Hoofdmenu

 
(o.a. gegevens van de website)


Tot aan de eerste zeilboten had Katwijk een wisselende vloot van roei-sloepen.
 
van tot naam opmerkingen foto
grote roei/zeilsloep 1934 Zeehond foto's
roeivlet 1937? 194... Fuut in beslag genomen in de oorlog
roeivlet 1939
doop op strand in 1939
roeisloep ~1951 1959 Zeehond Is als wrak aangespoeld en daarna door Van der Plas van "Rijnland" gerepareerd. In sept 1959 verkocht aan de Voorschotense Zeeverkenners. (logb AT 14 mei 1955, logboek Bevers 1959) juli 1951
roeisloep 1956 1959 Walrus In sept 1959 verkocht aan de Voorschotense Zeeverkenners. (logboek Zeemeeuwen 1956. logboek Bevers 1959)
roeisloep 1960 1970? In 1960 krijgt de Juliana een (logger)sloep van Ouwehands inleggerij. In mei 70 wordt de oude roeiboot gesloopt (Logboek Juliana, 1960 en 1970)
roeisloep 1960 In 1960 ligt een tweede nieuwe sloep in de schuur bij de Driehoek (Contact mrt 1960)
roeisloep 1965 De Dorus Rijkers troepsloep wordt verbrand in 1965 (Logboek Sperwers, mei 1965)

 

Botenlijst sloepen:

1956    2 sloepen (logboek Zeemeeuwen, 1956)
1958, nov:   2 sloepen (Walrus en Zeehond) en een jol. (Logboek Bevers, 1958)
1960, eind:   4 sloepen (logboek Stormvogels)
1962, febr:   3 roeiboten (Contact febr. 1962)
 
 

Tewaterlating van de nieuwe sloep de Zeehond bij Rijnland.
Op de achtergrond de oude sluizen en het stoomgemaal
(logboek Zeehonden, Juliana, circa 1952)



De Lelieschouw is de eerste voor zeeverkenners ontworpen eenheidsklasse, voor de oorspronkelijk grotere en oudere bak (8 jongens van 12-17 jaar). Hij behoorde tot de traditionele klasse van grote schouwen: 6 m lang, 16 m² zeil (ondertuigd). Men koos deze boot onder andere om iedereen aan boord iets te laten doen. Met de schouw kon gewrikt worden en (moeizaam) geroeid met twee riemen.

Bij de Katwijkse Zeeverkenners was er pas in 1949 geld voor de aankoop van schouwen op afbetaling. Enthousiast schrijft de notulist van de groepsraad:

"Wat Pluim zonder buik zou zijn,
en Huib zonder mandoline,
en Leen zonder piano,
en Niek zonder Riek,
dat zijn wij als zeeverkenners geweest zonder boot. Maar nu: de schouw! Wij dronken geen glas, wij deden geen plas, maar we zorgden dat er motoren, troephuizen, tenten, emmers en bezems kwamen.
En nu gaan we varen!" (Groepsraad sept. 1949)
Het werden er eerst drie, die geleverd werden in 1950 in het eerste Nationale Waterkamp in Terhorne (de 14, 15 en 16). Het had niet veel gescheeld of ze waren in hout geleverd, zoals de eerste serie schouwen, gezien de opmerking in een logboek:
"De 3 schouwtjes komen voor 1 augustus klaar! Het voornemen was, dat ze in Sneek van hout gemaakt zouden worden. Ze staan nu echter in IJmuiden op stapel. Daar worden ze van ijzer gemaakt. Hopelijk kunnen ze met het aanstaande zeeverkennerskamp mee." (logboek Stormvogels, Kees van Beelen)
In hetzelfde jaar werd besloten nog een vierde schouw te bestellen voor de stam. Omdat een troep elders een bestelde schouw niet afnam, kon ook deze boot eind van dat jaar geleverd worden (de 19).

Ze waren nog nieuw, of de zeeverkenners begonnen al met hun nonchalante traditie: doordat de katoenen zeilen in Terhorne vochtig werden opgeborgen, zat er thuis het weer al in. Toen ze in september werden overgevaren van het boterhuiseiland torpedeerde een schouw met de botteloef een luxueus groot jacht. Vervolgens gingen ze zeilen op de Kaag.

"Huib met groep 1 ramt op het eind nog een BM. 't Loopt nog goed af." (logboek Dorus Rijkers, 1950)
Tot de komst van de vletten, tien jaar later, zeilde de hele troep dus in één schouw, meestal wisselend met twee bakken tegelijk. Daarna werden steeds meer vletten gekocht, tot de meeste wachten bestonden uit 3 vletten en een schouw (de Bestevaer had nooit een schouw).
 

