Hulp na de overstroming in Zeeland in 1953

De overstroming in Zeeland maakte veel hulpvaardigheid los in Nederland en vooral de zeeverkenners met hun boten voelden zich aangesproken. Met een groep gingen ze met hun grote roeiboot de Zeehond naar het getroffen gebied, maar kwamen overrichter zake en met een kapotte boot terug. In een logboek van de Juliana zit een krantartikel van een dominee over de tocht met Katwijkse vissers (met waarschijnlijk de Zeeverkenners), waaruit bleek dat men in de grote chaos geen raad wist met die hulp. Dit was niet onbegrijpelijk, gezien de grote schaal van de overstromingen, slechte verbindingen en onervarenheid  bij zo'n grote ramp.
 

De tocht naar Zeeland (Logboek Dorus Rijkers, Schipper Leen Haasnoot:

" Zondag 1 febr. 1953.
's Morgens vroeg word ik uit bed gebeld door drie zeeverkenners: of de schipper al weet dat de Boulevard half weg is. Dit blijkt geen fantasie, maar een bittere waarheid en we beseffen nog niet, hoe erg het in het Zuid-Westen is. De radioberichten worden steeds somberder. Dit is ons werk, dat we de volgende dagen doen:

Maandag 2 febr.
Kleren en dergelijk ophalen. Geen school. 's Nachts doorwerken in ploegen: Han, Henk, Kees, Harry, Bram enz. enz.

Dinsdag 3 febr.
Een plan neemt vastere vorm aan: Een flinke ploeg gaat mee naar Zeeland met de Zeehond. 's Middags vertrekken we. Een gedeelte van de ploeg wordt teruggestuurd (teveel!). 's Avonds in Dordrecht is van het teruggestuurde ploegje een gedeelte met de trein ons nagekomen. Voor dat doorzettingsvermogen nemen we ze mee. In Dordrecht zijn de berichten zo somber, dat we de jongsten naar huis sturen.

Woensdag 4 febr.
Op verschillende plaatsen probeert ons konvooi hulp te gaan verlenen. Voor Dreischor worden we afgezet: Geen hulp meer nodig. 's Avonds in de vluchthaven van Dintelsas. De roeiboot wordt 's nachts weggehaald.

Donderdag 5 febr.
Het wordt ons wel duidelijk, dat we geen hulp meer zullen kunnen verlenen. Tegen dat we 's avonds teruggaan, komt ook de roeiboot terug. In de nacht van donderdag op vrijdag komen we in een autobus terug. Een somber avontuur is geëindigd."


Hulpacties

 "Deze middag gingen we karweitjes doen voor het Rampenfonds. Vanwege de ramp die met 2 febr. '53 ons land en volk trof" (logboek Spechten, febr. 1953, P. van Duyvenbode)
"Een soetje voor een koetje of eigenlijk, "Mouwen omhoog, het land moet droog". De padvinderij gaat geld verdienen voor de getroffenen in Zeeland. Deze actie is te vergelijken met een ""heitje voor een karweitje". En vanmiddag is onze bak dan ook druk in de weer om geld te verdienen. De één helpt op de Boulevard stenen sjouwen. De ander plakt couverten dicht enz. Maar ieder is in volle actie. En de opbrengst is niet te smaden, namelijk f 21,- van onze bak. De gehele afdeling Katwijk verdient f 900,-" (Logboek Stormvogels, Hugo 's  Jacob, 14 februari 1953)



Heitje voor een Karweitje

Baden-Powell was er trots op dat Scouting goed draaide zonder enige subsidie. Verkenners moesten hun eigen geld verdienen. Heitje voor een Karweitje was wel de bekendste actie van de Padvinderij. De padvinders gingen langs de deuren voor een karweitje waarvoor ze dan een heitje (kwartje) kregen. Dit viel dus niet onder de goede daad, want een fooi mocht een padvinder nooit aannemen. Het was gewoon betaald werk, zoals tegenwoordig vlaggen worden gehesen en oliebollen verkocht. In de Katwijkse logboeken staat hier niet veel over:

