Godsdienst

De Christelijke Padvinderij

Baden-Powell had een ruime opvatting over Godsdienst. In de Scoutingbelofte komt wel God voor, maar dat was niet alleen de Christelijke God. Hij beschouwde alle religies als andere vormen van het dienen van de ene God, de Schepper. "God is niet één of ander kleingeestig persoon, zoals sommige mensen schijnen te denken, maar een onmetelijke Geest van Liefde, die voorbij ziet aan de kleine verschillen van vorm, richting en gezindheid". Dat kon dus geen reden zijn voor verschillen in die grote broederschap van padvinders. In het verzuilde Nederland ontstond wel een christelijke tak: de N.C.P.V. (Nederlandse Christelijke PadvindersVereniging). Omdat men wel besefte dat dit inging tegen de eenheid van Scouting, werd de N.C.P.V. een onderafdeling van de N.P.V. en was interkerkelijk.

De jongens die de Katwijkse Padvinderij oprichtten, hadden zich aangesloten bij de N.C.P.V. Wel was de verhouding met de kerken voor de oorlog moeizaam. Arie Diepenhorst herinnert zich nog dat plaatselijke kerken de oudere padvinders soms ter verantwoording riepen.

Na de oorlog lag alles open. In de geest van Baden-Powell probeerden de leiders eerst om alles bij elkaar te houden. In mei 1945 wilden ze een speciale groep maken met een hervormde, gereformeerde en katholieke groepsgeestelijke: Ds. van Harten, Ds. Gilhuis en Pater Mikse. Maar dan:

"Ik heb samen met dominee Van Harten een onderhoud met onsen Districtscommissaris in Leiden gehad. Ds. Van Harten wil namelijk van de C.J.O. een padvinderij maken." (Logboek Juliana mei 1945, Leen Haasnoot)
De Katwijk-Binse pastoor is op een Katholieke padvinderij uit en strikt stuurman Frans Otto:
"De pastoor heeft de overwinning behaald. Frans zelf zegt te gevoelen voor de broederschap van alle padvinders en uit pure broederlijkheid gaat hij een specifiek Roomse groep oprichten, die niet meer de
naam padvinders, maar verkenners draagt. Ik ben hem er niet hard om gevallen. Gedane zaken nemen geen keer." (Logboek Juliana febr. 1946, Jan Vink)
De oude N.C.P.V. werd na de oorlog opnieuw opgericht maar de stemming in Katwijk was niet positief:
"Tijdens de besprekingen blijkt dat geen der aanwezigen de noodzakelijkheid inziet van het bestaan van de N.C.P.V.  naast de N.P.V.  Behalve een groep "Kalkman" zal de N.C.P.V. wel ophouden te bestaan, aangezien de N.P.V. uitgaat van een positief Christelijk standpunt, zoals omschreven in wet en belofte." (Groepsraad 20 juni 1945)
De N.C.P.V. echter overlegde met de kerken, die ook actiever werden in het jeugdwerk want "onze jeugd is dermate ontkerstend" dat ingrijpen noodzakelijk is. De Gereformeerden stonden afwijzend tegenover Scouting for Boys vanwege de humanistische tendensen (waar ze vanuit hun gezichtspunt wel een beetje gelijk in hadden). De N.C.P.V. ging daarna in op het voorstel van de Hervormden om de vereniging onder het Hervormde jeugdwerk te laten vallen, want daardoor kwam een grote hoeveelheid jeugd in contact met de padvinderij.

In Katwijk was de boot aan, want het betekende dat de padvinderij voortaan onder het plaatselijke Hervormde jeugdwerk zou vallen. Men schreef een brief:

