zijn land en zijn naaste en in dit alles ook zichzelf dient". (Contact juli 1958, Jan Vink)
Het logboek van de Watertrappers eindigde op vrijdag 4 april 1958 met de vermelding van een trektocht per fiets naar Hoenderlo, kampterrein "de Hoge Veluwe". Tussen 1958 en 1962 werd er niets meer geschreven over de stam. Veel leden moesten in militaire dienst,  kregen andere interesses of waren leiding bij de zeeverkenners.
 


1962 - 1963  Stam de Watertrappers. Pivo's

"Tijdens het zomerkamp is men op de gedachte gekomen een stam op te richten. Zoals men weet, heeft de Katwijkse padvinderij al meer stammen gekend. De roemruchte stam van een jaar of zeven geleden en een minder bekende, die twee of drie jaar geleden gesneuveld is. Deze keer echter zijn we van plan beroemd en berucht te worden.
De namen van de leden voorspellen ons veel: Kees Hoek, Leo Kreft, Gerrit Kruyt, Leo van der Plas, Wim van Rijn, Niek Schaap, Gert Scherpenzeel, Cees Varkevisser, Peter Vöge en Wim Wouda. Allen bootslui of opperbootslui uit de verschillende groepen, die veel in hun mars hebben. Jongens die  wensen ook in aanmerking te komen om tot deze "top"stam toegelaten te worden, moeten wel bedenken, dat zij minimaal 17 jaar moeten zijn en geschikt voor ons werk, wat beoordeeld wordt d.m.v. een proeftijd van twee maanden. Voorlopig kunnen echter geen nieuwe leden geplaatst worden. Het stamlokaal komt in het magazijn. De start is 1 oktober 1962 en de finishdatum is nog niet bekend.
Het programma is ook zeer uitgebreid. Bijvoorbeeld: discussies over verschillende onderwerpen, kamperen in alle seizoenen (d.i. voorzomer en middenzomer), pionieren, sport, excursies, enz, enz.
Hopelijk zal stuurman Dubbeldam de stamleider worden. Gert Scherpenzeel of Niek Schaap wordt de bootsman. De 19 wordt ons vaartuig. De naam Watertrappers is gekozen als stamnaam. Binnenkort worden er dus weer Katwijkse loodsen gezien. Van iedereen wordt verwacht voor zo’n persoon zijn petje af te nemen en wij zorgen er voor dat dat met recht gedaan wordt. De das wordt Abel Tasman-blauw met achterop een anker in een lauwerenkrans. Een andere keer nog eens wat over de belevenissen en doelstellingen van de Watertrappers."  (Contact sept 1962, C. Visser)
Na dit artikel werd er niet meer veel over de stam geschreven. Schipper Kees Houwaard was de nieuwe stamschipper.

In 1963 was er een herstart van de Pivo-groep, tijdens het 1-jarig jubileum van de stam (december 1963). Beide hadden maar een korte levensduur. Ook de plattegrond van het troephuis aan het Mallegat in 1963 is duidelijk: er is geen ruimte voor een apart stamlokaal.
 


1969 - 1983  Avondstam de Strandjutters.

Eind zestiger jaren werd er weer een avondstam actief. Deze bestond uit leiding van de zeeverkenners-troepen en leidsters van de Brittenburggroep. Zij kwamen op zaterdagavond en later ook op zondagmiddag bij elkaar.  Eerst huisden ze in het troephuis van de zeeverkenners, in de leidingsruimte van de Juliana-troep. Daarna gingen ze naar het oude notarishuis aan de Rijnstraat en vanaf 1976 naar het Noorderlicht aan de Zwarte Weg, in de ruimte van de twee welpenhordes. Hier werd in eigen beheer een bar getimmerd en sfeerverlichting aangebracht.
De stam kende een stamraad die bestond uit ongeveer vijf leden: voorzitter, secretaris, penningmeester en enkele leden die zich bezig hielden met de programmering.

