"Deze middag na het openen kwam de schipper met een kwak touw eraan. Deze moesten wij meenemen en naar het Parl-bos brengen. Daar moesten wij die touwen in de bomen vastbinden en er inklimmen. De schipper leerde ons de slipsteek en de zit- of stoelsteek. Een jongen trok aan het verkeerde eind van de slipsteek en kwam met een gekrijs naar beneden zetten." (1953, logboek Spechten, P. van Duyvenbode)

 
Pionieren, het maken van constructies met palen en touw, is altijd populair geweest. Het moest vooral spectaculair zijn, wat in de duinen ook mogelijk was: bruggen van duin naar duin of een kabelbaan.
Nadeel was het losse zand waar de haringen in stonden, zodat menig bouwwerk halverwege instortte.




In het landverkennersleven werd op het zomerkamp van alles gepionierd: tafels, banken, kook(vuur)tafels, ingangspoort. Een bijzonder onderdeel was de toren op het zomerkamp. Vooral bij de Abel Tasmanwacht werd dit in de tachtiger jaren een erezaak met andere wachten in de buurt, wie de hoogste toren kon bouwen.

In de zeventiger jaren bleef er niet veel fantasie meer over. Een brug over het water was niet veel meer dan twee driepoten met een enkele lijn.Daarna kwam het weer op, waardoor er tegenwoordig weer mooie en ingewikkelde constructies gemaakt worden.