Dorus Rijkerstroep  leden, jaar, programma


Terug naar Dorus Rijkers
1970 1971 1972 1973 1974 1975 1976 1977 1978 1979 Programma 1970-1971

Divers: Patat
 

Jaar 1969 - 1970

Schipper: Feite Pijttersen
Opperbootslieden: Arend Hoek, Dik Parlevliet
 
Spechten Sperwers Arenden Valken
Kees Hoek
?
Hans van Essen
Hans van Arkel
?
Krijn van Rijn
Willem Ploeg
Willem Beltman
Hans Minnee
Krijn Parlevliet
Jan Hazekamp
Walter Geistdorfer
Arend van Duin
?
Koos van Rijn
?
Marcel van Ruler
Jan Hoekman
Hans Jongbloed
Tony van Ruler
Wim de Wit
Jan van Rijn
Schouw 16  Vlet  Schouw 16  Vlet 
(logboek Sperwers, Valken)

Jaaroverzicht (Dik Parlevliet, 2005)

Na het zomerkamp vertrekt opper Mario Adams en Feite geeft het gemeenschappelijke zomerkamp de schuld. Teveel leiding, te weinig werk dus teveel verveling. Hij neemt zich voor om het volgende jaar alleen op zomerkamp te gaan, een breuk met twintig jaar traditie. Als leiding zijn alleen hij en opper Arend Hoek nog over. Arend vraagt in het najaar een vriend van hem (ondergetekende) of hij interesse heeft om leidng te worden. Ik vindt het er vreemd uitzien, boten waaraan je niet kan zien wat de voor- of achterkant is. Maar ik probeer het en het bevalt. Niet meer luieren tussen caravans in tuintjes, maar altijd actie en buiten. Niemand zeurt als het regen of waait of een beetje inspanning vergt, dat lijken ze juist op te zoeken. Met bewondering kijk ik naar jongens die op een schokkende boot helemaal los op het achterdek staan, terwijl ik mij wankelend vast moet houden aan mast en stalen draden.

We zijn jong en hebben nog niet echt veel gezag. Het zijn stevige bootslieden, die tijdens een kamp op het troephuis wijn drinken en daar krijgen we van mevrouw Hortensius opmerkingen over. Feite zwijgt. Ook hebben we ruzie met bootslieden die hun eigen tent mee willen nemen op het Pinksterkamp, om daar zelf in te slapen. Arend van Duin is fanatiek, bij hem dragen de jongens ook 's winters nog een korte broek. Voor het  zomerkamp wisselen twee bootslieden.

In het voorjaar houden we een hike naar het troephuis in Lisse, in het Keukenhofbos. Na een cursus worden Arend en ik stuurman in het voorjaar. Al snel wordt ik materialenstuurman en probeer voortdurend orde te scheppen in de chaos van materialen, die verspreidt liggen over diverse kasten en laatjes van oude dressoirs.

Op een vrijdagmiddag in het voorjaar belt Feite mij op. De nieuwe vlet (533) is klaar en of ik direct mee wil om hem op te halen. Daar hou ik nu van bij de zeeverkenners. Ik pak snel mijn spullen en die avond varen we in de schemering weg met de schouw en de Yamaha en met bootsman Wim Ploeg en kwartiermeester Jan Hoekman. We varen de hele nacht door en arriveren zaterdagochtend bij Beenhakker in Rotterdam. Als een nietig bootje ligt de schouw langs een metershoge kade aan groot water. De botteloef blijft hangen in de kade en bij de volgende hoge golf is hij krom. Meegesleurd door de ebstroom slepen we onze nieuwe boot door Rotterdam en varen weer in één keer terug. Aan het eind van de dag komen we afgepeigerd aan, maar iedereen is benieuwd. De eerste nieuwe boot in tien jaar.