Het programma was veelzijdig. Zo werden er Oud-Hollandse spelen georganiseerd, droppings, discussie-avonden over allerlei wereldse zaken, bioscoopbezoek, sportactiviteiten, creatieve activiteiten en natuurlijk...  zeilen en roeien in de boten van de Katwijkse Zeeverkenners. Echter, zo laat het logboek van 20 januari 1973 zien, ging dit niet zomaar vanzelf. Er waren grote meningsverschillen tussen de groepsvoorzitter, de schippers en de stamleider. De vlootraad moest maar een beslissing nemen of er vletten uitgeleend werden aan de stam. Op de bewuste vlootraad waren twee vrouwelijke vertegenwoordigers van de stam aanwezig om de zaak verder toe te lichten. De andere leden van de stamraad waren ook aanwezig, maar dan als leiders van de verschillende zeeverkennerstroepen, hetgeen een pittige discussie opleverde. Enerzijds waren ze lid van de stamraad en anderzijds lid van een leidingsteam van een zeeverkenners-troep en konden hun schipper niet zomaar afvallen. De meeste schippers vonden het maar niets dat de Strandjuttersstam vletten leenden. Er werd die avond geen besluit genomen. Gelukkig is het later toch nog goed gekomen en werd er regelmatig gezeild met de vletten.

Naast programma’s voor de stam werden er regelmatig grootschalige activiteiten gerorganiseerd voor Scouting Katwijk (padvinders en padvindsters).  Er waren in die tijd weinig contacten met de Katholieke groepen, de Gemmagroep en de Petrusgroep.  De JOTA van 1973 was een activiteit waar ook de Katholieke groepen aan deelnamen. Na de JOTA zijn de contacten gebleven. Vooral het vrouwvolk was zeer welkom en vele werden lid van de Strandjuttersstam.

Naast deze activiteiten werd er ook samengewerkt met andere stammen, vooral de Norvicusstam uit Noordwijk. Regelmatig werd er een rugby-wedstrijd georganiseerd met deze stam. Ook op cultureel gebied werden er programma’s georganiseerd. Zo werd er in 1975 een hele musical gemaakt met de titel "Henkie en Toosie". Draaiboeken werden geschreven, muziek gecomponeerd, decorstukken gebouwd en vele weken geoefend. Het resultaat was overweldigend. De Noordtukkers waren diep onder de indruk.

De stam had ook zomerkampen. Regelmatig werd er gekampeerd in Nieuwkoop en natuurlijk werden de leden die voor het eerst meegingen gedoopt.

In deze periode zijn er vele padvinders-huwelijken gesloten:
 

Emiel Vaccano - Ankie Bovendeert
Wim Klok - Corrie Kruyt
Arend Hoek - Ank Hasenoot
Piet van Arkel - Dorette van Schie
Kees van den Burg - Therese van Schie
Rob van Rijn - Lia Schaap
Marcel van Ruler - Marianne van Bezouw
Dik Twigt - Moniek Fennes
Pieter Rovers - Corrie Duyndam
Gijsbert van der Plas - Janine Beltman
Jaap Schaap - Willy Hortensius

In 1983 werd de avondstam opgeheven. Er was bij de leiding geen belangstelling meer.
 


1974 - 1983  Loodsenstam De Strandjutters.

In 1974 was er een overschot aan opperbootslieden bij de Dorus Rijkerstroep. Sommigen werden ingelijfd bij de leiding. Voor de anderen was er de keus of eraf of... een bezigheid verzinnen om toch behouden te blijven voor de Katwijkse Zeeverkenners, want je wist maar nooit: zo was er leiding genoeg, zo was er een tekort.
In die tijd bestond de Katwijkse Zeeverkenners uit drie troepen, een welpenhorde en een avondstam met leidingsleden en mensen van buiten.

In 1974 werd met de loodsenstam gestart. Zij hadden geen eigen hok in het troephuis en omdat ze allemaal afkomstig waren van de Dorus Rijkers, draaiden ze mee met de leiding en maakten gebruik van de leidingsruimte. Als das werd de mooie Schotse “Balmoral” gekozen, die later half Nederland ook mooi bleek te vinden. Toch had deze das een uniek detail: achterop zat een rechthoekje uit de das waar de zeeverkenner bij had gezeten, in dit geval dus allemaal van de Dorus Rijkerstroep.
Naast de das was er een rond insigne (blauw met een wit anker) waar door goedwillende moeders of vriendinnen "Strandjuttersstam" op werd geborduurd. Bij de één wat beter leesbaar dan bij de ander.

