Andere liederen van Huib van der Maaden


Archief (ook de muziek) Huib van der Maaden
Moedertje, mag ik gaan varen (tekst en muziek Huib van der Maaden)

Moedertje, mag ik gaan varen,
Moedertje, mag ik naar zee.
'k Ben nu al haast twaalf jaren.
'k Wil met zo'n schipper graag mee.
Landrot, dat wil ik niet blijven.
Geef mij de oceaan!
'k Haalde geen vieren of vijven,
'k Heb goed m'n best gedaan.

Moeder zie: 'k Gun jou een pretje,
'k Heb met je vader gepraat.
Draag jij maar eerst eens een petje,
Waar "zeeverkenner" op staat.
Zo kwam de jongen op 't water.
Kwam bij de padvinderij.
Leerde veel dingen voor later.
Wat was er ons ventje toch blij!

Sinds zijn er jaren verlopen
Nu is hij zeekapitein
'n Enkele keer zie je hem lopen
Als hij in Katwijk moet zijn
Moeder is trots op haar jongen
Vader denkt, wat ben ik blij,
dat ik hem vroeger als jongen
Liet gaan naar de padvinderij

In mineur:
Sjonge, wat ben ik begonnen
Wat ben ik zwaar de sigaar!
Ha'k maar wat anders verzonnen
Hoe krijg ik dat voor elkaar?!
'k Wil hier geen apekuren
d'r Wordt hier een varken vermoord !
Als dat nog langer moet duren
Dan spring ik subiet over boord
 


Laatst gaf onze boots instructie (Muziek Johan, Huib en Harry van der Maaden, tekst Huib van der Maaden)

Laatst gaf onze boots instructie, hoe de paalsteek was,
Maar hij viel bij 't demonstreren, midden in de plas.
Och m'n lieve. beste bootsman,
O, wat heb ik een verdriet!
Toen u aan dat touw ging hangen
Zag u 't andere eindje niet
'k Wou het ook eens gaan proberen,
Dat was very stom en toen,
Zat u in die plas te kijken,
Maar ik zal het nooit meer doen!

Onze stuurman houdt van grapjes, 't is een leuke vent,
Bij d' inspectie viel hij dwars door 't dak van onze tent.
Och, m'n lieve, beste stuurman,
O, wat heb ik een verdriet!
Toen u liep te inspecteren,
zag u daar die scheerlijn niet.
'k Had hem wel wat ver gespannen,
Ik vergat die lijn en toen, bent U door de tent getuimeld,
Maar ik zal het nooit weer doen!

Laatst ging onze schipper zeilen, in een stalen schouw,
Toen hij bij het roer ging zitten, riep hij hard au au!
Och, m'n beste schipper,
O, wat heb ik een verdriet!
Toen u op die doft ging zitten,
Zag u die punaise niet.
'k Wou het roer gaan repareren,
Ik vergat dat ding en toen
Bent u op die punt gaan zitten,
Maar ik zal het nooit meer doen!
 


Jan Oliebol  (tekst en muziek Huib van der Maaden)

Jan Oliebol was in z'n sas, omdat het pas vakantie was.
Hij ging kamperen met een zeeverkennersbak.
Z'n plunjezak stond al gereed, met fiets en radio compleet.
Want Jantje sprak: ik ben gesteld op m'n gemak.
't Gaf in de boot wel wat gedrang, want 't achterwiel was iets te lang.
Jan hees de fiets toen doodeenvoudig in de mast.
En toen vertrok de hele schuit, maar ach hij kwam geen steek vooruit
Jan zei: die boot, die zit van achteren nog vast.

We gaan weer varen.
We zeilen dwars door Holland heen.
Zo'n zwerversleven, een dag of zeven,
Dat is een feest voor iedereen.
Zo'n tocht is prachtig, 't gaat reusachtig.
Je krijgt een kleur als bruine thee.
Je wordt veel dikker, je lijkt een nikker.
En dat komt door de N.P.V.
De Oude Rijn was veel te tam, Jan zeilde door naar Amsterdam.
Hij stond an 't roer en zei: "Wat loopt die boot toch vlug"
En zo verliep de tocht dus goed, alleen werd Jan driemaal beboet.
Hij torpedeerde slechts twee boten en een brug.
Jan zei: Daar is een aanlegplaats,
We gaan naar de kant toe maats.
Maar 't resultaat was, dat de steven werd gekraakt.
En ook de fiets ging aan de haal,
Jan stond niet langer verticaal,
Want och, de trapper had z'n kersepit geraakt

De fietspomp kwam er aan te pas, daar Jantje bijna wijlen was.
Zo werden boot en fiets weer goed gerepareerd.
Maar al met al was nu de lust tot trekken danig uitgeblust.
De tweede dag wou Jan beslist weer rechtsomkeert.
dat vonden de anderen nu weer niets.
Verdraaid, zei Jan, 'k ga op de fiets.
Hij sprong aan wal en deed, zoals hij had gezegd.
Maar och, de trapper stond offside en ook z'n hersens was ie kwijt.
En zo kwam Jan nog in het ziekenhuis terecht.