Het zomerkamp loopt goed, al is het winderig regenweer. Door een goede wind kunnen we de hele tocht zeilen en dat is een geluk, want als leiding moeten we de jongens bijhouden in de zeilende schouw. We hebben alleen een klein (te goedkoop?) buitenboordmotertje van Feite privé, die we liefst zo weinig mogelijk gebruiken.
Na het zomerkamp maken Feite, bootsman Wim Ploeg, kwartiermeester Piet van Arkel en ik een trektocht met een vlet naar de randmeren.
 


Jaar 1970 - 1971

Schipper: Feite Pijttersen
Stuurlieden: Arend Hoek, Dik Parlevliet
Opperbootslieden: Marcel van Ruler, Kees Hoek
 
Spechten Sperwers Arenden Valken
Douwe de Jong
Piet van Arkel
?
Wim Ploeg
Willem Beltman
Henk Houwaard
Hans Minnee
Koos de Wit
Hans van Arkel
Kees van der Burg
Aad Hortensius
?
Jan Hoekman
Tony van Ruler
Krijn Parlevliet
Wim de Wit
Nico Parlevliet
Vlet 533  Schouw 16 Vlet 179 Schouw 16
logboek Sperwers, Valken

Jaaroverzicht (Dik Parlevliet, 2005)

De bootlieden Marcel en Kees worden opper, waarmee de leiding volledig is.
 
We maken een mooi misdaadspel met foto's, perskaarten, de moord (kogel door het megatief). Echt padvindersgefrutsel, maar het is zo overtuigend dat de jongens vragen waar we die perskaarten vandaan hebben.

's Winters hebben we de tradionele "bonte avond" met toneelstukjes.

Ook houden we in de winter een trekkerskamp, een  ruig kamp waar de jongens na een dag lopen moeten overnachten in duin in simpele tentjes. 's Avonds gaat het nog in verkennerspas naar de Wassenaarse slag

Het zomerkamp is nu in Vinkeveen. Arend wil altijd weer naar Nieuwkoop, maar Feite heeft dan  bergen bezwaren. Was te toeristisch geworden, teveel dure huizen aan de Noordplas. Vinkeveen is een mooi kamp met zon en wind. Achterom loopt een sloot, de ringvaart, die volkomen helder is. Nog nooit heb ik de schouw zo over waterplanten zien zweven, een vreemd gezicht. Ook nu hebben soms nog een aanvaring tussen enkele jongens en de leiding.

Na de zomer maken Feite, Wim Ploeg en ik een trektocht naar Nieuwkoop. Als we Nieuwkoop naderen wordt Feite steeds meer opgewonden, met fraaie verhalen over vroeger, toen ze door het kroos moesten worstelen en de middenstand zijn vakantie uitstelde als de Katwijkers eraan kwamen. De frustraties van Feite zijn blijkbaar overwonnen. Als we de Sikkerdammersluis uitvaren, een vreemd gebied in met eindeloos riet en een nog niet door Amsterdammers verpest dorp, begrijp ik waarom. Volgend jaar gaan we naar Nieuwkoop
 


Jaar 1971 - 1972

Schipper: Feite Pijttersen
Stuurlieden: Arend Hoek, Dik Parlevliet
Opperbootslieden: Marcel van Ruler, Kees Hoek
 
Spechten Sperwers Arenden Valken
Douwe de Jong
...
Wim Ploeg
...
Kees van der Burg
...
Jan Hoekman
...

Jaaroverzicht (Dik Parlevliet, 2005)
 
In het najaar houden we een fraai spel, waarin de bakken een vlot moeten bouwen en naar de Nieuwe brug slepen. Daar wordt het opgehesen en weer naar beneden gedonderd. Groot spectakel.
De nieuwe brug is een mooi speelobject. We zetten de jongens ook af op de dukdalf, waarna ze aan een lijn naar de wal moeten slingeren.

In het voorjaar pionieren we een brug over de Noorwijkervaart, waar iedereen in buikschuif overheen moet. Als we terugvaren stopt opeens Feite's (privé)buitenboordmoter. Als we hem ophijzen zit, waar de schroef hoort nog slechts een gat. Het einde van een moedige motor.