In 1977 werd het troephuis verbouwd en kregen ze een eigen ruimte, waar alles werd gedaan en bewaard. Eigenlijk was het meer een veredeld kippenhok.

De loodsenstam was voornamelijk bezig met het opknappen en weer in de vaart brengen van allerlei soorten vaartuigen, die door anderen gratis geschonken werden en meestal in erbarmelijke staat verkeerden. Naast het opknappen van schepen was de stam actief bij het assisteren van de verschillende zeeverkennerstroepen en het organiseren van spelen. Op zomerkamp werden zij tijdelijk bij de leiding gevoegd en hielpen mee. Ook hielp men bij grootschalige activiteiten, zoals de oliebollenactie. De loodsen gingen ook op kamp en organiseerden weekendkampen.

De strandjuttersstam beschikte over een zogenaamde stam-standaard, een soort huishoudelijk reglement waarin zaken als huisregels, het uniform, de visie op de maatschappij, de beginselverklaring en de bestuurlijke organisatie van de stam beschreven stonden. Bij toetreding tot de stam moest het aspirant-stamlid aan bepaalde eisen voldoen. Eerst werd je loodsgast en later loods. Op de plaats waar aan het zeeverkennersuniform de bakslinten zaten, had een loodsgast groen-gele bakslinten en een loods rood-groen-gele linten. Op de schipperspet zat een speciaal loodsembleem.

In 1974 werden twee meisjes toegelaten tot de Strandjuttersstam. Deze kwamen uit Den Helder en waren naar Katwijk verhuisd. In Den Helder waren zij lid van een Pivostam. Deze toetreding was niet zonder problemen. De stam was een mannenaangelegenheid en wat moet je dan met vrouwen. Vele gesprekken zijn gevoerd door de groepsvoorzitter, de stamleider en ook de vlootraad kwam bijeen om over dit punt te praten.
Helene en Ria Visser waren die eerste twee meiden. Zij waren heel enthousiast en deden met alle activiteiten mee. De stam waar zij vandaan kwamen was vrij traditioneel, zo ook bij installatie van stamlid tot Pivo. De eerste leden van de Strandjutters die tot loods zouden worden geïnstalleerd (Douwe de Jong, Nico Parlevliet en Piet van Arkel) trokken naar Den Helder en werden in het weekend van 2-4 mei 1975 geïnstalleerd. Zoals de insiders weten is die installatie vol mystiek en bezinning en wordt er niet met anderen over gepraat, die nog geen loods zijn.

Leden in de jaren 70-80:
 

Piet van Arkel
Douwe de Jong
Gerrit Kuyt
Nico Parlevliet
Jan Hazekamp
Jan Hoekman
Klaas Haasnoot
Arend Kuyt
Arie Kuyt
Jeroen Bartelink
Annemarie Mouton
Rob Cornelisse
Gerco Klok
Jos Waanders
Mario Visser
Kees Guyt
Tony van der Plas
Henry Schaap
Jaap Houwaard
Hans Freke
Arie Harteveld
Marcel Andeweg
Martin Ouwehand
Bas Star
Kees Ouwehand
Ben Klok
Tjebbe Witteveen
Jaap van der Schee
RobertJan Dubbeldam
Helene Visser
Ria Visser

Boten:

Houten sloep de "Nicolaas Dalmeyer"
In 1975 kreeg de stam van een grote sloperij in Ridderkerk twee oude reddingssloepen: een houten sloep, waar je met 8 man in kon roeien en een alluminium sloepje (’t Skip). Kees Ravensbergen, oud zeeverkenner, speelde een belangrijke rol bij de verkrijging van deze sloepen.

De houten sloep werd helemaal opgeknapt, nieuwe spanten gemaakt, huidgangen vernieuwd, helemaal opnieuw gebreeuwd en uiteindelijk geverfd in de kleuren van de schepen van de Katwijkse Zeeverkenners. Hij werd gedoopt als "Nicolaas Dalmeyer" en te water gelaten. Gedurende ruim twee weken verdween de sloep onder water om helemaal dicht te trekken. Kort daarna is de sloep voorzien van een kiel, een mast en zeilen en heeft de stam een paar jaar veel plezier mee beleefd.

