Patat    (1970-1980)
Dik Parlevliet, 2005
Patat is het levensvoedsel van de zeeverkenner. De dag wordt ermee afgesloten, de zeiltochten mee onderbroken, het rustpunt in een zomerkamp. Als je een middag buiten bent in de kou, een snijdende wind, als je uit je zeilpak drijft, dan is er patat. Dat kan toch alleen maar gezond zijn?
 
Het is het einde van de middag, als de jongens zich opwarmen rond de petroleumkachel, waarop de sokken sputterend liggen te drogen. De leiding strekt zich uit in het leidingshok in de oude fauteuils (ooit gekregen toen een ouder zich in nieuw leder stak), versleten met gaten en de vernisvlekken van een ongelukkig gevallen verfpot. Ze smachten naar de koffie, die langzaam door het zakje druppelt. Jongens komen erbij zitten en het wordt gezellig.
Dan is het dus tijd voor patat. Vrijwilligers worden aangewezen, die met een papiertje rondgaan voor alle bestellingen. Dan verdwijnen ze een te lange tijd naar de dichtstbijzijnde patatboer. Eerst een heel klein hokje op de Turfmarkt. Die verkoopt zowel gebakken vis als patat, dus je heb de smaak van twee voor één. Later gaan ze naar de Cleijn Duindreef. Als ze terugkomen wringt iedereen zich rond de grote zakken om er zijn bestelling (met, pinda, oorlog) uit te vissen. Vreemd genoeg is er nooit teveel of te weinig. Dan scheurt iedereen de zakjes open. Met de koffie, een mooie combinatie.

Tijdens de vaste zeil- of sleeptochten waren er de vaste stopplaatsen waarvan iedereen, niet ver weg ergens in de achterliggende straten, een patattent wist, die altijd Jan Patat heette. Terwijl de sleep tegen de wal klotste werd iedereen weer een beetje mens.
 

Trudy

De bekendste snackbar was Trudy in Nieuwkoop, een houten keet bij de gemeentehaven. Aan beide kanten een rij formica tafels en achterin de altijd populaire flipperkast. Zij woonde met haar man achter de snackbar in een aangebouwde woonwagen. Het opvallendste was, dat Trudy met nauwelijks verborgen tegenzin haar klanten bediende. Een zuur gezicht was ieders deel, hoe groot de omzet ook was als de troep haar overviel. Maar het was altijd een mooi rustpunt, vooral voor de leiding, die eindelijk even nergens op hoefde te letten.

Trudy heeft het lang volgehouden. Toen Nieuwkoop meeging in de toeristische tijd werd er een breed fietspad aangelegd langs de weg naar Noorden. Maar Trudy kregen ze niet weg. Het fietspad liep dood op haar uitspanning, zodat al het toeristenvolk hier weer de weg op moest.

Pas recent is er een eind aan gekomen. Ze hebben Trudy eenvoudigweg doorgezaagd en het fietspad doorgelegd. Daarachter staat een reclamebord voor een nieuwe luxe dijkvilla.
 

Want na vele jaren is ook Nieuwkoop de weg gegaan. Heel lang bleef het wat het ooit was: een landelijk dorp met schuren, oude scheve woningen en tuintjes. Altijd stil in de hete zomerzon. De rijkdom verborg zich stijlvol in de bossages langs de Noordplas. Nu wordt alles wat open is volgebouwd met dijkvilla's voor zij die elders werken. Zelfs in het centrum van dorp is het eerste wooncomplex met garagekelders aangelegd. De rijkdom wil nu ook gezien worden, dus de huizen langs de plas staan in grote open tuinen waardoor je op de plas het idee krijgt in hun tuinvijver te varen.
Ook Nieuwkoop bij de tijd.