In het voorjaar doen we op Koninginnedag mee aan de Zeskamp en worden zowaar tweede, helaas achter de KRB.

Met nieuwe leden is het moeilijk. De welpenhordes zijn vrijwel ingestort en er vliegen geen welpen meer over. We maken een paar reclamenvellen met grote foto's die we op een paar lagere scholen mogen ophangen. Het levert maar enkele jongens op.

Met de leiding gaan we in Reeuwijk kijken naar een kampeerterrein, maar het valt tegen. Er staat ook een troephuis en er ligt een weg tusssen het terrein en het water. Daar zien we alle toeristen al in auto's langs jakkeren. Het wordt dan toch eindelijk: Nieuwkoop, de legendarische Vetwei, een mooi zonnig zomerkamp op het mooiste terrein dat je je wensen kan. Een gigantische onweersbui trekt over als alle tenten nog opgebonden zijn, maar gelukkig is het de volgende dag weer zonnig.

Na het zomerkamp gaan we Chinezen in Golden House met het kader dat afscheid neemt. Het is bijzondere lichting, waarvan er veel later leiding worden (Douwe en Piet: stamleiding, Wim: schipper van de Leidse Jan van Galen, Kees en Aad: stuurman Abel, Jan: stuurman Dorus). We houden ook nu weer na het kamp een trektocht met een paar leiders (Feite, Wim, Marcel, Kees, Dik) maar nu een vast kamp in Zierikzee, waar we een vlet kunnen huren. Het valt hard tegen. Veel regen en wind en dus het wordt alleen maar touristisch wandelen.
 


Jaar 1972 - 1973

Schipper: Feite Pijttersen
Stuurlieden: Arend Hoek, Dik Parlevliet
Opperbootslieden: Marcel van Ruler, Kees Hoek, Kees van der Burg, Jan Hoekman
 
Spechten Sperwers Arenden Valken
Piet van Arkel
?
Niek Parlevliet
?
Jan Hazekamp
?
Tony van Ruler
?

Bootslieden najaar 1972:  Valken: Aad Hortensius

Jaaroverzicht (Dik Parlevliet, 2005)

Dit is het seizoen van de Abel Tasman. Die groep dwaalt de laatste tijd van het (volgens ons) juiste pad: bakshokken weg, barretje erin, best gezellig maar geen zeeverkennerstroep. Omdat we ook met de Julianajeugd zo onze problemen hebben, maken we wilde plannen om in Valkenburg iets nieuws te beginnen. Onmogelijk natuurlijk, maar je droomt wat. Dan levert de Abel de Juliana een paar streken (iets met ongevraagd boot of tent meenemen op zomerkamp) en is ook voor hen de maat vol. Zelfs de vriendelijke groepsvoorzitter Smit is bereid mee te werken en op een zateravond verzamelen we ons in het Dorus leidingshok. De Abelleiding wordt ontboden en door Smit de wacht aangezegd. Ze sputteren wat tegen en vertrekken. Dan klinkt van de andere kant een enorme herrie. Wij zitten stil en wachten af wat komen gaat. Dan wordt het rustig en wagen we de tocht naar het Abel-lokaal. Als we binnenkomen is de ruimte volkomen kaal en buiten brand een groot vuur. Maar ze hebben alleen gesloopt wat ze zelf gebouwd hebben, van de tuigage ontbreekt niets, geen ruitje kapot. Hier heeft iemand goed nagedacht.
Direct worden de sloten vervangen, hout en verf besteld en de volgende zaterdag is de hele troep aan het timmeren en verfen als de beteuterde Abel nog eens komt kijken. Er worden gelijk weer twee Abel bakken opgericht met leden van de Dorus en een aantal Abel leden die willen blijven. Dat is voor ons een hele aderlating. Er is ook een wisseling van de bootslieden, waardoor we op zomerkamp erg kleine bekken met jonge bootslieden hebben. Maar alle oude bootslieden blijven een kamp als opperbootsman en iedere bak krijgt een opper aan boord.
 
