De Welpenwet en belofte
 
1970 2004
Belofte Ik beloof mijn best te doen - met de hulp van God - een goede Welp te zijn, iedereen te helpen waar ik kan en me te houden aan de Welpenwet. Jullie kunnen op me rekenen. 
Wet: 1  De Welp volgt de Oude Wolf

2  De Welp is moedig en houdt vol

Een Welp speelt samen met anderen in de Rimboe.
Hij is eerlijk, vriendelijk en houdt vol en zorgt goed voor de natuur. 


De Padvinderswet, belofte en motto

Motto
"De slogan van de verkenner is Weest Paraat (Be Prepared). Deze is, met veel van het uniform, afkomstig van mijn Zuid-Afrikaanse Constabulary. De mannen van mijn korps kozen dit motto voor henzelf, deels omdat het spreekt van hun bereidheid om altijd, elke taak op te pakken, en ook omdat mijn initialen er inzaten". (Lessons from the Varsity of Life, Baden-Powell)

Belofte
"Door een brief (met een eed) die ik ontving van een kleine jongen realiseerde ik mij dat een jongen waarde hecht aan zijn belofte. Daarom heb ik de verkenner een plechtige kleine belofte opgelegd, eenvoudiger om te houden dan een eed, waarin hij op zich neemt om ZIJN BEST TE DOEN OM:..." (Varsity...)

Wet
"De verkennerswet werd niet opgesteld als een lijst verboden. Verboden lokken in het algemeen ontduiking uit, omdat het de spirit uitdaagt van iedere rechtgeaarde jongen (of man). De jongen wordt niet bestuurd door wat niet mag, maar geleid door wat wél moet. De verkennerswet was daarom bedacht als een gids voor zijn acties, en niet als een onderdrukking van zijn fouten. Het stelt slechts wat goed fatsoen is en wat verwacht wordt van een verkenner." (Varsity...)

~1936 1970 2004

195..
belofte: Op mijn eer beloof ik ernstig te zullen trachten:
1  Mijn plicht te doen tegenover God en mijn land.
2  Iedereen te helpen waar ik kan.
3  De Padvinderswet te gehoorzamen:
Op mijn eer beloof ik ernstig te zullen trachten:
1  Mijn plicht te doen tegenover God en mijn land.
2  Iedereen te helpen waar ik kan.
3  De Padvinderswet te gehoorzamen:
Ik beloof mijn best te doen - met de hulp van God - een goede Scout te zijn, bewust het goede te zoeken en te bevorderen,  iedereen te helpen waar ik kan en me te houden aan de Scouts-wet.  Jullie kunnen op me rekenen. 
Wet

1

Op de eer van een Padvinder kan men vertrouwen Een padvinder is eerlijk Een Scout trekt er samen met anderen op uit om de wereld om zich heen te ontdekken en deze meer leefbaar te maken.
Hij is eerlijk, trouw en houdt vol.
Hij respecteert zichzelf en anderen.
2 Een Padvinder is trouw. Een padvinder is trouw
3 Het is de plicht van een Padvinder zich nuttig te maken en anderen te helpen. Een padvinder is hulpvaardig
4 Een Padvinder is een vriend voor allen en een broeder voor alle andere Padvinders. Een padvinder is een broeder voor alle andere padvinders.
5 Een Padvinder is ridderlijk. Een padvinder is voorkomend en sportief
6 Een Padvinder is een dierenvriend. Een padvinder heeft zorg voor de natuur
7 Een Padvinder weet orders te gehoorzamen zonder tegenspreken. Een padvinder weet te gehoorzamen
8 Een Padvinder glimlacht en fluit onder alle omstandigheden. Een padvinder zet door
9 Een Padvinder is spaarzaam. Een padvinder is spaarzaam
10 Een Padvinder is rein in gedachten, woord en daad. Een padvinder heeft eerbied voor zichzelf en voor anderen.


Regels
 

De groepen in Katwijk kenden ook de nodige extra regels die wél zaken verboden. De twee lastigste, waarover veel gediscussieerd is, zijn roken & drank. In Katwijk waren die altijd verboden.
 

Roken

Roken is verboden omdat het slecht is voor de gezondheid, maar vooral om te voorkomen dat jongens er met anderen als voorbeeld mee beginnen. Scouting is gebaseerd op het idee dat jongens het goede voorbeeld overnemen van de oudere verkenners, maar dat gebeurt natuurlijk ook bij een slecht voorbeeld. Door  de hierarchische opbouw met oudere bootslieden, waar de jongeren tegenop kijken, is dit risico extra groot.