Kawaka 2005

De populariteit van de schouw is wisselend. Door het vele werk en zware zeilen is hij niet geschikt voor een kleine of jonge bak. Het is meer een boot voor stevige jongens of oudere leiding, met meer gevoel voor klassiek en spektakel (hij gaat schuiner, met meer sproeiwerk) dan voor snelle zeilers. Met veel bemanning, zoals met een dubbele bak, is het ook een gezellige boot, waar je op de vele banken gemakkelijk tegenover elkaar kan zitten kletsen. Omdat veel wachten liever voor elke bak eenzelfde boot hebben, dreigen de schouwen overbodig te worden.
 

De Bestevaer heeft nooit een schouw gehad en vindt het maar een onhandig ding, vooral handig als pakboot.
De Juliana ging in 1988 naar vier vletten en stond zijn schouw af aan de Wilde Vaart.
Bij de Dorus Rijkers heeft de schouw al tien jaar geen dienst gedaan als bakboot en is daarom in 2003 vervangen door een vierde vlet. De schouw ging naar het algemeen, maar is opeens weer populair geworden bij leiding en kader. De wacht onderhoudt hem daarom en heeft het eerste gebruiksrecht.
De Abel Tasman heeft van zijn twee schouwen één aan de Wilde Vaart afgestaan. Het is de enige wacht waar de schouw nog tot volle tevredenheid wordt gebruikt door een bak en voor MBL instructie. Hij wordt wel toegewezen aan een oudere bootsman, als een uitdaging. (3 schippers)
De Katwijkse schouwenvloot is de grootste van Nederland.
 

Slechts één schouw (voormalig 19, nu 15X) is nog origineel. Alle anderen hebben een nieuw casco gekregen. De oude casco's zijn verkocht aan andere groepen, die ze echter weer optuigende en met hetzelfde nummer gingen zeilen. Ook de 19 werd omgenummerd, waarmee de nummering een chaos is geworden. Er zeilen nu dus twee 14 en 15. De Katwijkers moesten daarom hun schouwen omnummeren naar 14X en 15X.
Om deze problemen te voorkomen heeft men de 16 maar verschroot. Voor het nummer prettig, maar jammer voor de schouw in het algemeen.

De bootnamen zijn nooit erg populair geweest. Alleen de Ruifelaer (de mooiste naam) komt wel eens in logboeken voor, maar verder werden (en worden) de boten met hun nummer aangeduid.

nummer van tot wacht naam opmerkingen
14 1950 1986 Juliana
na 1988  Wilde Vaert
Ruifelaer (Katwijks voor: opschieten) verkocht aan de Tjarda en daar weer getuigd
1986 heden Wilde Vaert Ruifelaer nieuw casco
15 1950 1987 Abel Tasman Brouwers Achte (naam van het eiland waar in Terhorne gekampeerd werd) verkocht aan de Tjarda en daar weer getuigd. In 1981 ontploft.
15X 1950/
1982?
heden Wilde Vaert Brouwers Achte Voormalige nummer 19
16 1950 1985 Dorus Rijkers Kattiki (een verKatwijksing van het toen populaire vlot de Kontiki)
Aeolus (God van de winden) vanaf ~1970 
casco gesloopt
1985 heden Dorus Rijkers
vanaf 2004 algemeen
Aeolus nieuw casco
19 1950 1987 Stam Watertrappers
later Abel Tasman
Watertrapper (genoemd naar de stam)  1982? naar de Wilde Vaert en omgenummerd naar 15X
1987 heden Abel Tasman Snip (naar het oude briefje van 100, omdat hij zo duur was) Nieuw casco.
Won in 2004 de 1e prijs schouwen jeugdklasse Kaagcup
 


De Lelievlet was de tweede zeeverkenners-eenheidsboot die in 1956 op het water kwam. De boot was goedkoper, lichter, beter te behandelen en er kon goed mee geroeid en gewrikt worden: 5,5 m lang, 12 m² zeil (ondertuigd). Tien jaar na de eerste schouwen werden in Katwijk twee vletten gekocht, waardoor iedere troep twee boten had, dus twee bakken per boot (de Abel had twee schouwen). De prijs was fl.1368,80 per stuk.