In de herfst houden we weer een trappershike.  In de ochtend staan we in de meertjes onze tanden te poetsen.
De volgende dag worst er een trappaerbaan uitgezet bij het Parrel-bos waarbij aan het eind van de dag het stoomtreintje ons waggelend naar huis rijdt.
We doen ook weer mee aan de zeskamp op Koninginnedag. Nu verslaan eindelijk de almachtige Reddingsbrigade en worden eerste. De burgemeester is ontsteld dat zo'n onbekendige vereniging de trots van Katwijk vernederd.

We krijgen een paar oude kachels die we, padvinders eigen, maar even ergens in een hoek zetten.

We gaan weer naar Nieuwkoop. Eindelijk is Feite omgeturnd en nu wil Arend opeens naar Vinkeveen. Het is een echte zeiler en die plas heeft zijn hart gestolen. Maar we zijn in de meerderheid, dus weer naar de Vetwei. Het is alweer een mooi kamp met zon en wind.
 


Jaar 1973 - 1974

Schipper: Feite Pijttersen
Stuurlieden: Arend Hoek, Dik Parlevliet
Opperbootslieden: Marcel van Ruler, Kees van der Burg
 
Spechten Sperwers Arenden Valken
Koos van Rijn
Gijsbert van der Plas
Arthur van Rijn
Gerko Klok
Willy Haasnoot
Hans Schaart
Arie Kuyt
Klaas Haasnoot
Jeroen Bartelink
Jaap Houwaard
Ruud van de Wer
Aart Haasnoot
Rob Cornelissen
Hans van Arkel
Appie Plug
Arie van Genderen
Peter Tryrring
Arend Kuyt
Wim Houwaard
Jos waanders
Bert van der Bent
Arend van der Burg
Wilfrid van Oostende
Kees Guyt
Hans van Leeuwen
Vlet Vlet Vlet Schouw 
(zomerkamp 1974)

Jaaroverzicht (Dik Parlevliet, 2005)

Er komt weer een Abel Tasman bak bij, waardoor we nu totaal zeven bakken hebben.
 
We houden weer een trapperskamp in de duinen, waarbij de jongens in het aardedonker met een rubberbootje op de meertjes moeten varen. Het is erg koud en terwijl de jongens warm liggen in hun kleine tentjes rillen wij de hele nacht van de kou. De volgende dag maken we weer een trappersbaan in het Parlevlietsbos en met de reep een enorme kabelbaan over een kanaal.

 

 

Een hoogtepunt in het voorjaar is het bezoek aan de Scheveningse reddingsboot, de Bernard van Leer. Arend heeft het geregeld en en we fietsen met zijn allen door de duinen naar Schevingen. Als we bij de steiger staan om de boot de bezichtigen blijkt de bemanning weinig uitleggerig, maar resoluut. De halve troep mag Scheveningen gaan bekijken, de andere helft  wordt ingeladen en gaat naar zee. We varen langs de kust tot voorbij de pier. Halverwege de middag wisselen de twee groepen en daarna fietsen we weer tevreden naar Katwijk. De bemanning krijgt een fles met helder vocht.

We gaan weer naar Nieuwkoop. Met zeven bakken nemen we liever geen risisco met onbekende terreinen. Het is weer een goed kamp, maar met zoveel jongens is voor mij de gezelligheid wel weg. Het is net een padvindersfabriek. We praten in de scheepsraad  alleen nog maar met de bootslieden, de kwartiermeesters verwijnen naar de achtergrond en je kent nauwelijks alle jongens nog. Andere zeeverkennerstroepen doen het vaak als ze veel leden krijgen, maar ik vind het niks.
 