In 1954 wordt de 3e nationale actie gehouden. Van de opbrengst is 50% voor de troep, 10% voor het district, 40% voor het Nationaal Hoofdkwartier. In de verband met de overstromingen in Zeeland het jaar daarvoor werden met de eerste 10 heitjes een boom voor Schouwen Duiveland gekocht.
"Meisjes en Jongens. Op 1, 2, 3 april hebben wij weer onze jaarlijkse actie 'n Heitje voor 'n karweitje, en het spreekt vanzelf, dat jullie allemaal probeert om zoveel mogelijk geld te verdienen voor je eigen beweging. In heel ons land is de actie bekend. Heitje Karweitje betekent: drie dagen allerlei werkjes doen die de mensen graag willen laten doen. Vraag gerust om werk, maar: opgewekt en in keurig uniform. En bel nergens waar al een zegel is geplakt, want daar is dan iemand je vóór geweest. Gedraag je zo, dat niet alleen wij maar alle mensen na afloop zeggen: Heitje Karweitje was prima! Succes ermee!" (Weest paraat, ~1958)

"Inkomsten 1960: totaal fl. 604,71 door 104 deelnemers, gemiddeld fl. 3,5-8 per jongen. De helft hiervan was voor de kas, de rest voor het hoofdkwartier."

"Verder werd de officiële stand van heitje voor een karweitje bekend gemaakt. Niek de Heyer had de meeste heitjes verdiend dus werd aan hem het wisselschild overhandigd." (Logboek Zeehonden, 1 apr 1959)



Andere acties

"Actie voor vluchtelingen. Voorstelling met toegang fl. 0,25. Opbrengt fl 116: muziekkorps, spinning rope, maagoefeningen en torens." (logboek Spechten, mei 1954)
 

"Deze dagen waren de eerste opvoeringen van "Nederland vecht door". Dit is een revue die door Katwijkse onderwijzers in elkaar gezet en opgevoerd is. De padvinders hadden vrij toegang. Zij hielpen met een en ander. De opbrengst was voor de nagelaten betrekkingen van ondergrondse strijders." (Logboek Eksters, 7/18 mei 1945, Jan Bloot)
 

"In de week van 16-12 juli maken de padvindersgroepen uit Katwijk zich buitengewoon verdienstelijk met het ophalen van gaven voor de N.V.H. (Nederlands Volks Herstel). Speciaal de schippers Haasnoot en Vink doen met de geluidswagen wonderen. Drie avonden achtereen sjouwen we in (samenwerking?) met N.V.H. Er wordt een massa ingezameld. Stoelen, tafels, zuigflessen, bedden en dekens, nieuwe lakens, kortom de inzameling is een succes." (logboek stam 1945 Henk Brouwer)

"Katwijk helpt geteisterd Zeeland. Een deze dagen is te Middelburg aangekomen een schip, bemand met 9 padvinders*. Het is afkomstig uit Katwijk aan Zee en Katwijk aan den Rijn en brengt 250 ton aan meubelen, serviesgoed, beddegoed en dekens, lampen, spiegels, onderkleding, kinderkleren en handdoeken. Zelfs zuigflessen en een waschmachine ontbreken niet. Dit alles is door de bewoners van de beide Katwijken beschikbaar gesteld en door de padvindsters en zeeverkenners aldaar opgehaald.... De padvinders waren met een geluidswagen door het dorp gereden en hadden propaganda gemaakt. Toen is men aan het ophalen gegaan. Drie dagen lang! Wagens vol!.... Donderdagavond hebben de Middelburgsche padvinders- en padvindstersgroepen de padvindersbemanning van het schip een afscheidskampvuur aangeboden op het molenwater. Zang en grappige recreatiestukjes wisselden elkaar af." (Provinciale Zeeuwsche Courant: 6 aug 1945)
* dit waren: Leen Haasnoot, Piet de Geus, Roel de Groot, Piet Lugthart, Jan Mieras en drie padvindsters. (Pim Hofkes)