" We waren blij dat men in breder kring ook tot het inzicht was gekomen dat sectarisme in de padvinderij uit den boze was, omdat de padvinderij in wezen een Christelijke beweging is.
...
Ons leiderscorps bestaat uit 10 Hervormden, 7 Gereformeerden, 3 Doopsgezinden, 1 Vrijzinnige en 1 Rooms-Katholiek. Wij werken in grootste eensgezindheid samen, ook in geestelijk opzicht. Wij voelen het daarom als een onmogelijkheid om onder het oppertoezicht van een bepaalde kerkrichting geplaatst te worden. Onvermijdelijk zou dit een uiteenvallen van onze padvinderij in verschillende kerkgroepen tengevolge hebben.
Met eenstemmigheid is daarom besloten dat de afd. Katwijk aan Zee van de vroegere N.C.P.V. niet overgaat naar het departement Padvinderij van de Herv. Jeugdraad, maar vanaf heden in de vorm van 5 open groepen in de N.P.V. verder blijven werken en op deze wijze interkerkelijk haar uiterste best blijft doen om het hoogste padvindersideaal na te streven, namelijk mede te werken aan de uitbreiding van Gods koninkrijk, ook en vooral onder jonge mensen." (Groepsraad, jan 1946)
Eind 1946 werd de N.C.P.V. definitief opgeheven, maar toen kwamen er X-groepen met een X op hun uniform om te laten zien dat zij een christelijke groep waren. In de groepsraad ontstond weer een discussie met als kernvraag: "is de pijlpunt (van de Franse lelie) waarborg voor positief Christendom?". Schipper Parlevliet meende van niet, maar de rest vond dit voldoende (okt 1946). Een paar maanden later werd de discussie nog eens stevig overgedaan, want schipper Parlevliet van de Bestevaergroep voelde zich principieel genoodzaakt om zich als X-groep in te schrijven: "Je voelt je X-groep, je bent dus X-groep en je laat je dus inschrijven als X-groep", maar hij kreeg de anderen niet mee (mrt 1947).

En daarmee eindigde de discussie. De Katwijkse Zeeverkenners waren open, maar toch christelijk. Dit was volgens Scoutingregels, want Scouting stond beslist niet neutraal tegenover godsdienst. Een padvinder moest volgens Baden-Powell een geloof hebben en de groep moest hem aansporen om volgens de regels van zijn geloof te leven en hem de gelegenheid geven om de godsdienstoefening bij te wonen.
Er werden speciale kerkdiensten door het jaar gehouden en natuurlijk ging men met het pinkster- en zomerkamp naar de kerk of men hield een eigen dienst op het kampterrein. Hier ging vaak schipper Jan Vink voor, een leraar die preekbevoegdheid had en een populair preker was. Deze was soms wel erg enthousiast:

"Schipper Vink houdt dan de avondsluiting waarbij hij ons wijst op ons aller Heiland Jezus Christus, dé Padvinder." (logboek Stam 1945)
In de logboeken werd ook regelmatig een oordeel over de preek gegeven, ook door de jongens, dus ze luisterden wel degelijk.
"De inspectie was geweest en over een paar minuten zou het kamp geopend worden. Nadat de vlag gehesen was, hielden wij een kerkdienst. Het was nog een jonge dominee. Hij was erg aardig en hij heeft zijn preek erg eenvoudige gehouden, namelijk over het Onze Vader." (logboek Zeehonden, 1959)

"Er was een speciale kerkdienst in de kerk van Nieuwkoop. Een heel mooie preek, die indruk maakte. 't Motto was "Doorzetten altijd, maar met God". Thuis gekomen aten we een heerlijk zondagsmaal. Heerenbonen + aardappelen en joghurt na" (Logboek Stormvogels 1954, Hugo s Jacob)

"En wij marcheerden netjes en vlug naar de kerk. In de kerk keek men wel wel raar, dat wij zo laat kwamen, en toen wij gezeten waren, begon de dienst. Deze werd geleid door schipper Vink. Schipper Haasnoot speelde blijkbaar op het orgel. De kerk was goed bezet met padvinders en padvindsters en het was een mooi gezicht: al die uniformen." (Logboek Eksters 1945, Jan Bloot)

Het is ook opvallend dat volgens de Katwijkse logboeken de padvinders regelmatig zondags in de duinen bij hun bunkertroephuis te vinden waren.
"Zondag is een rustdag; rondslenteren is geen rust. Verandering van bezigheid, van de werkplaats naar buiten, is rust .. De namiddagwandeling kan besteed worden aan rustig verkennerswerk, zoals natuurstudie." (Verkennen voor Jongens, Baden-Powell)
De zeeverkenners volgden later de maatschappelijke tendens. De speciale diensten verdwenen en in de zeventiger jaren verviel de kerkdienst op het Pinksterkamp (Dorus Rijkerswacht). Op dit ogenblik gaan de Dorus Rijkerswacht en de Bestevaerwacht nog tijdens het zomerkamp naar de kerk. Het is bij de Dorus Rijkers een traditie en naar eigen zeggen zelfs een populair programmaonderdeel.