Jaar 1974 - 1975

Schipper: Feite Pijttersen
Stuurlieden: Dik Parlevliet, Marcel van Ruler
 
Spechten Sperwers Arenden Valken
Koos van Rijn
?
Klaas Haasnoot
?
Hans van Arkel
?
Arend van der Burg
?
(boek Feite)

Jaaroverzicht (Dik Parlevliet, 2005)
De Abel Tasman draait weer apart met Arend en Kees als leiding, dus wij zijn gelukkig weer een handelbare groep. Marcel is stuurman geworden. We hebben een kleine leiding, maar dat is ook wel zo gezellig. Het is wel wennen. Feite, Arend en ik zijn zoveel jaren zo'n sterk koppel geweest..

Als zomerkamp kiezen we nu eens iets spectaculairs: Feite weet een wachtschip te huren van de Wassenaarse Van Obdamgroep en zijn schipper Hoogduin voor een reis naar Friesland. In het voorjaar maken we een keer een proeftocht op de Kaag waar blijkt dat Feite geen gevoel heeft voor het roer (werkt voor je gevoel precies andersom als een zeilbootroer). Het komt nooit meer goed trussen hem en het schip en twee echte schippers op een boot blijkt ook geen succes. Maar het blijft een bijzondere reis.


Jaar 1975 - 1976

Schipper: Feite Pijttersen
Stuurlieden: Dik Parlevliet, Marcel van Ruler
Opperbootslieden: Koos van Rijn, Jan Hoekman
 
Spechten Sperwers Arenden Valken
Arend van Duin
?
Jeroen Bartelink
?
Albert Plug
?
Arend van der Burg
?
(boek Feite)

Jaaroverzicht (Dik Parlevliet, 2005)

Het kader wisselt weer en de leiding krijgt er twee oppers bij:Koos en Jan die van de loodsen terugkomt. Sommige bootslieden zijn  niet makkelijk, terwijl Jeroen juist een rustig bedeesd jongetje is. Moet die nu leiding geven? Maar als een moederkloek bereddert hij de jongens tot een kalme bak. Het is altijd een verrassing hoe bak en bootsman zich ontwikkelen.
Feite krijgt het steeds drukker. Hij wordt groepsvoorzitter en voorzitter van de stichting groepshuizen. Vooral bij de groep moet van alles geregeld worden. Hij vraagt mij om schipper te worden, maar ik voel er niet veel voor. Ik ga makkelijker om met materialen dan met jongens. Maar op het zomerkamp in Nieuwkoop merkt ik dat het wel gezien heeft. Iedere keer zegt hij weer dat hij hetzelfde al zóó vaak gedaan heeft.
 


Jaar 1976 - 1977

Schipper: Feite Pijttersen
Stuurlieden: Dik Parlevliet, Marcel van Ruler
Opperbootslieden: Koos van Rijn, Jan Hoekman, Hans van Arkel
 
Spechten Sperwers Arenden Valken
Gerko Klok
?
Jeroen Bartelink
?
Arend Kuyt
?
Kees Guyt
?
Kwartiermeesters: Jos Waanders, Rob Cornelissen, Aart Haasnoot, Jaap Houwaart
(boek Feite)
 
Jeroen Bartelink
Hans Koelman
Kees van der Plas
Arie Kuijt
Henry Schaap
Martin Kuijt
Tonnie van der Plas
Gert Kuijt
Claus Schaap
Jack Zwanenburg
Wim Houwaart
Willy Haasnoot
Peter van der Meij
Johan de Ridder
 Marcel  Andeweg
André Hoek
Jaco Kuijt
Peter van Ruler
Hans Haasnoot
Kees Houwaart
Marcel de Wit
Martin Hoek
(Fin. groepsarchief oct 1976)

Jaaroverzicht (Dik Parlevliet, 2005)