Maar vroeger rookte bijna alle leiders:

"Na enkele noten van informatief karakter wordt de vergadering, die zeer sterk in het teken stond van Rhodesia, lichte & zware shag, amateursigaretten van Slemp & zeeshag van Planje, met enkele blafgeluiden door Schipper v/d Maaden gesloten."  (groepsraad, maart 1946)
"Leens moeder bleef zitten met een uitgerookte kamer (ze was pas schoon!)."   (groepsraad, mei 1946)
Maar de Padvinderij was een tegenstander van roken zodat, nogal inconsequent, besloten werd om als leiding tijdens de troep niet te roken:
"Mag roken in uniform? Antwoord: "Nee" en ook de leiders niet, tot groot verdriet van schipper Spaanderman."  (groepsraad, oktober. 1946)

"Op een vraag van één der leden wordt besloten voortaan het roken tijdens de troepbijeenkomsten volledig achterwege te laten. Ook het smoren van een pijpje."  (groepsraad, nov. 1947)

Baden-Powell rookte pijp, maar was daarmee gestopt toen een Amerikaanse militaire verkenner hem eens meewarig toelachte als een tenderfoot (beginneling). Een professionele woudloper rookte niet, want dan verspeelde je de bij het verkennen zo noodzakelijke reuk en gezicht. Maar een verbod wilde hij niet (en heeft Scouting dus nooit gehad) want hij vond dat een man dat besluit uit eigen overtuiging moest nemen, in plaats van gedwongen door een wet.

Het was ook wel bekend dat roken niet gezond was, maar niet zo ernstig. In de vijftiger jaren kwam er een rapport van de regering, dat voorzichtig suggereerde dat het echt slecht kon zijn. Het leidde tot een merkwaardig ingezonden stuk in Weest Paraat:

Eerst vermeldt de schipper dat hij voor het schrijven een mooie mix in zijn pijp heeft gestopt en in blauwe nevels achter zijn bureau zit. Hij kan ook de principiële niet-rokers "met hun idealistische gezichten en hygiënische glimlachjes" niet uitstaan. Dan neemt het verhaal een wending:

"Waarom ben ik toch zo geneigd dat rapport maar te negeren. Omdat het allemaal kletskoek is? Of omdat er bij mij weerstanden zijn, die maken dat ik in deze niet bewust leef en dus kies, maar me laat leven, verslaafd aan mijn gewoonten?
Ik ben een enthousiast roker, maar als vrij mens moet ik erkennen, dat mijn verantwoordelijkheid tegenover de jongens zwaarder weegt dan mijn rookgenot. Want de jongen kijkt naar mij. Hij wil volwassen worden en in mij vindt hij een toetssteen. Want iedere jongen zal deze waarschuwing van de autoriteiten beoordelen naar het gedrag van zijn ouders, zijn leraren en zijn leiders.
Zou het leiderskorps niet teveel verburgerlijkt zijn?"  (Weest Paraat, juni 1957)
En dus stelt hij voor om rigoureus te stoppen, binnen en buiten de padvinderij. Opvallend is hoe consequent hij zijn voorbeeld aan de jongens voorop stelt. Dat gaat de meesten te ver en veel reactie komt er niet, behalve de ondersteuning van de Katwijkse anti-roker en geheelonthouder schipper Huib van der Maaden:
"Men hoort vaak, dat we het Spel van Verkennen moeten spelen, zoals B.P. ons dit voorhield. Maar [men] schuift hetgeen hij schrijft over roken en drinken rustig terzijde (Ja, ook drinken)."  (Weest Paraat)
Maar het roken begon aan zijn terugtocht.

In Katwijk
Roken is voor de jongens altijd verboden geweest, maar de handhaving was afhankelijk van een sterke leiding en of ze zelf rookten. In de zeventiger jaren rookte bij de Dorus Rijkers geen enkele leider, dus was handhaving eenvoudiger. Ook hadden de jongens nog niet echt problemen met die zomerkamp-onthouding, dus waren ze nog niet verslaafd.
Tegenwoordig is het nog steeds niet toegestaan en het wordt door alle wachten gehandhaafd. Sommige wachten hebben een regel (geprobeerd), dat als de ouders via een briefje toestemming geven, ze af en toe bij de staf, uit het zicht van de jongens, mogen roken. Maar daar is men niet echt tevreden over.
Het is wel opvallend dat tegenwoordig veel leiders roken, dus het oude voorbeeld-probleem blijft actueel. Je kan leiders moeilijk iets verbieden, terwijl het soms een verslaving is gewonden. Men kan niet zonder. Ze hebben daarom de regel die ook vroeger gold en elders binnen scouting: roken buiten het zicht van de jongens, l wordt dit ruim opgevat. (Henk Elsgeest, 4 schippers)
 
 

