"Weer? Is er iets beter dan een goeie lange trektocht op een koude winderige dag? Als het nat is: des te beter; er is geen groter genoegen dan een goed kampvuur en onderdak in een gezellig boerderij of herberg aan het eind van de dag. Ik zeg je, je wordt zo gehard door de praktijk van het buitenleven, dat je werkelijk het weer niet meer merkt en het je weinig uitmaakt. Wat het ook is, heet of koud, regen of zon, je krijgt er kracht, vitaliteit en opgeruimdheid door." (Rovering to Success, Baden-Powell)


Een hike is een trektocht uit het landverkennersleven, die ook door Katwijkers werd uitgevoerd, al waren er ook hikes met een boot. In de hoofdeis van de eerste klas kwam het uiteindelijke doel van Scouting naar voren: een zelfstandige zwerftocht. Hiervoor werd de hike gebruikt, die natuurlijk ook gewoon leuk en avontuurlijk was. De klassieke hike was een trektocht te voet met minstens twee man en minstens één overnachting. In een rugzak moest alles worden meegenomen wat voor die overnachting nodig was, tot een maximum gewicht. Bij de zeeverkenners hoefde de tent niet mee, want die was bij hen veel te zwaar. De tocht werd afgelegd via een omschrijving, waarbij veel onderdelen van kaart en kompas werden gebruikt: kaartlezen, kompas gebruiken, horizonschets maken, striproute. De leukste hikes waren de landelijk georganiseerde, want het terrein was onbekend en je zag veel andere verkenners. Maar ook in Katwijk werden hikes georganiseerd, meestal in de herfst als de boten op de kant lagen.
 

De trappershike

De trappershike was een wat ruigere, populaire Katwijkse variant. Na de trektocht kwam men op het duinterrein bij de witte bunker voor de primitieve overnachting. Een rauwe kip werd op een houtvuur klaargemaakt, waarvoor het hout op het strand verzameld moest worden. Daarna werden stevige opdrachten uitgevoerd, zoals met de verkennerspas naar de Wassenaarse slag en terug, opdrachten in het duin of in het donker varen op de meertjes. Soms werden de jongens 's nachts weer uit de tent gehaald voor een opdracht.

Voor de overnachting kreeg men twee grondzeilen en een noklat. Met twee planken als kruis en helm als isolatie ontstond een eenvoudig tentje, waar precies twee jongens in pasten. Het leek primitief, maar ze lagen warm terwijl de leiding in de vrieslucht vernikkelde in een grote, maar slecht isolerende tent. Ook werd er een groot kampvuur aangelegd, dat de hele nacht bleef branden en waar de jongens om beurten tot de ochtend de wacht moesten houden. Boven op de zeereep, op een bunker, met z'n tweeën een uur bij een kampvuur zitten in de snijdende koude wind, het gebulder van de zee in de donkere nacht, dat vergat je niet meer.
 
 
's Ochtend werd stokbrood klaargemaakt waarna in het duin een aantal opdrachten moest worden uitgevoerd. Meestal was dit een gepionierde trappersbaan (buikschuif, boomklimmen, spoor volgen) in het Parlevlietsbos, een verdronken, dood bos achter de meertjes.


 
 

Tegenwoordig is dit restje Katwijkse landverkennerstraditie vrijwel verdwenen. De jongens houden geen hikes, behalve een enkele keer als onderdeel van een gezamenlijk kamp. Alleen de Wilde Vaert en de Julianawacht-leiding loopt nog hiken en dan gelijk hard, in de winter in de sneeuw. (3 schippers)