Vrijheid
Rond 1976 kreeg de stam via een kennis van Nico Parlevliet gratis de beschikking over een houten Vrijheid, die haar doodskleed al aanhad (polyester over de romp). Met een paar handige mensen en wat vrije tijd was er nog veel van te maken volgens de eigenaar, die blij was dat hij er vanaf was. Op een zaterdag werd de boot opgehaald bij de scheepswerf Akerboom in Leiden met de Nicolaas Dalmeyer, die fungeerde als sleper zonder moter, roeiend dus.
De Vrijheid werd in de winter van 1977 door de loodsen flink onder handen genomen. De polyester-huid werd van de romp gehaald en daarna weer voorzien van een nieuwe polyesterhuid in de bedrijfsruimte van Fa. Van de Niet. De temperatuur was wel hoger dan buiten, maar toch wilde de polyesterlaag niet drogen. Op een aanhanger werd de boot vervoerd naar een andere opslagruimte, een garagebox onder één van de torenflats. Na een week uitharden bleek hij nog niet de gewenste droging te hebben. Daarna ging de Vrijheid naar de opslagruimte van Fa. de Wit aan de Voorstraat en na een paar maanden was de huid toch nog goed uitgehard. Met de Vrijheid heeft de stam een paar jaar gezeild tot het rampzalige moment dat twee loodsgasten tijdens een trektocht bij Vinkeveen de voorlandvast vast maakten aan het beweegbare brugdeel. De voorplecht werd in één keer van de romp getrokken. Dit was het einde van de Vrijheid, ze was niet meer te repareren.

De Ouwe Raev
In 1977 kon de loodsenstam goedkoop een stalen sloep kopen. Ook bij deze aankoop speelde Kees Ravensbergen een grote rol. De sloep was een oude reddingssloep, zonder motor en nog oranje van kleur. Hij werd op een vrachtwagen naar Katwijk gebracht en met de hulp van de hijskraan van Jan Kuyt aan het Prins Hendrikkanaal te water gelaten. Ook deze sloep werd roeiend naar het troephuis gebracht en werd gedoopt met de naam "Ouwe Raev".
Het was de bedoeling om deze sloep te gaan gebruiken als sleper voor de Katwijkse zeeverkenners, waarbij de loodsen het beheer en onderhoud hadden. Maar zover was het nog lang niet. Als belangrijke aanzet om te komen tot realisatie van een sleper werd ergens een tweedehands dieselmotor versierd. Deze moest eerst helemaal opgeknapt en gereviseerd worden. Dit gebeurde in een loods van de Leidse Duinwatermaatschappij. Via de vader van Aad Hortensius konden we naar hartelust sleutelen aan de motor en proefdraaien. Hiertoe was een speciale uitlaatpijp van een meter of vier geconstrueerd.
In het voorjaar van 1978 werd de dieselmotor in de sloep geplaatst  De eerste drie jaar werd de sloep gebruikt zonder opbouw. Na deze periode werd het gemis van een eenvoudige opbouw duidelijk. In eigen beheer en weer met hulp van wat handige kennissen en vrienden werd gestart met het maken van een opbouw. Dit werd gedeeltelijk bij het troephuis gedaan en verder op het terrein waar nu de jachthaven van Rijnsburg is. De Ouwe Raev is vele jaren in de vaart geweest. Ontelbare keren werd de dieselmotor uit elkaar gehaald, gerepareerd, en weer in elkaar gezet. Dit werd een routineklus.

Schouw 15
De 15, de Brouwers Aghte, was toegewezen aan de loodsen, samen met een vlet. Vooral de schouw wordt door oudere zeeverkenners en loodsen gewaardeerd om zijn zeileigenschappen met wat meer wind dan gemiddeld.
In 1981 vond een incident plaats tijdens laswerkzaamheden aan de schouw. De 15 lag schuin op z’n kant. Twee loodsen waren bezig de las tussen onderkant luchtkast en bodem opnieuw te lassen. Er was nog ongeveer drie centimeter te gaan. En toen gebeurde het……..!  Een enorme explosie vond plaats. De knal was in heel Katwijk aan de Rijn hoorbaar. Gevolg: de schouw had aan één kant helemaal geen luchtkast meer en er zat een enorme vouw in de zijkant. Hoe kwam die explosie tot stand???  In de luchtkasten werd regelmatig afgewerkte olie gedaan om het roesten tegen te gaan. Nu was er een paar weken geleden ook een restant benzine/diesel in de luchtkast gedaan. Ondanks het feit dat het mandeksel losgeschroeft was, ontplofte het mengsel. Dit was door het lassen immers heet geworden. Gelukkig is het zowel met de 15 als met de twee loodsen weer goed gekomen.
De 15 is gerepareerd bij het bedrijf Laska (waar nu autosloperij Obdam is gevestigd) met hulp van de heer Schaap, vader van één van de loodsen. Het resultaat na een jaar uit de vaart te zijn geweest mocht er wezen. De 15 was weer als nieuw.