Tien jaar later bracht het vlaghijsen en de oliebollenactie zoveel geld binnen, dat regelmatig nieuwe boten gekocht konden worden. Hierdoor kreeg iedere bak eerst een eigen boot en daarna een eigen vlet. Ook werden oude casco's verwisseld voor nieuwe. Net als bij de schouwen werden ook hier de verkochte casco's door de nieuwe groepen weer opgetuigd onder het oude nummer, waardoor er dubbele nummers ontstonden. In 2003 zijn een aantal vletten daarom omgenummerd naar een nieuw nummer.

Ook bij de vletten worden meestal de nummers genoemd in plaats van de namen. De Abel Tasman noemt zijn boten naar het nummer en verft ze op de boot zoals ze bij de marine doen. De Dorus Rijkers is in 1970, bij aankoop van de tweede vlet, in een pretentieuze bui overgaan op de Griekse goden van de diverse winden. De andere troepen noemden de vletten naar van alles wat in zee zwemt. De Katwijkse vloot (15 vletten) is waarschijnlijk de op één na grootste van Nederland.
 
 
nummer van tot wacht naam opmerkingen
178 1961 1991 Juliana Orca Oude casco verkocht
1991 2003 Juliana Orca In 2003 omgenummerd naar 1503
179 1961 1991 Dorus Rijkers Zephyrus (God van de westenwind) vanaf ~1970 Oude casco verkocht
1991 2003 Dorus Rijkers Zephyrus In 2003 omgenummerd naar 1504
533 1970 heden Dorus Rijkers Boreas (God van de noordenwind) vanaf ~1970 1996 een nieuwe bodem en zwaardkast
Door de lage punt wordt deze boot vaak de 'duikboot' genoemd. Samen met de 1505 een vlet die het goed doet tijdens zeilwedstrijden.
550 1971 heden Juliana Walrus 1996 een nieuwe bodem en zwaardkast
689 1974 2005 Abel tasman 689 Verkocht aan een particulier (leidingslid van de Anaconda groep)
800 1976 heden Abel Tasman 800
960 1979 2005 Dorus Rijkers Auster (God van de oostenwind) Verkocht aan Scouting "Jan van Gent" in Maastricht
961 1979 2003 Abel Tasman 961 Verkocht aan Wapata, Ter Aar
Won ooit de 1e prijs van de landelijke zeilwedstrijden
968 1979 2005 Juliana Bultrug Verkocht aan Scouting "Pebbles" in België.
1016 1980 heden Stam, later Bestevaer Bruinvis
1050 1981 heden Bestevaer Zeerob
1051 1981 heden Bestevaer Inktvis
1066 1982 heden Bestevaer Dolfijn
1217 1988 heden Juliana Butskop Deze vlet kan erg scherp zeilen. In 1992 behaalde deze vlet een 2e prijs op de Ra-4 zeilwedstrijden en werd hij 11e op de landelijke. In 2004 won de leiding de Admiralencup met deze vlet, echter met het tuigage van de 1503.
1503 1991 heden Juliana Orca Had 1991 - 2003 het oude nummer 178
In 2004 werd deze boot 1e op de RA-4 zeilwedstrijden en 4e op de landelijke in Harderwijk.
1504 1991 heden Dorus Rijkers Zephyrus Had 1991 - 2003 het oude nummer 179
1505 2003 heden Dorus Rijkers Eurus (God van de zuidenwind) Dit racemonster won in zijn eerste jaar de 1e plek op de RA-4 zeilwedstrijden en werd 6e op de landelijke wedstrijden van 2003. In 2004 weer derde op de RA-4 en ook tijdens afgelopen KaWaKa bewees deze boot zich weer door de zeilwedstrijd te winnen. Ook wel de 'Ferrari' onder de lelievletten genoemd. 
1506 2004 heden Abel Tasman 1506
1536 2005 heden Juliana Bultrug
1537 2005 heden Dorus Rijkers Auster
1539 2005 heden Abel Tasman geen naam
 


Buiten de gewone zeilboten hadden de zeeverkenners altijd een bonte verzameling andere bootjes.
 
van tot van naam opmerkingen
Rubber vlotten >1945 194.. Sommige zijn gestolen
(zeil)sloep ~1975 Strandjuttersstam Nicolaas Dalmeyer Houten reddingssloepje, gekregen door bemiddeling van Kees Ravensbergen. Het is met allerlei zeilen van andere boten opgetuigd tot zeilsloep.
Vrijheid 1976 197.. Strandjuttersstam
aluminium
sloep
1975 heden Algemeen 't Skip Oude reddingssloep, gekregen via Kees Ravensbergen (het bootje met de mooiste lijn van de vloot)
2 kano's ~1979 199... Dorus Rijkers Gekocht door de troep van de winsten van de zomerkampen
1 geel en 1 oranje
werkvletje ~198.. ~199.. Juliana
BM Strandjuttersstam
Wrikvletje 1996 heden Bestevaer en voor algemeen Frikkebol Ooit gestolen en weer teruggevonden.
Abel Tasman Leukotea  Klein polyester zeilbootje, 1,5m breed en 3,5m lang, om instructie te geven aan de jongste leden. Geschikt voor 3 tot 4 kinderen. Er kon mee worden geroeid en gezeild. Helaas is deze boot van het terrein gestolen.