Ook Hans komt als opper treug van de stam. Feite dringt steeds meer aan op mijn schipperschap, maar ik stel het uit. Toch gaat het zo niet goed. Je weet op een zaterdag nooit of hij komt of niet. De troep draait redelijk, maar we doen het op onze ervaring en routine terwijl we in het leidingshok vooral praten over allerlei groepszaken. Voor de andere leiding moet daar niet veel aan zijn in de troep is geen enthousiasme meer. Ik hou best van vergaderen en regelen, maar erbij. Het gaat  toch om het werken met de jongens, met een kleine gezellige leiding. Dus ik hak de knoop door, nu maar in het diepe.
Het blijkt ook dat we door al dat geregel weer verder van de jongens af staan en de stemming in de troep is niet echt goed. Als aanstaand schipper mag ik een aantal probleemgevallen scherp toespreken en van de troep afwerken. Het is misschien wel onze schuld. Als je niets in de jongens investeert, krijg je ook niets terug. Kees Guyt wordt een nieuwe bootsman, in een bak met roerige jongens die moeite hebben om zo'n onderdeurtje als hun leider te zien. Maar Kees vecht als een terrier voor zijn gezag en overwint toch steeds op punten. Als hij in het begin van het zomerkamp tijdens de trektocht ziek wordt, lopen ze hem opeens te verzorgen en rennen steeds naar de leiding, of die niet iets doen kan.

Het zomerkamp gaat weer naar Vinkeveen en is matig. Als altijd wel gezellig, maar voortdurend harde wind en regen terwijl de jongens tijdens de trektocht een buikloop-virus oplopen. De hele troep is aan de race. We zitten nu op een eilandje voor onszelf, vrij klein maar best leuk. Feite verslijt al ijsberend het gras voor de ingang van de tent, turend naar de grijze lucht.
 


Jaar 1977 - 1978

Schipper: Dik Parlevliet
Stuurlieden: Marcel van Ruler, Jan Hoekman
Opperbootslieden: Koos van Rijn, Hans van Arkel
 
Spechten Sperwers Arenden Valken
Aart Haasnoot
Martin Kuyt
Peter van Ruler
Kees Houwaard
Maarten Ouwehand
Dick Twigt
Henry Schaap
Jack Zwanenburg
Willy Haasnoot
Hans Haasnoot
Peter van der Goot
Kees van der Mey
Jaap Houwaard
Claus Schaap
Jaco Kuyt
Marcel Andeweg
Johan de Ridder
Dick van der Mey
Tony van der Plas
Gerrit Kuyt
André Hoek
Martin Hoek
Marcel de Wit
Pieter Rovers
(Fin. groepsarchief jan 1978)

Jaaroverzicht (Dik Parlevliet, 2005)

Feite is schipper-af en ik schipper. Op het laatst krabbelde hij weer terug, maar ik heb mijn besluit genomen en zet door.  Het is een heel verschil, stuurman of schipper. Vooral het gevoel van eindverantwoordelijkheid. Niemand aan wie je iets kan overlaten als het echt fout gaat. Iedereen kijkt naar jouw en verwacht een besluit. Ook het maken van spelen is niet eenvoudig. Feite zet in een week een zomerkampprogramma in elkaar dat altijd verrassend is en ik zit maanden te puzzelen. Maar het is een uitdaging en ik eis van mezelf wel leuke spelen. Je moet ook vrijwel alle spelen maken, want de rest kijkt graag de andere kant op, net als ik vroeger. Het  eerste kamp slaap ik slecht, maar het trekt bij. Mijn geluk is Marcel, die veel ervaring heeft en goed met de jongens om kan gaan. Gaandeweg zullen we samen de troep leiden. Hans brengt wat actie naast de toch rustige figuren die Marcel en ik zijn. Koos is heel actief en byzonder en altijd goed of slecht gehumeurd, dus nuttig en vermoeiend, maar altijd leven.

In de kerst waait tijdens een storm zomaar het dak van het troepshuis. Volgens mij moet het een wervelwind zijn geweest, want er zijn zelf boten op de kant van hun plaats geschoven. Complete dakstukken worden weer uit de Rijn gevist en op hun plek gelegd, asfalt erop en klaar zijn we weer. Het blijkt dat sommige dakdelen bij de bouw niet zijn vastgezet aan de aanwezige bouten.