(Zomer)kampen
De stam organiseerde veel kampen, meestal op de Kaag. Normaal kampeerden de Katwijkse zeeverkenners op het Boterhuis-eiland. De loodsen daarentegen kampeerden altijd op de Kogjespolder en waren dan te gast bij boer Joop en zijn vrouw Agnes. Verder werden de loodsen regelmatig gesignaleerd in Nieuwkoop, op de Westeinder,  de Braassemermeer,  de Reeuwijkse plassen, Loosdrecht, Vinkeveen en de randmeren.
Naast de eigen kampen werd tijdens zomerkampen van de zeeverkennerstroepen de leiding tijdelijk uitgebreid met leden van de Strandjuttersstam. Ook bij welpenkampen gingen regelmatig stamleden mee.
 

Wapenfeiten:
- Gestart met het organiseren van roeiwedstrijden voor de Katwijkse zeeverkenners (Ouwe Raev roeiwedstrijden)
- Medeoprichters van de Bestevaerhorde.
- In 24 uur non-stop, gezeild, geroeid, gejaagd van Lemmer naar de Tolhuissluizen.
- In de vaart brengen van de eerste sleper (Ouwe Raev) voor de Katwijkse zeeverkenners.
- Medeorganisatie van een actiedag (rad van avontuur, rommelmarkt, boekenverkoop, enz.) in wijkgebouw De Wiek voor het nieuwe troephuis
- Medeorganiseren van diverse sponsorlopen ten bate van het nieuwe troephuis.
- Medeorganisatoren van het loodsenwerkkamp NAWAKA1976 in Vinkeveen.
 


1983 - 2005  Wilde Vaert

In 1983 werd de loodsenstam opgeheven. In de plaats hiervoor kwam een Wilde Vaert afdeling.

De Wilde Vaert is een speltak binnen scouting voor jongeren vanaf 16 jaar tot ongeveer 19 jaar. Het programma moeten zij zelf invullen. In 1983 namen zij deel aan allerlei roeiwedstrijden die door Scouting georganiseerd werden en ze hebben op dit gebied vele prijzen gewonnen.
In de jaren negentig hielden ze zich veel bezig met het pionieren van allerlei objecten. Jaarlijks hadden zij veel bekijks tijdens de gondeltocht, georganiseerd door de Oranjevereniging. Hierbij voeren hele bouwwerken met wel zes vletten aan elkaar, compleet met kampvuren, voorbij. Ook hebben zij in 1995 meegedaan met het organiseren van een grote survival-activiteit voor de jeugd ter ere van 50 jaar bevrijding, in samenwerking met de welzijnsorganisatie Kubus 85. De Wilde Vaert zorgde voor de touwbruggen, buikschuiven, tokkelbaan en materialen.
Anno 2005 bestaat de Wilde Vaert nog steeds en is een kweekvijver voor nieuwe leidingsleden voor de verschillende wachten.

Leden, 1983-1987:
 

Douwe de Jong
Jan Hoekman
Martin Ouwehand
Tjebbe Witteveen
Arie Hartevelt
Robert van der Plas
Jan van der Plas
Wim van Rijn
Hanne Houwaard
Hans Stol
Colin van Dijn
Marcel van Duijn
Patrick Grundmann
Eduard Lachi
Bram Houwaard
Hans Kuijt
Robert Zandbergen
Marcel Koelewijn
Maarten Verdoes
Arnaldo Lachi
Jaap Bergman
Ben Klok
Tjebbe Witteveen
Jaco Kuyt
Dick Elsgeest
Marcel Grundmann
Jan Durieux
Kees Verdoes
Joannes Lachi