De rubbervlotten bleken alleen geschikt om een beetje mee in de branding te spelen

.



(alleen wat langer dan een jaar werkte)
 
motor van tot foto en opmerkingen
Johnson, 16 pk 1956 In april 1956 is een 16 pk Johnson buitenboordmotor gekocht , na afdingen van schipper Ravensbergen van fl. 300 naar fl. 175. (logboek Zeemeeuwen, april 1956)
?

Johnson + ?
In 1956:  buitenboordmotor, 1 motorboot.
(logboek Zeemeeuwen, 1956)
Yamaha, 12,5 pk, petroleum 1970 1977 Rond 1970 werd door de groep een nieuwe buitenboordmotor gekocht die een hele troep (net-aan) kon slepen. Gekozen werd voor een petroleumuitvoering vanwege de lage prijs van die brandstof. Hij startte op benzine, dus had een dubbele tank. Helaas bleek dat de motor vervette als hij stationair draaide, en dat deed hij bij zeeverkenners bijna altijd om trekkende vletten bij te houden. Het was dus een eindeloze ellende, met stapels bougies en slechts aan select groepje die hem kond starten en draaiend houden (of fijnzinnig trekken/gasgeven of heel grof).
Yamaha, 15 pk, benzine ~1977 Tijdens een heftige vlootraad werd, na handig gemanipuleer en onverwachte hulp van de welpenleiding, een nieuwe buitenboordmotor gekocht, in plaats van een sleper. 
Mercury,  heden
Yamaha, 9,9 kW heden
 



Eind zeventiger jaren werd de aandrang voor een sleper weer hoger. Welke varensgast wordt niet warm van zo'n trekkertje, bij voorkeur met een langzaamlopende diesel en in een echte stuurhut een heel groot, houten stuurrad. Een kleine commissie, bestaande uit Kees Ravensbergen en stuurman Dik Parlevliet reisde het land af om iets geschiktst te vinden. Het waren opwindende reizen die veel oude-scheepssouvenirs opleverde, maar geen sleper. Parlevliet verloor ook onderweg zijn geloof: al die roestige en kuchende motortjes riepen een schrikbeeld op van uren schrappen, verven, reviseren. In een heftig verlopende vlootraad werd besloten om voorlopig maar weer zo'n handig geval te kopen dat je achterop kon hangen en die je maar weg hoefde te brengen als hij kapot was.

De Abel Tasman beviel het niet en bleef op zoek naar een sleper, wat hun een aantal jaren later lukte. Het is een echt klassieke sleper en daarmee het onofficiele hoofd van de vloot.

Een nadeel van slepers kan zijn dat het echte zelfstandige trekken, met roeien, jagen en sleepjes vragen minder kan worden. Het is natuurlijk moeilijk om jongens te laten zwoegen, jagend in de regen, als je er met een sleepboot naast tuft. Toch lijken de schippers dat wel te beseffen, want in ieder geval twee schipper meldden dat de trektochten nog steeds op eigen kracht gebeuren. (2 schippers)