Mijn eerste zomerkamp als schipper wordt een succes. Veel zon en wind en erg gezellig. Het is de laatste keer dat we op de Vetwei mogen kamperen, want de natuurvrienden willen hier geen mensen meer. Het wordt een afscheid in stijl, één van de mooiste kampen, een leuke bonte avond waarin ik voor mag lezen (matig) en zelfs de ochtend van de kampafbraak organiseren we nog een spel. Heb ik Feite toch nog verslagen, want die moesten we altijd de laatste dag met geweld overreden om de jongens (en ons) nu eens een keer lekker in de zon te laten liggen. Ik merk dat het schipperschap leuk is als je er moeite voor doet. Het is een groter risico, maar harpjes zeggen zo weinig terug.
 


Jaar 1978 - 1979

Schipper: Dik Parlevliet
Stuurlieden: Marcel van Ruler, Jan Hoekman, Koos van Rijn
Opperbootslieden: Hans van Arkel, Aart Haasnoot
 
Spechten Sperwers Arenden Valken
Martin Kuyt
Jaco Kuyt
Peter van Ruler
Maarten Ouwehand
Dik Twigt
Arie Heemskerk
Peter van der Niet
Gerrit Kuyt
Marcel Andeweg
Hans Haasnoot
Jan Freke
Klaas Schuilenburg
Gert Ravensbergen
Albert Klok
Robert Hofkes
Claus Schaap
Johan de Ridder
Gert de Mooy
Dik van der Mey
Adrie Mouthaan
Freddy Sip
Arie Guyt
Tony van der Plas
Jack Zwanenburg
Pieter Rovers
Martin Hoek
Marcel de Wit
Arie Harteveldt
Wim Eitens
Dirk Kuyt
(Fin. groepsarchief jan 1979)

Jaaroverzicht (Dik Parlevliet, 2005)

Een deel van bootslieden is weer gewisseld. Bij een enkeling heb ik mijn twijfels, maar ik heb besloten dat iedere jongen die het echt wil bootsman moet worden. Het is wel lastig, maar dat hoort bij het vak. Scouting is niet alleen voor meegaande jongens.
Marcel stelt voor om Aart opper te maken vanwege zijn activiteit in het kamp. Jan is los-vast, maar zo'n wisselende mopper-marineman blijkt voor de jongens een leuke joker, dus hij is erg populair. We hebben nu een volledige leiding die erg goed met elkaar omgaat. Ik merk dat er ook een voordeel is als je als schipper wat minder zeker ben. Je hebt de andere leiding meer nodig en dat is voor hen wel zo leuk. Marcel maakt een opmerking tegen de oppers dat zij het veel beter hebben dan hij vroeger. Als ik terug kijk, begrijp ik wel wat hij bedoeld.

Een jaar eerder heb ik per kano een hike gevaren door de Schotse Lochs en over een wildwater-rivier. Dat lijkt me ook geschikt voor verkenners. De jongsten kunnen eens in hun eentje varen in een lichte boot terwijl het kader er een hike me kan varen als de troep ook een kampeeruitrusting daarvoor koopt (alles licht en klein). Feite heeft nog een potje van de winsten van zomerkampen, dus gaan we met de hele leiding naar de Hiswa om twee vlakwater-kano's uit zoeken. Ze zijn duur, maar met een beetje zorg onverslijtbaar en gelukkig zonder onderhoud.

Voor het zomerkamp moeten we nu naar het zuiden van Nieuwkoop, een mooi terrein van een boer aan de kleinste plas. Helaas is het kort geleden door zijn koeien gebruikt, dus ligt vol vlaaien. Het is wel wennen na de Vetwei, maar het is een goed kamp met veel wind en zon. Hier is de eerste uitvoering van een spectaculair nieuw spel, een praktische variatie op het Walvisspel. Een jaar later ben ik direct populair bij de Jan van Galentroep als ik het spel daar nog een keer opvoer, maar met een jongen naar het ziekenhuis besluit ik dat het de laatste keer is. Te gevaarlijk, maar oh .. zo mooi.