De drank

Met drank ligt het anders, want dat is niet ongezond, mits met mate gebruikt. Baden-Powell had daar dan ook geen problemen mee. Twee glazen waren volgens hem een goede grens. Maar de derde zou onvermijdelijk leiden tot de vierde, vijfde en zzzessssde. Ook hier was hij een tegenstander van een verbod, zoals in Amerika tijdens de drooglegging:

"Een verbod beledigt het gevoel van vrije mensen die zichzelf discipline op willen leggen en die zich ergeren als die opgedrongen wordt door hervormers, hoe goed bedoeld ook." (Varsity...)
Binnen de groep mogen de jongeren meestal van hun ouders niet drinken en de ouderen wel. Uit het principe van ieder gelijk, drinkt daarom niemand alcohol. In de praktijk voorkomt het ook veel gezeur. De leiders mogen wel drank. Maar een kamp is vermoeiend: vroeg op, laat naar bed en de hele dag bezig in de open lucht. Als daar ook nog een paar nachten doorzakken bij zitten, heeft dit al snel effect op het programma, zodat ook daar een beperking wel zo praktisch is.

In Katwijk
In Katwijk was drank altijd verboden en op het troephuis of kampterrein niet aanwezig. In de zestiger jaren werd de regel minder strak en mochten zelfs bij de Abel Tasman onder Niek Ravensbergen de bootslieden apart een pilsje drinken. In die periode gingen de oudere jongens op zomerkamp soms stiekem naar Nieuwkoop.

"We liepen het Meiepad af en gingen het dorp in. Nadat we de boel op stelten gezet hadden, zijn we naar het "Vliegend Paard" gegaan. Daar werden de nodige pilsjes gedronken. Nadat we daar een uur hadden gezeten gingen we half idioot naar het kamp terug." (logboek Stormvogels 1961)
Bij de Dorus Rijkerswacht mocht het kader in de zeventiger jaren een enkele keer drinken, zoals bij het afscheidsetentje bij de Chinees. Maar ook het kader hing wat leeftijd betreft nog tussen wel en geen drank, dus de ervaring was dat als men in de gaten had, dat alcohol op dat moment niet tot de mannelijke verplichtingen hoorde (er werd voorzichtig afgewacht wat de leiding dronk) dat velen het dan toch bij fris hielden. De Juliana was makkelijker (biervlag in de mast) terwijl de Abel Tasman (na heroprichting door de Dorus) tot circa 2002 geen drank had op het zomerkamp.

Tegenwoordig is het nog steeds niet toegestaan en dat wordt gehandhaafd. Door de aanwezigheid van bier op troephuis en kamp wordt er wel vaker gedronken. De jongere jongens drinken nooit, het kader niet op het troephuis maar wel op het zomerkamp bij kaderavonden of bij een kaderweekend en niet meer dan twee biertjes (had Baden-Powell toch gelijk?). De leiders drinken op zaterdagen en kampen buiten het zicht van de jongens en naar eigen zeggen beperkt, meer gebaseerd op eigen verantwoordelijkheid dan op regels. Er blijven op kampen altijd enkelen "droog" om te kunnen rijden, wanneer dat nodig is. (Leen Haasnoot, Henk Elsgeest, Niek Ravensbergen jr., 4 schippers)
 
 

Andere normen

Een enkele keer geeft een logboek inzicht in andere normen:

"Vandaag zijn de N.S.B.-ers, z.g. "moffenmeiden", landwachters enz. door de B.S. opgehaald. Onder groot gejuich worden ze in "de school van meester Rhee" opgeborgen. Wij deden hieraan niet mee, want dat past een padvinder niet." (logboek Eksters 8 mei 1945, Neptunusgroep, Jan Bloot)
"De eerste dagen lieten we ze vrijwel naakt rondspringen, maar schipper Vink maakte daar een opmerking over, zodat ze zich buiten het kamp niet zonder kleren mochten vertonen." (Logboek Dorus Rijkershorde, 1948)

"Daarna zeilen. 't is nog drukkend. Op het meer gaan we voor anker bij de 16. We gaan weer zwemmen. De meesten in Adam's costuum. 't Is verrukkelijk." (Verslag zomerkamp 1951, Niek Ravensbergen)

"We zijn toen, daar het zeer warm was, in onze blote ruggen naar duin gegaan. Maar waar wij niet op verdacht waren, dat schipper Ravensbergen en stuurman Meyvogel ergens op een hoek stonden. Toen we bij de bunker kwamen hebben we "geopend" met een standje van stuurman Meyvogel, dat we niet meer zo onfatsoenlijk door het dorp moeten gaan." (logboek Stormvogels, 1959)

"Gelukkig hebben we geen politie gezien, anders waren er zeker vijf de klote geweest, daar ze gedeeltelijk of helemaal zonder licht reden." (logboek Stormvogels, 1960)