"De trektocht: vond ik als kleine jongen best zwaar, maar ik was onwijs trots op het feit dat we dat hele stuk op eigen kracht hadden afgelegd." (Kampverslag Dorus Rijkers 1996, Maarten Kreft)
van tot van wie naam foto en opmerkingen
1951?
1956 ? Algemeen In 1956 werd een tweede-hands motorboot gekocht met een 45 pk Mercedes motor, waarschijnlijk van de fl. 650,- die tijdens de jubileum-avond door de ouders werd aangeboden voor een nieuwe boot. (logboek Zeemeeuwen, 1956)
1978 ~1993 Stam De Ouwe Raef De Ouwe Raev  was van origine een stalen reddingssloep van een zeeschip  met de naam: "KYRINA" en Hamburg als thuishaven. Het schip werd gekregen via  Kees Ravensbergen, oud-zeeverkenner, die werkzaam was als technisch inspecteur bij de verzekeringsmij: "Germanische Lloyd" en in die functie op veel schepen kwam. De reddingssloepen van de Kyrina waren afgekeurd, maar voor een loodsenstam nog prima te gebruiken. Aanvankelijk vond de vlootraad van de Katwijkse Zeeverkenners de aanschaf van de sloep geen goed idee,  want wie zorgt voor het onderhoud en wie heeft er verstand van? Uiteindelijk ging de vlootraad toch overstag. De sloep, zonder motor, werd in 1978 opgeknapt en vaarklaar gemaakt.  Met hulp van Kees Ravensbergen en de heer Hortensius, werd een dieselmotor voor weinig geld aangeschaft. In een loods van de LDM (bij de watertoren) werd deze gereviseerd en in de sloep geplaatst. De sloep werd gedoopt met de naam: "De Ouwe Raev", naar Kees Ravensbergen. De Ouwe Raev werd door de loodsenstam "de Strandjutters" onderhouden. Hij  was ook bedoeld als sleper voor de gehele Katwijkse Zeeverkenners.
Door de loodsen is in 1980 begonnen met het maken van een opbouw. Het schip heeft tot ongeveer 1993 dienst gedaan. Zowel de loodsen als de latere Wilde Vaert afdeling waren meesters in het uit elkaar en weer in elkaar zetten van de dieselmotor, wat zeker een paar keer per jaar nodig was. (Piet van Arkel, 2005)
1981 heden Abel Tasman Abel Tasman Het casco is vermoedelijk uit circa 1930. Gekocht in 1981 door Cees van den Burg en Aad Hortensius en na een grondige opknapbeurt in 1983 in de vaart gekomen.
~1993 Juliana Rosi
1991 heden Bestevaer Snokker De Snokker is als vlet 1013 overgekocht van een andeer groep en al snel ingericht als motorboot. Hij heeft flink wat sleepvermogen door de 27 pk Ruccerini rm270 motor met een open koelsysteem. Een aantal jaren geleden is de Snokker tot zinken gebracht. Dit heeft aardig wat kosten met zich meegebracht, en de daders liggen op het kerkhof.
heden Juliana Yeahwenou Na jarenlang sleutelen kon deze sleper eindelijk gedoopt worden als Jeahwenou. Er zit een Mercedes 180 in van 40 pk, 1979.
 



Het nadeel van boten is, dat ze onderhouden moeten worden. Vooral de schouwen waren bewerkelijk. In de tijd waarin alleen vernis beschikbaar was, moest al het hardhout (zitvlonders, rondhouten, riemen) ieder jaar geschrapt worden. Daarvoor werd gebroken oud glas gebruikt, wat natuurlijk de nodige verwondingen opleverde.

 "Glas motten we hebben. Er werd heden voor de variatie geschrapt" (logboek Juliana 1950)
Ook het staalwerk werd geschrapt. In het begin met driehoek-schrappers, later met grote roterende staalborstel (eerst geleend, later gekocht) en tegenwoordig weer met driehoek-schrappers. Men mag rustig aannemen dat de boten vooral sleten van al dit geschraap. De schouwen werden eerst onderhouden in de schuur van Rijnland, waar de boten lagen. In 1963 werd een botenloods aan het Mallegat in gebruik genomen. Maar al snel trokken de troepen hierin en gingen de boten eruit. Tot aan het nieuwe troephuis in 1981 werden de boten buiten onderhouden. In het najaar sjorde men alle boten via een klei-helling het water uit, waarna ze op houten rollen naar hun plaats werden getrokken. Daar was wel de mankracht van alle drie de troepen voor nodig, met veel geschreeuw. Op hun plaats werden de boten omgedraaid, wat niet zonder risico was. De boten lagen de hele winter op zijn kop in het gras en werden in het voorjaar geschuurd en gelakt.
 
 

 

Vooral tot 1970, als er weinig jongens waren (of kwamen) en de leiding weinig animo had voor spelen, was men soms een groot deel van de winter bezig met het onderhoud. In de zeventig jaren werd dit beperkt tot twee middagen hout schrappen met de hele troep, twee middagen boten schuren met het kader en het nodige daaromheen buiten troepstijd. Tegenwoordig worden in een strak schema de boten gedurende de hele winter per drie uit het water gehaald, eenvoudig op een karretje met een liertje. Na het onderhoud gaan ze naar buiten, waarna ze in het voorjaar gezamenlijk te water gaan.